MEANDER KLASSIEKERS (36)

 Redactie Joop Leibbrand



4 september 2002

Jan Kuijper – Statica



Op het adres http://meander.italics.net/klassiekers/ zijn de Klassiekers
tot en met aflevering 19 te raadplegen, compleet met poëtisch woordenboek.
Vanaf nr. 20 staan ze op http://meander.italics.net/klassiekers/archief

----------

LEZERS REAGEREN

Enkele lezers reageerden op Pim Heuvels bespreking van Een kraai bij Siena’ van Willem van Toorn.

Tom Mooijman schreef: “Hartelijk dank voor de bespreking van ‘Een kraai bij Siena’. Zoals bij alle besprekingen is ook deze weer heel verhelderend. U schrijft terecht, dat er veel onregelmatigheden in het gedicht zijn ingebouwd, maar dat geldt ook voor de versvorm en wel meer dan u opmerkt. Van Toorn wekt namelijk wel de indruk dat hij de vorm hanteert van het Shakespeariaanse sonnet (hoewel hij zich daarbij niet houdt aan versvoeten of rijmschema's), maar hij doet dat in feite niet. Immers, de twee eerste strofen zijn geen kwatrijnen, maar kwintijnen - althans 5 regelig - en de chute ligt dus niet tussen regel 12 en 13, maar tussen regel 14 en 15. Van Toorn voert in zijn vormgeving de ‘verkreukelde zwarte lap’ dus zo ver door, dat hij ons er makkelijk in laat lopen.
Uw bespreking heeft me de samenhang tussen het ongracieuze vliegen van de kraai en het ‘gestamel’ van de dichter goed laten zien en dat heeft dit gedicht voor mij veel duidelijker gemaakt.”
Rutger H. Cornets de Groot opperde: “Ik dacht dat de zwaluw en de kraai misschien ook oppositioneel zijn met betrekking tot het leven en de dood. Ik weet niet of daar een mythologische basis voor is, maar de zwaluw kennen we als de boodschapper van de lente en de kraaien van de laatste schilderijen van Van Gogh (mijn persoonlijke associatie). Dan zou de aangesprokene uit het gedicht het leven in zijn bloei kunnen vertegenwoordigen en de ikzegger met een gevoel van spijt misschien willen uitdrukken dat hij dat leven nu vanuit een ander gebied aanschouwt, zonder er nog langer volop aan deel te kunnen nemen. Ik geef toe dat dit meer speculatie dan interpretatie is, want Van Toorn lijkt die leven/dood-notie zelf niet verder uit te werken, maar hij levert er wel het materiaal voor, heb ik de indruk.”
Ten slotte wees Henk Ruijsch erop dat bij een onlangs gehouden verkiezing van ‘het mooiste gedicht’, dit veruit het populairste gedicht van Van Toorn bleek te zijn.


----------

Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers

----------

De volgende aflevering verschijnt op 2 oktober a.s.
Onderwerp van bespreking is dan ‘vrede van Lucebert.





Statica

Het was een kattevel, ’t miauwde nog.

’t Hing aan een koordje, midden voor de klas.
Ik had de ebonieten staaf; ik was
de kattenmepper, ik, die vooralsnog
niet eens een kat bezat – hoe was dat toch
gekomen? De leraar knoopte zijn das
los, die van zijde was; een staaf van glas
had hij achter zijn rug vandaan. Bedrog:

de spanning vloeide weg, gejoel steeg op,
en ‘Jongens,’ vroeg hij, ‘toe nou jongens, toe.’
Zijn bruine ogen stonden in zijn kop
of hij de hond was die wij moesten slaan.
Geen stok was daarvoor nodig. ‘k Zag al hoe
hij na een droevig jaar op straat zou staan.

Jan Kuijper (1947)
Uit: Oogleden
De Boekvink, Em. Querido’s Uitgeverij B.V., Amsterdam 1979



*****

Nadat gedichten van hem verschenen waren in Soma, Spektator en Propria Cures, debuteerde Jan Kuijper in 1973 met de kleine bundel Sonnetten, qua stofvinding en behandeling sterk beďnvloed door Adwaita (J. A. dčr Mouw). Oogleden (1979) bevestigde Kuijpers snel verworven reputatie van virtuoos sonnettenschrijver. Het achterplat van de bundel legt de titel als volgt uit:
“Een sonnet heeft geen oogleden. Maar in een sonnet, om precies te zijn tussen regel 8 en 9, gebeurt iets dat je met de beweging van een ooglid zou kunnen vergelijken. De fictieve werkelijkheid verandert er plotseling, wordt werkelijker of droomachtiger, of je valt van de ene droom in de andere, of van de werkelijkheid nu in de werkelijkheid toen, of omgekeerd.” Dit suggereert dat de lezer van een sonnet van Jan Kuijper de ogen slechts één keer opnieuw hoeft op te slaan, en dan nog precies daar waar hij de verschuiving verwacht. Statica toont echter aan, dat je Kuijper op z’n minst met knipperende ogen leest.

Het gedicht verplaatst ons in terugblik naar het begin van een schooljaar, een natuurkundeles in vermoedelijk een derde klas, blijkens de laatste regel gegeven door een nieuwe docent. De ikfiguur vertelt hoe hij enerzijds tot zijn eigen verbazing actief deelnam aan de handeling, maar anderzijds als een soort waarnemer of procesbewaker schijnbaar koel registreerde en evalueerde. Omdat het een eigen herinnering van de dichter betreft, zal het zich afspelen in de beginjaren zestig van de vorige eeuw. Leraren droegen toen nog dassen. Nog net.

’Statica’ is de leer van de statische elektriciteit en beschreven wordt de klassieke proef waarmee kan worden aangetoond hoe negatieve en positieve lading wordt opgewekt en hoe die elkaar aantrekken en vervolgens neutraliseren. Voor al diegenen die evenals schrijver dezes minder dan rudimentaire kennis van de vroegere natuurkundelessen hebben overgehouden: een staaf van hard rubber (eboniet) wordt positief geladen door hem langs een kattenvel te wrijven; een glazen staaf die je opwrijft met een zijden doek wordt juist negatief. Uit het feit dat de twee staven elkaar niet afstoten maar juist aantrekken, blijkt vervolgens hun tegengestelde lading, maar de aantrekking houdt meteen ook de ontlading in, waardoor ze het vermogen verliezen lichte stoffen aan te trekken.
’Statica’ is ook een ander woord voor evenwichtsleer, eveneens een vertrouwd natuurkundig onderwerp. Het komt in het gedicht niet als zodanig aan de orde, maar alles wat er gebeurt wijst op een sterke dynamiek die een wankel evenwicht grondig verstoort.

De interactie tussen leraar en leerlingen berust op een geheel eigen, door buitenstaanders of nieuwkomers vaak niet doorziene chemie. Een ervaren leraar met overwicht en gezag (de termen zijn niet geheel en al synoniem) presenteert de doorbreking van de dagelijkse lesroutine, die een ‘proef’ nu eenmaal is, als een beloning voor een goede werkhouding en maakt er vervolgens iets bijzonders van. Hij hanteert een vaste regie, beheerst het hele proces, boeit door een zorgvuldig opgebouwde verrassing, wordt zelf niet verrast. Bij deze leraar werken de leerlingen, genietend van het ‘andere’, optimaal mee, al is het maar in de hoop dat het zo lang mogelijk mag duren, liefst de hele les. Maar wee de onervaren nieuweling die denkt dat een leuke activiteit volstaat om een klas voor zich te winnen. Hij levert direct al zijn wisselgeld in en dat kan genadeloos beschouwd worden als een zwaktebod, een uitnodiging tot wanorde.

Hier gaat het meteen bij het begin al mis. Het kattenvel hangt nog niet, of de miauwgeluiden zijn niet van de lucht. Einde proef zou je zeggen, maar de nieuwe leraar gaat natuurlijk door. Hij kiest de ik als zijn assistent, die zich tot aan nu afvraagt waarom juist hij (let op dat herhaalde ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’). Ja, wie neem je op zo’n moment? Natuurlijk een leerling van wie je verwacht dat hij braaf meewerkt, een knulletje dat er lief en aardig uitziet, waardoor Kuijper met terugwerkende kracht ineens geconfronteerd wordt met het beeld dat anderen toen kennelijk van hem hadden. Hij was ‘anders’, stond in zeker opzicht buiten de klas (op dit moment ervóór, in feite op dezelfde plaats als de leraar), had ook geen deel aan het gejoel. De leraar zal wel niet vermoed hebben met welke wijze blik de jonge leerling de situatie taxeerde…

Als de twee staven tegen elkaar worden gehouden, is de proef ten einde. Natuurkundig gebeurde er wat er moest gebeuren, daarin schuilt het ‘bedrog’ niet (tenzij mede bedoeld wordt dat de klas niet snapt waarom de staven nu zelfs het kleinste snippertje papier niet meer aantrekken). De leerlingen voelen zich ‘bedrogen’, omdat hun was voorgespiegeld dat ze iets bijzonders te zien zouden krijgen, wat behoorlijk tegenviel. Was dat nu alles? Het beetje aandacht dat er was verdwijnt, maar anderszins neemt de spanning juist toe. Het wankel evenwicht tussen klas en leraar is voorgoed verbroken en het zal tussen die tegenpolen een ongelijke strijd worden, omdat de leraar er nu al bijstaat als een geslagen hond. Wie niet in het bezit is van de vereiste lading, een sterke persoonlijkheid ontbeert, krijgt het heel, heel moeilijk. Juist in het onderwijs gelden de hardste wetten….

Joop Leibbrand




Eerder verschenen

01 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
02 J.P. Rawie - Interieur
03 Jan Kal - Mont Ventoux
04 Jan Emmens - Voor de kade
05 M. Vasalis - Streng en aanbiddend…
06 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
07 Gerrit Achterberg - Dryade
08 Gerard Reve - Wiegelied
09 Paul van Ostaijen - Melopee
10 Hanny Michaelis - Het kind
11 J.C. Bloem - De nachtegalen
12 Gerrit Achterberg - Verzoendag
13 Hans Warren - Bekentenis
14 E. du Perron - Het kind dat wij waren
15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner jaren"
17 H. Roland Holst – De zachte krachten…
18 W. Elsschot – Bij het doodsbed van een kind
19 J.H. Leopold – Staren door het raam
** John Irons – The poetry of P.C. Boutens (Klassiekers extra)
20 Han G. Hoekstra – De ceder
21 Paul Rodenko – Het beeld
22 Anna Blaman – De spin
23 Martinus Nijhoff – Moeder
24 Martinus Nijhoff – Impasse
25 Rutger Kopland – Die Kunst der Fuge
26 Rutger Kopland – Al die mooie beloften
27 Ad Zuiderent – Tuinpad
28 Jan Hanlo – Oote
29 Ida Gerhardt -
A en Ω
30 Ed Leeflang – De vader van de baby Constantijn, wat hem
31 Jacques Hamelink – Grijsaard
32 Ed Leeflang – Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33 Ed. Hoornik – Te Middelharnis is een kind verdronken
34 Ed. Hoornik – Overgang
35 Willem van Toorn – Een kraai bij Siena



* Abonneren?
Zend een e-mail met als inhoud: subscribe klassiekers

* Abonnement opzeggen?
Zend vanaf het adres waarop u de klassiekers ontvangt een  e-mail
en zet daarin: unsubscribe klassiekers

* Adres wijzigen?
1. Zeg uw abonnement op vanaf uw oude adres
2. Neem een abonnement vanaf uw nieuwe adres



Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen
toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de
auteur(s).



Meander Klassiekers is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig! Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.