Klassiekers (46)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

16 juli 2003

Simon Vestdijk - Het Kind


Een analyse door Joop Leibbrand


Op het adres http://klassiekegedichten.net zijn alle Klassiekers te raadplegen,
compleet met poëtisch woordenboek.


Lezers reageren


Naar aanleiding van de bespreking van Sieraad van Ria Borkent schreef Rutger H. Cornets de Groot: "Wat ik aardig vind is de aandacht die Pim Heuvel heeft voor formele kenmerken en hoe die in verband zijn te brengen met de inhoud. Dat is eigenlijk het allermooiste aan poëzie." (cornets@xs4all.nl)

Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is: joopleibbrand apestaartje klassiekegedichten.net



De volgende aflevering verschijnt op 20 augustus 2003.
Onderwerp van bespreking is dan 'Visvangst' van Jac. van Hattum
.




Het Kind


Harten verflard, reeds heeft de hartenbinder
Zijn eigen, teerder weefsel opgezet
En van uw liefde 't looze eind gered,
Opdat de glans in 't raamwerk niet verminder'.

Nog blijft het klein, een aardig vlindernet,
Een kinderhemdje, klein zelf als een vlinder;
Maar eerlang wordt het tot een tijdsverslinder,
Die weeft en weeft, naar eigen levenswet.

Toch, hoe benard, uw draden blijven heel
In 't kind en loopen door zijn leven heen
Zooals de nerven door de jonge bladeren.

Alleen: gij kunt elkaar niet dicht meer naderen,
Want waar het kind zich tot volwass'ne speelt
Wast gíj ten dood, en die neemt éen voor éen.



Simon Vestdijk (1898 - 1971)
Uit: Verzamelde gedichten dl. II, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam - 's-Gravenhage 1971



Een van de rijkste bundels die Vestdijk schreef (na de Gestelsche liederen althans), is Thanatos aan banden (De Bezige Bij 1948). De bundel telt 128 blz. en bevat zeven afdelingen, waarvan de eerste ook de titel Thanatos aan banden draagt, een cyclus van dertig sonnetten, gedateerd 'Januari 1945'. Het kind is hiervan het twaalfde gedicht.

In Kille poëzie. De vergeefse zoektocht naar een oude liefde, een artikel in het Jaarboek Gerrit Achterberg 3 (2003), schrijft Piet Gerbrandy dat dichters als J.C. Bloem en Simon Vestdijk hem niets meer zeggen om dezelfde reden als waarom Achterberg hem niet meer boeit, namelijk het hanteren van een techniek die heeft afgedaan. Hij legt uit: "Poëzie waarin een dichter iets wil zeggen en voor dat doel wat aardige vergelijkingen bedenkt om zijn bewering wat op te sieren, zoals dichters dat tot halverwege de negentiende, en in Nederland tot halverwege de twintigste eeuw altijd hebben gedaan, is voor mij passé. Het beeld moet op zichzelf kunnen staan."

Het is een goede aanleiding om in de Klassiekers eens een gedicht van Vestdijk te bespreken en daarbij dan speciaal te letten op de beeldspraak. Die is inderdaad niet, zoals bijvoorbeeld bij Lucebert autonoom; Vestdijk is een dichter die beelden toepast, maar daarbij is er een groot verschil of een beeld ornamenteel is, een in feite overbodige versiering van bepaalde uitspraken, of juist essentieel is, omdat bij elke andere wijze van zeggen betekeniselementen verloren zouden gaan.

In Het kind valt al direct op dat er geen sprake is van het voor een sonnet zo obligate schema beeld (octaaf) en toepassing van het beeld (sextet). Er is een centraal beeld – het weven – maar dat onttrekt zich opvallend genoeg aan een vast stramien.
Het hele gedicht is een aanspreking van de 'gij' uit r. 12 en 14, over wie de dichter spreekt van 'uw liefde' (r. 3), 'uw draden' (r.9) en die direct in de eerste regel met een fraai en functioneel metonymia 'Harten verflard' genoemd worden. We vallen er midden in een kapot huwelijksleven mee; de eens in een liefdesband vast verbonden harten zijn als het ware tot afgescheurde, rafelige lappen verworden en daaraan heeft het krijgen van een kind, dat als 'hartenbinder' de huwelijksliefde had moeten redden, niets kunnen veranderen. De liefdevolle verwevenheid van man en vrouw had tot een levenskunstwerk moeten leiden, maar schering en inslag is het, dat het mislukt. Het geluk wordt afgebroken, de voorstelling werd nooit een werkelijke afspiegeling van de werkelijkheid, zij bleek vals en onbetrouwbaar te zijn, los en onbruikbaar hangen de (levens)draden erbij - het woord 'loos' heeft een veelheid aan betekenissen!
Toch: de zin, de 'glans' van het leven (er wordt geweven in hetzelfde 'raamwerk') is de liefde en om die te bewaren en nieuwe kansen te geven, moet het kind, in stede van zich te voegen in het heilloze patroon van de ouders, zijn eigen levensbeeld gaan maken. R. 4 geeft met het gebruik van de conjunctief (de aanvoegende wijs) in combinatie met 'opdat' een duidelijke bedoeling aan. Van wie? Een andere dichter dan Vestdijk was wellicht in de verleiding gekomen een grote Wever te introduceren, maar daarvan is hier geen sprake; er is geen voorbeschikt ontwerp, er zijn alleen de 'wetten' van de eigen levens.

In strofe twee, een soort tussenstrofe, is het voor een goed begrip nodig te zien dat het eerste 'het' verwijst naar het 'teerder weefsel' uit r. 2 en het tweede 'het' naar het kind. Er wordt benadrukt (mede door de herhaling en de alliteratie in r. 8) dat het kind in alle opzichten zijn eigen leven moet gaan leiden. Het lieve, onschuldige vlinderachtige is maar kortstondig aanwezig, misschien zelfs maar een schijngestalte. Wie leeft wordt daardoor al spoedig een 'tijdsverslinder'; niet voor niets komt uit pop en vlinder de veelvratige rups voort.

De derde strofe hervat de aanspreking van de ouders met de vaststelling, de waarschuwing haast, hoe zij door hún leven het leven van hun kind blijvend beïnvloeden, omdat het zich aan de verwevenheid met hen nooit zal kunnen onttrekken: de 'nerven' zijn als het ware de zenuwbanen die zijn bestaan zullen bepalen. Waar eerder het ouderlijke weefsel los uiteenviel, blijken hun afzonderlijke draden 'benard' te zijn, wat een negatief effect op het kind suggereert. Mocht het later in psychoanalyse gaan, dan zou de volgende uitspraak van Freud op hem van toepassing kunnen zijn: "Ik zou de draden in het weefsel dat door de analyse wordt onthuld, strakker kunnen aanhalen en dan kunnen aantonen dat ze in één enkele knoop bijeenkomen." (Over dromen, 1901)

Wat zou meer voor de hand liggen, dan dat met die wetenschap een poging tot herstel gedaan zou worden? Onmogelijk, zegt de laatste strofe (die het moet doen zonder de eerder gebruikte beeldspraak, al blijft zij impliciet aanwezig); de levensdraden zullen na de gemiste kans apart moeten blijven. Het zo opvallend voorop geplaatste 'Alleen' is niet slechts een verbindingswoord dat een tegenstelling uitdrukt, maar heeft ook de omineuze betekenis van alleenzijn, van eenzaamheid dus. Het gedicht eindigt somber, illusieloos, want aan voldongen levensfeiten blijkt niets meer te kunnen worden veranderd. De enige 'groei' die de ouders nog gegund is, is die tot hun afzonderlijke dood en met één draad kan het huwelijksweefsel zeker niet worden gered.
De derde strofe wees al op de latere effecten voor het kind. R. 13 maakt duidelijk dat een kind (dit kind, alle kinderen) tot aan de volwassenheid min of meer onbezorgd zijn eigen leven kan leiden, maar dat mét de volwassenheid een einde komt aan het 'spelen', het alleen voor zichzelf mogen bestaan. Dan zal het raamwerk dat leven is, verlangen dat er een nieuw weefsel wordt opgezet, met gedeelde draden, en omdat het dan op competenties aankomt die de vorige generatie miste, is het perspectief niet schitterend. Vestdijk zegt het niet, maar wijsheid lijkt geboden: niet voor niets had Pallas Athene naast haar vele andere taken ook nog het spinnen en weven onder haar hoede.

Onlangs verscheen (Jean Cocteau Gedichten, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2003). In Plaint-chant (1923) schrijft Cocteau: "(...) On sent les muses hésiter.// Une prend les fils, une trie,/ Une perce le canevas./ Les courbes de leur broderie/ Décident seules où tu vas." In de vertaling van Theo Festen: "(...) Voel ik de muzen talmen.// Eén neemt de wol, één kiest de draad,/ Een steekt hem door het doek;/ De richting die het borduursel gaat/ Bepaalt onze levenskoers."

In Vestdijks Het kind vormen de geformuleerde inzichten dankzij de beeldspraak een kunstig weefsel dat geheel op zichzelf staat. Taal, beeld en gedachten vormen een onlosmakelijk, elkaar versterkend geheel. Je hoort Euterpe fluiten van bewondering...


Joop Leibbrand
joopleibbrand apestaartje klassiekegedichten.net


Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
  2 J.P. Rawie - Interieur
  3 Jan Kal - Mont Ventoux
  4 Jan Emmens - Voor de kade
  5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend
  6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
  7 Gerrit Achterberg - Dryade
  8 Gerard Reve - Wiegelied
  9 Paul van Ostaijen - Melopee
10 Hanny Michaelis - Het kind
11 J.C. Bloem - De nachtegalen
12 Gerrit Achterberg - Verzoendag
13 Hans Warren - Bekentenis
14 E. du Perron - Het kind dat wij waren
15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner jaren"
17 H. Roland Holst - De zachte krachten
18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19 J.H. Leopold - Staren door het raam
20 Han G. Hoekstra - De ceder
21 Paul Rodenko - Het beeld
22 Anna Blaman - De Spin
23 Martinus Nijhoff - Moeder
24 Martinus Nijhoff - Impasse
25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27 Ad Zuiderent - Tuinpad
28 Jan Hanlo - Oote
29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31 Jacques Hamelink - Grijsaard
32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34 Ed. Hoornik - Overgang
35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36 Jan Kuijper - Statica
37 Lucebert - vrede
38 Lucebert - gedicht
39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40 Anthonie Donker - Achterbalcon
41 Gerrit Kouwenaar - men moet
42 Anneke Brassinga - Roeping
43 Jan Arends - drie gedichten
44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45 Ria Borkent - Sieraad


* Abonneren?
Zend een e-mail aan majordomo@meander.italics.net met als inhoud: subscribe klassiekers

* Abonnement opzeggen?
Zend vanaf het adres waarop u de klassiekers ontvangt een e-mail aan majordomo@meander.italics.net en zet daarin: unsubscribe klassiekers

* Adres wijzigen?
1. Zeg uw abonnement op vanaf uw oude adres
2. Neem een abonnement vanaf uw nieuwe adres
Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).