Klassiekers (70)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

20 juli 2005

Patty Scholten - De olifant


Een analyse door Inge Boulonois


Op het adres http://klassiekegedichten.net zijn alle Klassiekers te raadplegen, compleet met poëtisch woordenboek.


Vooraf

Op de bespreking van 'Fotografie' van Gerrit Achterberg kwam geen commentaar binnen.
In deze nieuwe aflevering is er aandacht voor een gedicht van de meesteres van het serieuze light verse, de enige ware opvolgster van Kees Stip. Wij zijn benieuwd naar uw reacties.

Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar voor de site en de mailinglist moeten wel degelijk kosten gemaakt worden dus financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 17 augustus 2005.
Onderwerp van bespreking is dan 'Tuinbeeld' van Gerrit Achterberg.



De olifant

Hij stapt behoedzaam en ziet grijs van zorgen
dat hij geen muis of mier of mens vertrapt.
De rafelige oren vaal gelapt,
een slurf hangt uit, het slimme oog verborgen.

Als zak van Sinterklaas zou hij voldoen,
met in het rommelige vel cadeaus
zoals entreekaartjes voor circusshows,
veel pinda's, boekensteunen, een klaroen.

Ik weet waarom ik hem zo mild benader.
Hij draagt me naar mijn jeugd terug toen vader
bij 't olifantenperk dit vers begon:

Nu zal ik u iets wondermoois verhalen:
Heer olifant gaat aan het koffiemalen.
Hij deed het nooit, maar 'k wist dat hij het kon.


Patty Scholten (1946)

Uit: Het dagjesdier, Atlas, Amsterdam, 1995




Bij het lezen van recensies over poëziebundels, constateer ik soms dat 'connaisseurs' hun eigen smaak met kwaliteit verwarren. Het merendeel der poëzielezers weet natuurlijk dat smaken, ook die van kenners, hemelsbreed kunnen verschillen en dat poëtische kwaliteit niet te meten valt. De meest objectieve manier daarvoor hanteert consensus als criterium voor kwaliteit, i.e. overeenstemming tussen enkele 'keurmeesters', zoals in een jury gebeurt. In feite behelst dit niet meer dan een aantal bij elkaar geraapte weliswaar relevante, maar onvermijdelijk subjectieve meningen, en daarbij laat échte consensus in de praktijk wel eens lang op zich wachten…
Daar moeten we het mee doen; een betere manier is er niet. De ene keer zijn we het pertinent met de experts óneens, de andere keer blaken we van eensgezindheid. Zoals hier, met 'De olifant' van Patty Scholten, dat volgens mij terecht is opgenomen in De mooiste sonnetten van Nederland en Vlaanderen (Bert Bakker, 2002). Het komt uit haar debuutbundel Het dagjesdier . Komrij nam 'De olifant' al meteen op in de tiende druk (1996) van zijn bloemlezing der Nederlandse poëzie; in de tweedelige van 2004 staan zes sonnetten van haar. Vorig jaar kwam Bizonvoeten (Atlas, 2004) uit, haar vijfde bundel - de meer dan tien bibliofiele uitgaven niet meegerekend. Haar technisch perfecte en toch speelse sonnetten vormen m.i. een welkome en noodzakelijke afwisseling in het poëtische, door vrije verzen gedomineerde landschap.

Patty Scholten werd in 1946 geboren als Patricia Cecilia Klein te Den Haag. Met haar vader en zus ging ze als kind vaak naar Artis en tijdens de middelbare school meldde ze zich daar voor vrijwilligerswerk aan. Na een paar jaar biologie aan de Gemeente Universiteit te Amsterdam te hebben gestudeerd, werd ze stripschrijfster en werkte mee aan weekbladen als Donald Duck en Tina. Haar debuut als dichteres vond op negenenveertigjarige leeftijd plaats. Haar sonnetten gaan dikwijls over dieren, over allerlei dieren: van katten tot wateranemonen, van bizons tot rendieren. In 1999 zijn de gedichten uit haar debuut samen met die uit Ongekuste kikkers (Atlas, 1997) opnieuw uitgegeven als Traliedieren (Atlas, 1999); ze werden als snel 'zoosonnetten' genoemd. Zowel haar debuut als Een tuil zeeanemonen (Atlas, 2000) werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs.
Ze dicht niet uitsluitend over dieren; van haar hand verschenen ook herfstkwatrijnen, horeca- en reissonnetten. Door de humoristische toets bestempelde men haar poëzie al gauw tot light verse, hetgeen de indruk wekt dat haar werk slechts diverterend , dus eendimensionaal en lichtgewicht is. Geheel ten onrechte want ook inhoudelijk valt aan haar poëzie het een en ander te beleven. Diepgang en humor zijn in poëzie natuurlijk even elementair en onmisbaar als in het dagelijks leven.

Formeel is 'De olifant' een volmaakt en klankrijk sonnet met in totaal veertien regels, waarvan de eerste twee kwatrijnen het octaaf vormen en de twee terzetten of terzinen het sextet. Het metrum is pentametrisch jambisch; in het sextet heeft de dichteres elisie toegepast ('k, 't). Het rijmschema van de kwatrijnen is abba, dat van het sextet ccd eed en de volta vindt tussen octaaf en sextet plaats. 'De olifant' is autobiografisch en behoort tot een van de eerste verzen van Patty Scholten nadat zij rond 1990 de dichtkunst had opgepakt. Dat is van het eindrijm af te lezen want in haar latere sonnetten gebruikt ze in het octaaf twee in plaats van vier rijmklanken.

In de eerste regel ziet de lezer al direct de logge olifant voor zich. Deze heeft menselijke eigenschappen, want hij ziet grijs van zorgen en loopt behoedzaam. Het metrum is niet voor niets jambisch: de olifant stapt met de klemtoonloze 'hij' het vers in, valt niet met de deur in huis. In de drie regels daarna volgt de visuele uitwerking: rafelig, oud en vaal, gelapte huid, grijs van bezorgdheid. Wijs is hij: stafrijm bindt zijn opvallendste orgaan, de slurf met het slimme, verborgen oog. Niets en niemand wil hij vertrappen, geen muis of mier of mens; de allitererende 'm' brengt groot en klein, traag en snel bij elkaar. De slurf hangt uit, wat doet denken aan een vlag bij feestelijke gelegenheden.

Het tweede kwatrijn beschrijft welke herinneringen het rommelige vel oproept. Plezierige gebeurtenissen uit de kindertijd drijven boven: kadeautjes, circusacts, pinda's die ongetwijfeld naar de dieren gingen, boekensteunen die vaak de vorm van olifanten hebben. De klaroen roept enerzijds sprookjesachtige connotaties op als 'En toen kwam er een olifant met een grote snuit…'; haar geschetter of geschal fungeert anderzijds als een oproep tot horen, als aankondiging van een keerpunt en als zodanig past het ingenieus bij de volta.

In het sextet duikt het lyrisch ik op dat zich ervan bewust is geworden dat de trage stap en het vel van de grijze hobbezak een specifieke herinnering oproepen. Ze benadert hem zo mild omdat haar vader indertijd bij het olifantenperk een vers inzette. Fraai gekozen is het woord perk in 'olifantenperk' verwijzend naar zowel tijd als een stukje grond. In de laatste zin realiseert de dichteres zich dat ze de olifant nooit zag koffiemalen, maar dat haar ik, nog in de wonderbare, fabelachtige belevingswereld van het kind, wist dat hij dat kon. Mooi zoals de aa-klank via de woorden 'benader', 'draagt' en 'vader' naar 'iets moois verhalen' voert.
Patty Scholten maakt hier, hetzij bewust hetzij onbewust, handig gebruik van de symboliek van de olifant als de belichaming van eeuwenoude wijsheid. Grijs, rafelig en sloom is hij van ouderdom, van wijsheid als niet-agressieve kracht. De slimme olifant maakt bij de dichteres dierbare oude herinneringen los die, zoals vaak het geval is met gegrifte jeugdindrukken, belangrijk voor later zijn; hij draagt als het ware haar toekomst aan. Boeken, in ieder geval dichtbundels, evenals dieren spelen nu een grote rol in haar leven. En zelfs de eindrijm in het citaat van haar vader, toevallig weer de aa-klank.

Boekensteunen komen overigens ook elders in Traliedieren voor en wel in het vers 'Verliefde olifanten': 'Ze staan nu boekensteunend kop aan kop/ en vlechten liefelijk hun slurven samen'. De olifanten worden hier als boekensteunen met het liefdesspel verbonden; Patty Scholtens grote liefde voor dieren is gekoppeld aan die voor boeken.
'Nu zal ik u iets wondermoois verhalen:/ Heer olifant gaat aan het koffiemalen' is mogelijk afkomstig uit een oud vers of een prentenboek. (Het zou ook reclame geweest kunnen zijn voor een koffiefabrikant. Bij het zoeken via internet kwam ik op de website van de 'Compagnie van Verre', twee belendende bedrijfspanden met een identieke voorgevel die een samenwerkingsverband hebben. In het ene resideert de sigarenfabriek De Olifant, die al sinds 1843 tabaksartikelen produceert. Het andere is van De Eenhoorn, een zaak in koffie en thee. Misschien handelde de vroegere eigenaar, ene heer Olifant, eerst alleen in sigaren, kwam daar later koffie en thee bij en is toen het citaat of het vers ontstaan…) Mocht een lezer meer over de koffiemalende olifant weten, dan hoor ik dat graag!

Van Traliedieren maakte James Brockway een Engelse vertaling die in 2002 op de markt kwam (Elephants in love and other poems, London magazine editions). Het vertalen van Patty Scholtens sonnetten met behoud van inhoud, subtiliteit, metrum en rijm, zal geen sinecure zijn geweest. Helaas overleed de vertaler kort na het verschijnen van de Engelse bundel. Van 'De olifant' is geen vertaling gemaakt. Ik eindig met de Nederlandse en buitengewoon knappe Engelse versie van 'Verliefde olifanten'. Indien u over de juiste player beschikt zijn ze hier in Real Audio te beluisteren.

VERLIEFDE OLIFANTEN

Een hels lawaai bespringt me dominant:
Een kettingzaag op volle sterkte loeiend.
Misschien een tuinman, denk ik, bomen snoeiend.
Het is een amoureuze olifant.

Hij duwt zijn kop tegen haar zachtste zijde.
Zij zet zich schrap tegen haar muzikant
en houdt zo tegen al die hartstocht stand,
of tracht ze slechts om vallen te vermijden?

Ze staan nu boekensteunend kop aan kop
en vlechten liefelijk hun slurven samen
alsof twee slangen 't minnen overnamen.
Dan meet zijn slurf haar schedelbulten op.

Wie dierenliefde voor instinkt verslijt,
zag nooit die grote zakken tederheid.


ELEPHANTS IN LOVE

Here a hellish din is dominant.
I think it's perhaps a gardener trimming trees
with a chain-saw at full blast. But, if you please,
it turns out to be an amorous elephant.

Against her flabby flank his head keeps banging.
She stiffens to resist him in her fashion
to oppose this bold musician's raging passion.
Or is she only trying to keep standing?

Now they're stood like book-ends, head to head,
and lovingly weave and wind their trunks together,
as though two snakes had taken their loving over.
His trunk then measures up her bumps instead.

Those who say: instinct, nothing more or less,
should watch these giant sacks of tenderness.

Inge Boulonois




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
  2 J.P. Rawie - Interieur
  3 Jan Kal - Mont Ventoux
  4 Jan Emmens - Voor de kade
  5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend
  6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
  7 Gerrit Achterberg - Dryade
  8 Gerard Reve - Wiegelied
  9 Paul van Ostaijen - Melopee
10 Hanny Michaelis - Het kind
11 J.C. Bloem - De nachtegalen
12 Gerrit Achterberg - Verzoendag
13 Hans Warren - Bekentenis
14 E. du Perron - Het kind dat wij waren
15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17 H. Roland Holst - De zachte krachten
18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19 J.H. Leopold - Staren door het raam
20 Han G. Hoekstra - De ceder
21 Paul Rodenko - Het beeld
22 Anna Blaman - De Spin
23 Martinus Nijhoff - Moeder
24 Martinus Nijhoff - Impasse
25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27 Ad Zuiderent - Tuinpad
28 Jan Hanlo - Oote
29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31 Jacques Hamelink - Grijsaard
32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34 Ed. Hoornik - Overgang
35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36 Jan Kuijper - Statica
37 Lucebert - vrede
38 Lucebert - gedicht
39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40 Anthonie Donker - Achterbalcon
41 Gerrit Kouwenaar - men moet
42 Anneke Brassinga - Roeping
43 Jan Arends - drie gedichten
44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45 Ria Borkent - Sieraad
46 Simon Vestdijk - Het kind
47 Jac. van Hattum - Visvangst
48 Simon Vestdijk - De overlevende
49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50 Leo Vroman - Een boot
51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52 H. Marsman - 'Paradise regained'
53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54 Willem Jan Otten - Op zaal
55 Hester Knibbe - Vannacht
56 J. Slauerhoff - De ontdekker
57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59 J.H. Leopold - Regen
60 Jan G. Elburg - gelovig soms
61 J.C. Bloem - Insomnia
62 J.H. Leopold - Saadi
63 Anton Korteweg - Wij samen
64 Frederik van Eeden - De Waterlelie
65 Leo Vroman - Nacht
66 Hans Andreus - Laatste gedicht
67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68 Gerrit Komrij - Een gedicht
69 Gerrit Achterberg - Fotografie



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).