Klassiekers (64)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

26 januari 2005

Frederik van Eeden - De Waterlelie


Een analyse door Inge Boulonois


Op het adres http://klassiekegedichten.net zijn alle Klassiekers te raadplegen,
compleet met poëtisch woordenboek.


Lezers reageren

Op de bespreking van Wij samen van Anton Korteweg kwamen verschillende reacties binnen. Wout Joling schreef: 'De pozie van Korteweg spreekt me niet zo aan, maar na het lezen van deze analyse boeit dit gedicht toch. Dat is het leuke van Klassiekers. Dat dichters die je normaliter vluchtig omslaat, meer voor je gaan leven na zo'n verdiepende bespreking.'
Bernique Touw schreef: 'Ik ben blij dat ik op het spoor van de Klassieker-reeks ben gezet! Er was ogenblikkelijk herkenning toen ik las over de katholiek opgevoede vriendin, die niet meer gelooft, maar desondanks nooit meer alleen is. Het gedicht van Korteweg vond ik in eerste instantie vreemd, maar na de toelichting is dat helemaal omgeslagen. Inmiddels heb ik andere gedichten van hem gevonden in de verzameling van Komrij. Het gedicht ''Angst" vind ik werkelijk prachtig.'

Anton Korteweg zelf liet aan Edith de Gilde weten content te zijn met de analyse, vooral vanwege het verband dat gelegd werd met andere gedichten en met het Kafka-motto in Geen beter leven. Hij schreef verder nog: 'Ik ben destijds weer op psalm 139 attent gemaakt bij de begrafenis van Frans Kellendonk in de St.-Nicolaaskerk in Amsterdam, toen pater Van Kilsdonk enkele verzen eruit las. Vergelijk ook de laatste versregels van Rilke's 'Herbst': Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen / unendlich sanft in seinen Hnden hlt.



Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is: Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)


De volgende aflevering verschijnt op 23 februari 2005.
Onderwerp van bespreking is dan 'Nacht' van Leo Vroman .


De Waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer


Frederik van Eeden (1860-1932)
Uit: Van de passielooze lelie, W. Versluys, Amsterdam, 1901
(De spelling is hier gemoderniseerd.)





De maker van dit zeer bekende gedicht was niet alleen schrijver, maar ook arts, psychiater en utopist. Naast serieuze pozie schreef hij onder het pseudoniem Cornelis Paradijs parodistische verzen (Grassprietjes, 1885) en tevens was hij een van de meer begenadigde Nederlandse toneelauteurs. Als een van de oprichters / redacteuren van De Nieuwe Gids publiceerde hij in dit tijdschrift van de Tachtigers het symbolische sprookje De kleine Johannes, dat grote opgang maakte. Tot zijn belangrijkste werken behoren voorts het drama De broeders (1894) en de psychologische roman Van de koele meren des doods (1900).
Als wereldverbeteraar stond hij een eenvoudige levensstijl voor die verwerkelijkt zou kunnen worden door Walden - zo genoemd naar het boek Walden, a life in the woods (1854) van de Amerikaanse schrijver Thoreau. In 1898 richtte Van Eeden te Bussum zijn Walden op, een streven naar een ethisch-communistische gemeenschap. In 1907 ging dit project te gronde. In zijn latere leven voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot het rooms-katholicisme dat hij in 1922 openlijk aanvaardde.

Het hier besproken gedicht speelde aan het begin van de twintigste eeuw een rol in de literaire discussie over estheticisme en naturalisme. Volgens het naturalisme, een van origine Franse stroming, moest de kunstenaar de werkelijkheid zonder vooropgestelde ideen over wat mooi of lelijk, goed of slecht is, onderzoeken en weergeven. Dus niet uitsluitend de pracht van de bloem diende getoond te worden, maar ook de slijkerige wortels moesten zichtbaar zijn. Lodewijk van Deyssel was een Tachtiger die dat in zijn literatuur concreet gestalte gaf. Van Eeden daarentegen vond dat walgelijk: hij genoot van de waterlelie vanwege haar schoonheid en haar kuisheid. Bij zijn latere werk gebruikte hij de lotusbloem, die veel lijkt op de witte waterlelie, als vignet.

'De Waterlelie', een liefdesgedicht waarin een bloem wordt bezongen, is een mooi voorbeeld van ik-lyriek. In de eerste strofe spreekt de dichter zijn liefdevolle bewondering uit. De tweede strofe beschrijft haar ontwikkeling van donkere grond naar licht. In de laatste regels heeft zij zich ontplooid tot peinzende wensloosheid.

Het gedicht is overwegend jambisch maar gaat zo af en toe zijn eigen gang. We zien geen eindrijm, de regellengte varieert. In beperkte mate werd staf- en klinkerrijm gebruikt: witte waterlelie, lief en die, zo en kroon, stil en licht, donker en gevonden. Mooi valt de klemtoon op 'Rijzend' aan het begin van de tweede strofe; heel plastisch wordt zo de inhoud door de vorm geaccentueerd. De bloem is gepersonifieerd: zij peinst, is blij, rust en wenst niets meer.

De witte waterlelie is het symbool bij uitstek van schoonheid en zuivere liefde. Daardoor is het gedicht niet alleen een ode aan de waterlelie, maar tegelijk aan deze eigenschappen. In de eerste strofe 'Ik heb de witte water-lelie lief,/ daar die zo blank is en zo stil haar kroon/ uitplooit in 't licht' ligt al een onuitgesproken identificatie van de ikfiguur met de waterlelie besloten. De meest voor de hand liggende interpretatie van het gedicht vormt bijgevolg het verlangen van de dichter naar schoonheid en zuivere liefde. De andere twee strofen sluiten daar inhoudelijk probleemloos bij aan. Heeft men deze eigenschappen gevonden, dan zijn er geen verlangens meer. Een mens komt pas tot volledig wasdom door ontwikkeling en ontplooiing van zichzelf. Om het licht te vinden moet hij de donkere grond verteren, het duister in hem, de schaduwzijden waarvan hij zich niet of slechts half bewust is. Binnen de utopische visie van Van Eeden kan de waterlelie zijn verlangen illustreren naar een ideale wereld, met daarin vanzelfsprekend de eeuwige discrepantie tussen ideaal en werkelijkheid, tussen de prachtige bloem met het gouden hart en de donkere, harteloze vijvergrond.

Ontegenzeggelijk heeft het gedicht een metafysische draagwijdte. Daar gaat de schrijver trouwens zelf in zijn Johannes Viator, het boek van de liefde (1892) expliciet op in: 'Ik ben een witte lelie en mijn leven is het opengaan in Uw licht'. Met 'Uw licht' verwijst hij naar de liefde van God. Hiermee zijn we beland bij de oerchristelijke en door de bijbelse Johannes verwoorde opvatting dat God liefde is, de liefde als de ware grond van het leven. Op deze wijze wordt het beeld van de bloem bijzonder vaak gebruikt; het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld 'Ego flos' van Guido Gezelle. Zoals de menselijke ziel zich op het Licht richt, zo keren bloemen zich naar het zonlicht. En zoals de ontplooide bloem haar hart toont, zo toont het hart van de tot wasdom gekomen ziel ons de liefde. De 'stille tuin' van de ziel werd trouwens al eeuwenlang tot een spiritueel kader geallegoriseerd waarbij de (vijver)bodem uiteraard weer de te bewerken grond van het bestaan voorstelt.
Tenslotte kan men 'De Waterlelie' ook poticaal lezen: de lelie is dan een gedicht van bijzondere schoonheid en zo men wil genspireerd door God.
Kortom: het hier geanalyseerde gedicht draagt betekenis, die varieert van een persoonlijk loflied op een specifieke bloem tot een bovenpersoonlijk gedicht met een universele en tijdloze geldigheid.

Normaliter zou dit het einde vormen van deze analyse, ware het niet dat ik via internet een vermeldenswaardige ontdekking deed. In 1887, veertien jaar vr het besproken gedicht, verscheen de dichtbundel Bonte Schelpen van Elize Knuttel-Fabius (1857-1944). Daarin bevindt zich ook een gedicht met de titel 'De Waterlelie".

De Waterlelie

Eenzaam op haar ranken stengel
Droomt een schoone witte lelie
In een'stillen waterplas
Aan haar voet het groen bekroosde,
Troebel, dichtbegroeid moeras.

Somtijds breekt het somber zwijgen
Van de nachtelijke stonden
't Rits'len van een vallend blad,
Hoort men langs den donkren oever
Schuiflen hagedis en pad.

Maar de witte waterlelie
Wiegelt droomend op haar stengel,
Blikkend naar den hemeltrans;
In haar kelk, den smetloos reinen,
Werpt de maan haar zilverglans.


Formeel een heel ander vers, bestaande uit drie kwintijnen, een trochesch metrum met elisie. Naar hedendaagse maatstaven uiterst gekunsteld en oubollig. De titel is precies hetzelfde, ook wordt personificatie gebruikt, Knuttel bezingt eveneens de schoonheid van de stille witte waterlelie met de voet in de grond etc.; de vele overeenkomsten hoef ik hier niet verder op te sommen, die zijn evident.
In de Nieuwe Gids van 1887 - Van Eeden was toen redacteur - wordt in de rubriek literaire kroniek haar pas uitgegeven bundel Bonte Schelpen besproken. Volgens de chroniqueur waren daarin slechts acht gedichten enigszins de moeite waard. Over de rest, waaronder Knuttels 'De waterlelie', schreef hij:

't Zijn de een dit, de ander dat: albumversjes in den Genestetschen trant en met even slappe factuur; sentimentaliteit in antithesen, zooals Beets ze heeft; onverdienstelijke paraphrases van Heine; water- en melkachtige navolgingen van Jacques Perk; solpartijtjes met kinderen, en 'jong moedertje' voorop; gevoelige dames-banaliteiten op rijm, enfin - Zangen voor de Vrije Gemeente. Dag Mevrouw!


De naam van de schrijver van deze denigrerende regels staat niet vermeld, maar als redacteur zal Van Eeden er op z'n minst zijn fiat aan hebben gegeven. Veertien jaar later vond Van Eeden de inhoud van Elize Knuttels vers wl goed genoeg om zich er onmiskenbaar door te laten inspireren. Door al die banaliteiten en slappe sentimentaliteiten dus

Inge Boulonois
Xingeboulonois@quicknet.nlX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
  2 J.P. Rawie - Interieur
  3 Jan Kal - Mont Ventoux
  4 Jan Emmens - Voor de kade
  5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend
  6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
  7 Gerrit Achterberg - Dryade
  8 Gerard Reve - Wiegelied
  9 Paul van Ostaijen - Melopee
10 Hanny Michaelis - Het kind
11 J.C. Bloem - De nachtegalen
12 Gerrit Achterberg - Verzoendag
13 Hans Warren - Bekentenis
14 E. du Perron - Het kind dat wij waren
15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17 H. Roland Holst - De zachte krachten
18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19 J.H. Leopold - Staren door het raam
20 Han G. Hoekstra - De ceder
21 Paul Rodenko - Het beeld
22 Anna Blaman - De Spin
23 Martinus Nijhoff - Moeder
24 Martinus Nijhoff - Impasse
25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27 Ad Zuiderent - Tuinpad
28 Jan Hanlo - Oote
29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31 Jacques Hamelink - Grijsaard
32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34 Ed. Hoornik - Overgang
35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36 Jan Kuijper - Statica
37 Lucebert - vrede
38 Lucebert - gedicht
39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40 Anthonie Donker - Achterbalcon
41 Gerrit Kouwenaar - men moet
42 Anneke Brassinga - Roeping
43 Jan Arends - drie gedichten
44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45 Ria Borkent - Sieraad
46 Simon Vestdijk - Het kind
47 Jac. van Hattum - Visvangst
48 Simon Vestdijk - De overlevende
49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50 Leo Vroman - Een boot
51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52 H. Marsman - 'Paradise regained'
53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54 Willem Jan Otten - Op zaal
55 Hester Knibbe - Vannacht
56 J. Slauerhoff - De ontdekker
57 J.A. dr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58 J.A. dr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59 J.H. Leopold - Regen
60 Jan G. Elburg - gelovig soms
61 J.C. Bloem - Insomnia
62 J.H. Leopold - Saadi
63 Anton Korteweg - Wij samen



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).