25 augustus 2004
J. H. Leopold - Regen
Een analyse door
Edith de Gilde
Lezers reageren
Op de bespreking van LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, van
J. A. dèr Mouw kwamen afgezien van enkele complimenten geen reacties binnen.
Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
joopleibbrand apenstaartje klassiekegedichten.net
De volgende aflevering verschijnt op 22 september 2004.
Onderwerp van bespreking is dan 'Gelovig soms' van Jan G. Elburg.
Regen
De bui is afgedreven;
aan den gezonken horizont
trekt weg het opgestapelde, de rond-
gewelfde wolken; over is gebleven
het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen
een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.
En hier nog aan het vensterglas
aan de bedroefde ruiten
beeft in wat nu weer buiten
van winderigs in opstand was
een druppel van den regen,
kleeft aangedrukt er tegen,
rilt in het kille licht.
en al de blinking en het vergezicht,
van hemel en van aarde, akkerzwart,
stralende waters, heggen, het verward
beweeg van menschen, die naar buiten komen,
ploegpaarden langs den weg, de oude boomen
voor huis en hof en over hen de glans
der daggeboort, de diepe hemeltrans
met schitterzon, wereld en ruim heelal:
het is bevat in dit klein trilkristal.
J. H. Leopold (1865-1925)
Uit: Verzamelde verzen I, Atheneum / Polak & Van Gennep, Amsterdam 1982
(bezorgd door A.L. Sötemann en H.T.M. van Vliet)
Wat maakt een gedicht tot een Klassieker? Het was 1961, ik zat in de vijfde klas van het Haagse
Grotius Lyceum en had een leraar die ons naast zijn lessen Nederlands een cursus filosofie gaf
die onder meer via het solipsisme leidde naar de hypothese van Kant. Lang niet iedereen kon dit
extraatje waarderen. Ik wel. En toen hij ook nog eens Leopolds lange gedicht 'Oinou hena stalagmon'
behandelde, ervoer ik voor het eerst wat ik later het Alice in Wonderland-gevoel ben gaan noemen:
de sensatie een andere wereld in te tuimelen. De duizelingwekkende gedachte dat alles alles
beïnvloedt, dat niets zonder gevolgen blijft en dat gevat in sappige beelden zoals een druppel
wijn die in zee wordt gegoten of een appel die van de stam valt - als geen ander was dit het
gedicht dat mijn zestienjarige geest opende voor wat poëzie kan zijn, kan doen. Als dat geen
Klassieker is...
'Regen', voor het eerst gepubliceerd in Leopolds eigen selectie
Verzen die in 1914 verscheen,
dateert uit dezelfde periode als 'Oinou hena stalagmon'. De hoogleraren G.J. Dorleijn (
Lexicon
van literaire werken, Groningen 1989) en J.D.F. van Halsema (Het teleurgestelde intellect,
artikel in
Trouw, 9-11-1990) verdelen zijn werk in drie perioden. De datering van de tweede
periode, waaruit zowel 'Oinou' als 'Regen' stammen, verschilt bij beide Leopoldkenners enigszins.
Dorleijn laat deze beginnen in 1900 en in 1910 eindigen. De periode kenmerkt zich volgens hem door
een 'grotere verstechnische constructiviteit' en door het verwerken van filosofische theorieën.
Hij noemt de gedichten uit deze periode wat afstandelijker en objectiever dan de eerdere. Ook Van
Halsema wijst erop, dat Leopold in deze periode - die hij dateert tussen 1900 en 1915 - zijn
bestudering van een groot aantal filosofen op poëtische wijze verwerkt. In 'Oinou' is dit
overduidelijk, in 'Regen' iets minder nadrukkelijk, maar toch onmiskenbaar.
A.L. Sötemann gaf in de
Nieuwe Taalgids, november 1974, een uitgebreide analyse van 'Regen'
waarin ook hij de objectiviteit van het gedicht opmerkt, dit in tegenstelling tot de meeste andere
gedichten in
Verzen: "Er zijn maar weinig gedichten in
Verzen die niet rechtstreeks
of althans door het beeldgebruik getuigen van een sterke emotionele betrokkenheid van de dichter".
Sötemann onderscheidt vier lagen in het gedicht: "In eerste instantie is het een natuurgedicht,
vervolgens is er een filosofisch niveau, ten derde een psychologische laag, en ten slotte is het
een uitzonderlijk knap voorbeeld van een volkomen 'gesloten' poëtologisch vers". De filosofie is
aanwezig in de zienswijze dat het kleine het geheel vertegenwoordigt en het geheel in het kleine
aanwezig is. Het psychologisch niveau betreft de heftige gemoedsbewogenheid (te vergelijken met
een hevige regenbui) en de rust die daarop volgt. Op poëtologisch niveau ten slotte zou het
gedicht zelf kunnen worden vergeleken met een trilkristal dat het hele heelal weerspiegelt en in
zich draagt.
Op deze analyse lijkt weinig af te dingen. Zeker zijn de vier lagen die Sötemann noemt in het
gedicht terug te vinden. De filosofische en psychologische interesseren me het meest. De
natuurcomponent is door Leopold prachtig en zeer zorgvuldig uitgewerkt, maar het gaat in dit
gedicht uiteindelijk niet om de tastbare werkelijkheid. De poëticale laag hangt in feite aan maar
één woord: 'dit' in de laatste regel. Wat ik me afvraag, als ik kijk naar de psychologische laag,
is waar de sympathie van de dichter ligt: bij de beroering van de regenbui of bij de hervonden
rust. De rust in de natuur wordt weergegeven als 'kil': het kille blauw, het kille licht. Weliswaar
zijn de ruiten 'bedroefd' en kan de druppel die ertegenaan kleeft gemakkelijk als een traan worden
gezien, maar in die traan liggen wel hemel en aarde besloten. De druppel, het vergankelijke,
trillende, kwetsbare, bedroefde, heeft een binding met het leven die het strakgespannen, kille
blauw van de wolkenloze hemel ontbeert. Te denken geeft me de passage 'wat nu weer buiten / van
winderigs in opstand was'. Nu weer buiten? Is er binnen ook een opstandige bui geweest? Misschien
is ook de titel veelzeggend. Lang niet alle gedichten van Leopold dragen een titel. In dit gedicht
heeft het geregend, maar het is nu droog. Toch heet het gedicht 'Regen'. Het klein trilkristal dat
alles wat is voor een ogenblik in zich draagt, kan alleen ontstaan als het geregend heeft. In zijn
psychologische component is het gedicht bepaald niet objectief.
Er bestaat nog een gedicht van Leopold dat de titel 'Regen' draagt. Het behoort tot de vele
nagelaten gedichten, gedichten dus die tijdens zijn leven niet zijn gepubliceerd. In dit gedicht
regent het wel:
Regen
Schaduwen van wie er gaat
ingedoken over straat,
kleeren, hoofd en voetenhak
weggeëffend, grauw en vlak
als lei.
Tuin en schutting allebei,
heesters, perken en jasmijnen
opgetild in een verdwijnen
en het uitgerafeld pad
heeft ook zijn stil verlies gehad.
Tusschen bleeke huizenmuren
hangt de dag van trage uren,
evenwicht naar alle zijd;
in den stilstand van den tijd
lekt het sijpend oogenblik
tik, tik.
Ook een echte Leopold en dat niet alleen door het typerende 'een verdwijnen'. Hier speelt de regen
een heel andere rol; er is geen hevige bui die een strakke blauwe lucht en een enkele, heldere,
trillende druppel achterlaat, maar een gemiezer dat alles grauw, vlak en bleek maakt. Waar in het
eerste 'Regen' het klein trilkristal voor een ogenblik verbondenheid bracht, tikken hier de gestaag
vallende regendruppels de ogenblikken van een donkere dag weg.
Even ben ik weer zestien. Even sta ik weer 'op de plecht, gekarteld uit het hout' en zie van de
offerschaal de wijn geplengd worden. Weer voel ik mee hoe die éne purperen druppel, die 'enkle
pereling' in de oceaan doordringt en die voorgoed verandert. Een klein trilkristal, een sijpend
ogenblik, die éne druppel wijn, transparant, troebel of rijk van kleur: Leopold is voor mij de
dichter van het onvergetelijke moment.
Eerder verschenen: 1
M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2
J.P. Rawie - Interieur
3
Jan Kal - Mont Ventoux
4
Jan Emmens - Voor de kade
5
M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6
Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7
Gerrit Achterberg - Dryade
8
Gerard Reve - Wiegelied
9
Paul van Ostaijen - Melopee
10
Hanny Michaelis - Het kind
11
J.C. Bloem - De nachtegalen
12
Gerrit Achterberg - Verzoendag
13
Hans Warren - Bekentenis
14
E. du Perron - Het kind dat wij waren
15
P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16
H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17
H. Roland Holst - De zachte krachten
18
W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19
J.H. Leopold - Staren door het raam
20
Han G. Hoekstra - De ceder
21
Paul Rodenko - Het beeld
22
Anna Blaman - De Spin
23
Martinus Nijhoff - Moeder
24
Martinus Nijhoff - Impasse
25
Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26
Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27
Ad Zuiderent - Tuinpad
28
Jan Hanlo - Oote
29
Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30
Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31
Jacques Hamelink - Grijsaard
32
Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33
Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34
Ed. Hoornik - Overgang
35
Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36
Jan Kuijper - Statica
37
Lucebert - vrede
38
Lucebert - gedicht
39
Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40
Anthonie Donker - Achterbalcon
41
Gerrit Kouwenaar - men moet
42
Anneke Brassinga - Roeping
43
Jan Arends - drie gedichten
44
Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45
Ria Borkent - Sieraad
46
Simon Vestdijk - Het kind
47
Jac. van Hattum - Visvangst
48
Simon Vestdijk - De overlevende
49
Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50
Leo Vroman - Een boot
51
W. F. Hermans - Bewaakte overweg
52
H. Marsman - 'Paradise regained'
53
Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54
Willem Jan Otten - Op zaal
55
Hester Knibbe - Vannacht
56
J. Slauerhoff - De ontdekker
57
J. A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58
J. A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html
* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres
|
Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële
ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt
naar girorekening 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
|
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen
toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de
auteur(s).