26 januari 2005
Frederik van Eeden -
De Waterlelie
Een analyse door
Inge Boulonois
Lezers reageren
Op de bespreking van Wij samen van Anton Korteweg kwamen verschillende
reacties binnen. Wout Joling schreef: 'De poëzie van Korteweg spreekt me niet zo aan, maar na het
lezen van deze analyse boeit dit gedicht toch. Dat is het leuke van Klassiekers. Dat dichters die
je normaliter vluchtig omslaat, meer voor je gaan leven na zo'n verdiepende bespreking.'
Bernique Touw schreef: 'Ik ben blij dat ik op het spoor van de Klassieker-reeks ben gezet! Er
was ogenblikkelijk herkenning toen ik las over de katholiek opgevoede vriendin, die niet meer
gelooft, maar desondanks nooit meer alleen is. Het gedicht van Korteweg vond ik in eerste
instantie vreemd, maar na de toelichting is dat helemaal omgeslagen. Inmiddels heb ik andere
gedichten van hem gevonden in de verzameling van Komrij. Het gedicht ''Angst" vind ik werkelijk
prachtig.'
Anton Korteweg zelf liet aan Edith de Gilde weten content te zijn met de analyse, vooral vanwege
het verband dat gelegd werd met andere gedichten en met het Kafka-motto in Geen beter leven.
Hij schreef verder nog: 'Ik ben destijds weer op psalm 139 attent gemaakt bij de begrafenis van
Frans Kellendonk in de St.-Nicolaaskerk in Amsterdam, toen pater Van Kilsdonk enkele verzen eruit
las. Vergelijk ook de laatste versregels van Rilke's 'Herbst': Und doch ist Einer, welcher dieses
Fallen / unendlich sanft in seinen Händen hält.
Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
De volgende aflevering verschijnt op 23 februari 2005.
Onderwerp van bespreking is dan
'Nacht' van
Leo Vroman
.
De Waterlelie
Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.
Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.
Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer…
Frederik van Eeden (1860-1932)
Uit: Van de passielooze lelie, W. Versluys, Amsterdam, 1901
(De spelling is hier gemoderniseerd.)
De maker van dit zeer bekende gedicht was niet alleen schrijver, maar ook arts, psychiater en
utopist. Naast serieuze poëzie schreef hij onder het pseudoniem Cornelis Paradijs parodistische
verzen (
Grassprietjes, 1885) en tevens was hij een van de meer begenadigde Nederlandse
toneelauteurs. Als een van de oprichters / redacteuren van
De Nieuwe Gids publiceerde hij
in dit tijdschrift van de Tachtigers het symbolische sprookje
De kleine Johannes, dat grote
opgang maakte. Tot zijn belangrijkste werken behoren voorts het drama
De broeders (1894) en
de psychologische roman
Van de koele meren des doods (1900).
Als wereldverbeteraar stond hij een eenvoudige levensstijl voor die verwerkelijkt zou kunnen
worden door Walden - zo genoemd naar het boek
Walden, a life in the woods (1854) van de
Amerikaanse schrijver Thoreau. In 1898 richtte Van Eeden te Bussum zijn Walden op, een streven
naar een ethisch-communistische gemeenschap. In 1907 ging dit project te gronde. In zijn latere
leven voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot het rooms-katholicisme dat hij in 1922 openlijk
aanvaardde.
Het hier besproken gedicht speelde aan het begin van de twintigste eeuw een rol in de literaire
discussie over estheticisme en naturalisme. Volgens het naturalisme, een van origine Franse
stroming, moest de kunstenaar de werkelijkheid zonder vooropgestelde ideeën over wat mooi of
lelijk, goed of slecht is, onderzoeken en weergeven. Dus niet uitsluitend de pracht van de bloem
diende getoond te worden, maar ook de slijkerige wortels moesten zichtbaar zijn. Lodewijk van
Deyssel was een Tachtiger die dat in zijn literatuur concreet gestalte gaf. Van Eeden daarentegen
vond dat walgelijk: hij genoot van de waterlelie vanwege haar schoonheid en haar kuisheid. Bij
zijn latere werk gebruikte hij de lotusbloem, die veel lijkt op de witte waterlelie, als vignet.
'De Waterlelie', een liefdesgedicht waarin een bloem wordt bezongen, is een mooi voorbeeld van
ik-lyriek. In de eerste strofe spreekt de dichter zijn liefdevolle bewondering uit. De tweede
strofe beschrijft haar ontwikkeling van donkere grond naar licht. In de laatste regels heeft zij
zich ontplooid tot peinzende wensloosheid.
Het gedicht is overwegend jambisch maar gaat zo af en toe zijn eigen gang. We zien geen eindrijm,
de regellengte varieert. In beperkte mate werd staf- en klinkerrijm gebruikt:
witte
waterlelie, l
ief en d
ie, z
o en kr
oon, st
il en
l
icht, d
onker en gev
onden. Mooi valt de klemtoon op 'Rijzend' aan het begin
van de tweede strofe; heel plastisch wordt zo de inhoud door de vorm geaccentueerd. De bloem is
gepersonifieerd: zij peinst, is blij, rust en wenst niets meer.
De witte waterlelie is het symbool bij uitstek van schoonheid en zuivere liefde. Daardoor is het
gedicht niet alleen een ode aan de waterlelie, maar tegelijk aan deze eigenschappen. In de eerste
strofe 'Ik heb de witte water-lelie lief,/ daar die zo blank is en zo stil haar kroon/ uitplooit
in 't licht' ligt al een onuitgesproken identificatie van de ikfiguur met de waterlelie besloten.
De meest voor de hand liggende interpretatie van het gedicht vormt bijgevolg het verlangen van de
dichter naar schoonheid en zuivere liefde. De andere twee strofen sluiten daar inhoudelijk
probleemloos bij aan. Heeft men deze eigenschappen gevonden, dan zijn er geen verlangens meer.
Een mens komt pas tot volledig wasdom door ontwikkeling en ontplooiing van zichzelf. Om het licht
te vinden moet hij de donkere grond verteren, het duister in hem, de schaduwzijden waarvan hij
zich niet of slechts half bewust is. Binnen de utopische visie van Van Eeden kan de waterlelie
zijn verlangen illustreren naar een ideale wereld, met daarin vanzelfsprekend de eeuwige
discrepantie tussen ideaal en werkelijkheid, tussen de prachtige bloem met het gouden hart en de
donkere, harteloze vijvergrond.
Ontegenzeggelijk heeft het gedicht een metafysische draagwijdte. Daar gaat de schrijver trouwens
zelf in zijn
Johannes Viator, het boek van de liefde (1892) expliciet op in: 'Ik ben een
witte lelie en mijn leven is het opengaan in Uw licht'. Met 'Uw licht' verwijst hij naar de liefde
van God. Hiermee zijn we beland bij de oerchristelijke en door de bijbelse Johannes verwoorde
opvatting dat God liefde is, de liefde als de ware grond van het leven. Op deze wijze wordt het
beeld van de bloem bijzonder vaak gebruikt; het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld 'Ego flos'
van Guido Gezelle. Zoals de menselijke ziel zich op het Licht richt, zo keren bloemen zich naar
het zonlicht. En zoals de ontplooide bloem haar hart toont, zo toont het hart van de tot wasdom
gekomen ziel ons de liefde. De 'stille tuin' van de ziel werd trouwens al eeuwenlang tot een
spiritueel kader geallegoriseerd waarbij de (vijver)bodem uiteraard weer de te bewerken grond van
het bestaan voorstelt.
Tenslotte kan men 'De Waterlelie' ook poëticaal lezen: de lelie is dan een gedicht van bijzondere
schoonheid en zo men wil geïnspireerd door God.
Kortom: het hier geanalyseerde gedicht draagt betekenis, die varieert van een persoonlijk loflied
op een specifieke bloem tot een bovenpersoonlijk gedicht met een universele en tijdloze geldigheid.
Normaliter zou dit het einde vormen van deze analyse, ware het niet dat ik via internet een
vermeldenswaardige ontdekking deed. In 1887, veertien jaar vóór het besproken gedicht, verscheen
de dichtbundel
Bonte Schelpen van Elize Knuttel-Fabius (1857-1944). Daarin bevindt zich ook
een gedicht met de titel 'De Waterlelie".
De Waterlelie
Eenzaam op haar ranken stengel
Droomt een schoone witte lelie
In een'stillen waterplas
Aan haar voet het groen bekroosde,
Troebel, dichtbegroeid moeras.
Somtijds breekt het somber zwijgen
Van de nachtelijke stonden
't Rits'len van een vallend blad,
Hoort men langs den donkren oever
Schuiflen hagedis en pad.
Maar de witte waterlelie
Wiegelt droomend op haar stengel,
Blikkend naar den hemeltrans;
In haar kelk, den smetloos reinen,
Werpt de maan haar zilverglans.
Formeel een heel ander vers, bestaande uit drie kwintijnen, een trocheïsch metrum met elisie. Naar
hedendaagse maatstaven uiterst gekunsteld en oubollig. De titel is precies hetzelfde, ook wordt
personificatie gebruikt, Knuttel bezingt eveneens de schoonheid van de stille witte waterlelie
met de voet in de grond etc.; de vele overeenkomsten hoef ik hier niet verder op te sommen, die
zijn evident.
In de
Nieuwe Gids van 1887 - Van Eeden was toen redacteur - wordt in de rubriek literaire
kroniek haar pas uitgegeven bundel
Bonte Schelpen besproken. Volgens de chroniqueur waren
daarin slechts acht gedichten enigszins de moeite waard. Over de rest, waaronder Knuttels 'De
waterlelie', schreef hij:
't Zijn de een dit, de ander dat: albumversjes in den Genestetschen trant en met even slappe
factuur; sentimentaliteit in antithesen, zooals Beets ze heeft; onverdienstelijke paraphrases
van Heine; water- en melkachtige navolgingen van Jacques Perk; solpartijtjes met kinderen,
en 'jong moedertje' voorop; gevoelige dames-banaliteiten op rijm, enfin - Zangen voor de Vrije
Gemeente. Dag Mevrouw!
De naam van de schrijver van deze denigrerende regels staat niet vermeld, maar als redacteur zal
Van Eeden er op z'n minst zijn fiat aan hebben gegeven. Veertien jaar later vond Van Eeden de
inhoud van Elize Knuttels vers wèl goed genoeg om zich er onmiskenbaar door te laten inspireren.
Door al die banaliteiten en slappe sentimentaliteiten dus…
Eerder verschenen: 1
M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2
J.P. Rawie - Interieur
3
Jan Kal - Mont Ventoux
4
Jan Emmens - Voor de kade
5
M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6
Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7
Gerrit Achterberg - Dryade
8
Gerard Reve - Wiegelied
9
Paul van Ostaijen - Melopee
10
Hanny Michaelis - Het kind
11
J.C. Bloem - De nachtegalen
12
Gerrit Achterberg - Verzoendag
13
Hans Warren - Bekentenis
14
E. du Perron - Het kind dat wij waren
15
P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16
H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17
H. Roland Holst - De zachte krachten
18
W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19
J.H. Leopold - Staren door het raam
20
Han G. Hoekstra - De ceder
21
Paul Rodenko - Het beeld
22
Anna Blaman - De Spin
23
Martinus Nijhoff - Moeder
24
Martinus Nijhoff - Impasse
25
Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26
Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27
Ad Zuiderent - Tuinpad
28
Jan Hanlo - Oote
29
Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30
Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31
Jacques Hamelink - Grijsaard
32
Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33
Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34
Ed. Hoornik - Overgang
35
Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36
Jan Kuijper - Statica
37
Lucebert - vrede
38
Lucebert - gedicht
39
Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40
Anthonie Donker - Achterbalcon
41
Gerrit Kouwenaar - men moet
42
Anneke Brassinga - Roeping
43
Jan Arends - drie gedichten
44
Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45
Ria Borkent - Sieraad
46
Simon Vestdijk - Het kind
47
Jac. van Hattum - Visvangst
48
Simon Vestdijk - De overlevende
49
Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50
Leo Vroman - Een boot
51
W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52
H. Marsman - 'Paradise regained'
53
Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54
Willem Jan Otten - Op zaal
55
Hester Knibbe - Vannacht
56
J. Slauerhoff - De ontdekker
57
J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58
J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59
J.H. Leopold - Regen
60
Jan G. Elburg - gelovig soms
61
J.C. Bloem - Insomnia
62
J.H. Leopold - Saadi
63
Anton Korteweg - Wij samen
* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html
* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres
Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële
ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt
naar girorekening 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen
toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de
auteur(s).