Klassiekers (54)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

24 maart 2004

Willem Jan Otten - Op zaal


Een analyse door Joop Leibbrand


Op het adres http://klassiekegedichten.net zijn alle Klassiekers te raadplegen,
compleet met poëtisch woordenboek.


Lezers reageren


Op de bespreking van Typologie van de drenkeling van Anna Enquist kwamen geen reacties binnen waarop ingegaan dient te worden.


Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is: joopleibbrand apenstaartje klassiekegedichten.net



De volgende aflevering verschijnt op 21 april 2004.
Onderwerp van bespreking is dan 'Vannacht' van Hester Knibbe
.




Op zaal


Nadert er rinkelend glas,
en platte hakken, op de gang,
dan is dat iemand half dood
die terugkeert in zijn rijdend ledikant
van ergens waar men opensnijdt.

Zij die hem duwde glimlacht,
schuift hem bij ons vijven aan
en trekt gordijnen om hem dicht.

Straks komt hij bij. Begint de pijn
die ons al leerde mee te geven
als een halm. Het zal hem zijn
of hij de eerste is die zo diep buigt.

Klinkt morgen nieuw gerinkel,
en platte hakken op de gang,
dan is hij een van ons. Want ieder
was de enige die zo diep boog.



Willem Jan Otten (1951)
Uit: Eerdere gedichten, uitg. Van Oorschot, Amsterdam 2000



De eerste strofe van 'Op zaal' zet de lezer aanvankelijk op het verkeerde been door in regel 3 het woord iemand niet te laten slaan op de verpleegster die in de vorige regel wordt opgeroepen (platte hakken - blijkens de enkelvoudige persoonsvorm nadert kennelijk gezien als 'eenheid'), maar op de patiŽnt die van de operatiekamer wordt teruggebracht naar zaal; terugkeert, staat er. Voor het moment zelf lijkt dat een veel te actieve omschrijving voor iemand die alleen maar wordt 'afgeleverd', maar het heeft natuurlijk ook al betrekking op het in gang gezette proces van 'bijkomen'. Deze iemand, buiten bewustzijn, dus half dood, is op dit moment letterlijk gedepersonaliseerd, wat extra benadrukt wordt door het gebruik van dan is dat, ergens en men. En daarbij komt dan nog het zorgeloze glimlachen van de zuster die het 'pakketje' efficiŽnt op de plaats van bestemming gebracht heeft.

In de tweede strofe blijkt dat het perspectief van de waarneming van de terugkerende patiŽnt ligt bij de vijf patiŽnten die al op zaal liggen: zij horen hoe hij aankomt, zien het bed binnengereden worden en hoe de bedgordijnen worden dichtgetrokken om hem te isoleren. Het is opvallend hoe sterk er met het herhaalde ons op gewezen wordt, dat de vijf anderen bij elkaar horen, ťťn zijn.

De derde en vierde strofe blijven bij dit moment van terugkeer op zaal, er verloopt geen tijd. Straks en morgen worden vanuit het nu beleefd en centraal staat daarbij de beschrijving van de pijn die de patiŽnt zal dienen te verduren, een pijn waarvan hij het idee zal hebben, dat nooit eerder iemand zoiets ergs heeft moeten verdragen: Het zal hem zijn / of hij de eerste is die zo diep buigt. Het is een pijn die alleen te overleven valt, als je je er niet tegen verzet, je je eraan overgeeft, je er diep voor buigt. En Ė kennelijk essentieel - alsof je de eerste was en de enige.

De vierde strofe beschrijft in de eerste twee regels op identieke wijze hoe de volgende dag een nieuwe pas geopereerde patiŽnt op zaal gebracht zal worden. Deze nieuwe 'iemand' is echter niet dezelfde als hij uit regel 3: deze hij is nu een van ons, de nieuwe patiŽnt kan dat pas worden, als hij zijn eigen pijnervaring doorleefd heeft.

Is dit nu alleen maar een ziekenhuisgedicht over het feit dat een doorstane operatie tot een bepaalde onderlinge 'patiŽntensolidariteit' leidt?
In Ottens bundel Na de nachttrein (Querido 1988) staan vier gedichten die zich in een ziekenhuis afspelen, waarvan 'Op zaal' het eerste is. Ze zijn alle vier opgenomen in zijn verzamelbundel Eerdere gedichten uit 2000, maar in een vroegere keuze uit eigen werk, Het was missen op het eerste gezicht (Van Oorschot 1994) stonden ze niet.
Vůůr Ottens bekering tot het katholicisme deden de gedichten er kennelijk minder toe dan daarna en alleen al uit 'Op zaal' blijkt waarom: er is sprake van een soort initiatie, een diep doorleefde persoonlijke inwijding, die juist omdat zij ook door anderen beleefd werd, uniek is Ė het kenmerk van iedere authentieke geloofservaring.
In zieke, geschonden toestand is de mens niets, nietswaardig, een 'on-persoon', geÔsoleerd, alleen; hij leeft amper, is half dood, is 'geen mens'. De ervaring van hevige pijn, diepe smart, een groot lijden, waarin de mens zo klein is dat hij niet zijn kan, is een noodzakelijke voorwaarde om een levend mens te worden. Mits hij begrijpt dat het feit dat er in hem, in zijn bestaan, 'gesneden' moest worden, gebeurde met het oog op zijn uiteindelijke redding. Diep moet hij die is als gras of als een korenhalm buigen, wil hij leven. Slechts de graankorrel die 'sterft', brengt immers vrucht voort.
Voor Willem Jan Otten is het meer dan een strohalm. 'Op zaal' kan worden gelezen als een doop. Wie zou die zuster zijn?


Met dank aan Pim Heuvel (pimheuvelapenstaartjehotmail.com), die het gedicht aanreikte. Het is i.v.m. met gezondheidsproblemen helaas tevens Pims laatste bijdrage aan de Klassiekers. Gelukkig blijven zijn analyses op de site te raadplegen en is er ook altijd nog Erwtjes blazen naar de zon, zijn voortreffelijke boek over het lezen van moderne poŽzie (Dimensie Boeken, Leiden 1999, ISBN 90 6412-118-4).




Joop Leibbrand
joopleibbrand apenstaartje klassiekegedichten.net


Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
  2 J.P. Rawie - Interieur
  3 Jan Kal - Mont Ventoux
  4 Jan Emmens - Voor de kade
  5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend
  6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
  7 Gerrit Achterberg - Dryade
  8 Gerard Reve - Wiegelied
  9 Paul van Ostaijen - Melopee
10 Hanny Michaelis - Het kind
11 J.C. Bloem - De nachtegalen
12 Gerrit Achterberg - Verzoendag
13 Hans Warren - Bekentenis
14 E. du Perron - Het kind dat wij waren
15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17 H. Roland Holst - De zachte krachten
18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19 J.H. Leopold - Staren door het raam
20 Han G. Hoekstra - De ceder
21 Paul Rodenko - Het beeld
22 Anna Blaman - De Spin
23 Martinus Nijhoff - Moeder
24 Martinus Nijhoff - Impasse
25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27 Ad Zuiderent - Tuinpad
28 Jan Hanlo - Oote
29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31 Jacques Hamelink - Grijsaard
32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34 Ed. Hoornik - Overgang
35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36 Jan Kuijper - Statica
37 Lucebert - vrede
38 Lucebert - gedicht
39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40 Anthonie Donker - Achterbalcon
41 Gerrit Kouwenaar - men moet
42 Anneke Brassinga - Roeping
43 Jan Arends - drie gedichten
44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45 Ria Borkent - Sieraad
46 Simon Vestdijk - Het kind
47 Jac. van Hattum - Visvangst
48 Simon Vestdijk - De overlevende
49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50 Leo Vroman - Een boot
51 W. F. Hermans - Bewaakte overweg
52 H. Marsman - 'Paradise regained'
53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling


* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres
Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).