Klassiekers (72)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

31 augustus 2005

Neeltje Maria Min - mijn moeder is mijn naam vergeten


Een analyse door Inge Boulonois


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.


Vooraf

De bespreking door Allies Ligtvoet van Vromans 'Voor wie dit leest' leverde verschillende reacties op.
Erik de Smedt schreef:
Graag reageer ik even op deze mooie analyse, helemaal in de geest van het gedicht. Zelf heb ik 'Voor wie dit leest' altijd als een gedicht over (het lezen van) een gedicht beschouwd. Maar als de aangesprokene een geliefde is, zoals Allies Ligtvoet dat overtuigend uitwerkt, wordt het een liefdesgedicht.
Over het verband tussen vorm en inhoud is meer te zeggen. Bijvoorbeeld in de beginverzen: de afstand tussen dichter en lezer/geliefde wordt voelbaar op klank- en zinsniveau: vele plofklanken (als 'd', 'k', 't') en de vooropplaatsing van het lijdend voorwerp 'gedrukte letters' plaatsen letterlijk een obstakel tussen dichter en lezer. De gewenste 'warme' communicatie zit ook in de klank van 'm', 'n' en 'w', klanken waarbij de lippen een grote rol spelen. Opmerkelijk is ook hoe afgemeten de verzen in de eerste strofe zijn: na elke regel kun je pauzeren. Als Vroman de eerste keer droomt van toenadering (al met imperatieven!) vertonen die verzen een enjambement: verzacht het vreemde door de druk verstenen (/ doorlezen!) van het geschreven woord, of spreek het uit.

Haast alle verzen tellen 10 of 11 lettergrepen, het twaalfde vers slechts 7: liefde is het enige. De witruimte erachter bevestigt de uitspraak (er is echt niets anders in mijn leven), tegelijk groeit hier al het inzicht dat liefde van twee kanten moet komen. Het slotvers telt precies de helft (5) van het gewone aantal lettergrepen: Ik heb je zo lief is een liefdesverklaring die wacht op antwoord.

Ook intertekstualiteit speelt een rol in dit gedicht: het neologisme 'wakkerlezen' aan het eind van de 4e strofe roept 'wakkerkussen' op. Net als de prins in Doornroosje krijgt de lezer de rol de schijndode schone slaapster die de op papier gedrukte letters zijn, tot leven te wekken. Dat kan slechts als het gedicht met liefde wordt gelezen. Hierbij moet ik denken aan een uitspraak van Antoine de Saint-Exupéry, de schrijver van De kleine Prins (!): 'On ne lit bien qu'avec le coeur; l'essentiel est invisible pour la tête'.

Een heel persoonlijke reactie kwam van Esther Hagers - van der Eerden:
Ik las met evenveel ontroering als vroeger, het gedicht van Vroman en kon me helemaal vinden in je analyse. Op dezelfde wijze als jij deed, ervoer ik het, misschien meer dan dertig jaar geleden. Toen behandelde ik het in mijn klas en wilde graag overbrengen wat ik ervan vond. Ik wilde dat mijn leerlingen het ook zouden voelen: die ontroering die mij aangegrepen had.
Maar tot mijn verbazing en ook een beetje verdriet reageerden ze heel anders. Ze voelden zich overrompeld, zelfs gechoqueerd. Die man kwam hun te dicht op hun huid. Ze vonden het zelfs opdringerig. Tenminste dat was hun reactie toen ik hun vroeg of ze het mooi vonden. Misschien, en dat hoop ik, konden ze er een beetje anders over denken nadat ik er mijn gedachten voor hen over had laten gaan.
Ik weet niet of het de tijd was, het was in de jaren zeventig (ik ben nu 83), maar het deed me goed om aan het eind van je betoog het andere gedicht van Vroman te lezen, dat ik niet kende. Maar waaruit ik meen te concluderen, dat hij zelf aan de mogelijkheid van deze reactie heeft gedacht, en zijn eigen visie enigszins heeft gerelativeerd.

Marnix Speybroeck ten slotte heeft 'Een weetje voor wie dit leest':
Wist je dat Vroman zich liet inspireren door Walt Whitman? Dit doet natuurlijk niets af van zijn verdienste!

'This is no book,
Who touches this touches a man,
(Is it night? are we here together alone?)
It is I you hold and who holds you,
I spring from the pages into your arms.'

(Uit: Songs of Parting, 1881)


In deze nieuwe aflevering weer een echte moderne Klassieker. Voor velen inmiddels jeugdsentiment!



Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 14 september 2005.
Onderwerp van bespreking is dan 'Lievelingsdieren' van Eva Gerlach.



mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.


Neeltje Maria Min (1944)

Uit: voor wie ik liefheb wil ik heten, Bakker|Daamen, Den Haag 1e dr. 1966




Zelden is een gedicht uit een debuut zo ingeslagen. De poëzie van Neeltje Maria Min (1944) beleefde indertijd herdruk op herdruk, maar liefst 80.000 exemplaren zijn verkocht (met een eerste druk van meteen al 7000 ex.). De bundel prijkte op mijn bescheiden boekenplank naast Toi et moi en Vous et moi van Paul Géraldy, zoete brave liefdespoëzie waar je heerlijk bij weg kon zwijmelen. Het titelgedicht 'Voor wie ik liefheb wil ik heten' had in mijn omgeving de bekendheid van een Schlager. Journalisten reisden en masse naar Mins woonplaats Bergen, waar ze niet veel wijzer werden van het weinig mededeelzame talent dat met haar kind van anderhalf bij haar ouders inwoonde.

In de bestseller dichtte zij op vrijwel onbeïnvloede wijze over de verhoudingen binnen het gezin, de relatie tot haar ouders die haar vreemd bleven en over de onvindbare liefde. De tweede bundel, Een vrouw bezoeken (Bert Bakker, 1985), kon in het licht van het succes van de eerste alleen maar tegenvallen en dat gebeurde dan ook. Voor Kindsbeen (De Bezige Bij, 1996), de derde en tot nu toe laatste bundel, ontving ze de Pico Belloprijs 1996. De recensenten prezen deze nieuwe gedichten om hun heldere gekkigheden; tegelijk werd haar tweede bundel met terugwerkende kracht gewaardeerd. In Komrij's tweedelige bloemlezing van de 19de t/m de 21ste eeuw (2004) staan zes gedichten van Neeltje Maria Min, waaronder dit legendarische exemplaar.

Zo populair als het was, zo weinig begreep ik als twintigjarige van de inhoud. Reden genoeg om het gedicht, bijna vier decennia later, eens onder de loep te leggen.
Het meeslepende karakter zit hem voor een groot deel in de vorm: kort, metrisch, heldere structuur bestaande uit terzine, Perzisch kwatrijn en slotregel. De eerste drie en de laatste twee regels zijn viervoetig jambisch, regel vijf en zes viervoetig trocheïsch. Het wemelt van gelijkluidende klanken. De ij-klank komt maar liefst dertien keer in het gedicht voor, vooral door 'mij' en 'mijn'. Het eindrijm bevat óf de ee- óf de aa-klank. De zin die met 'o' begint vormt een exclamatie, de hele tweede strofe, waarin zo duidelijk tot anderen het woord gericht wordt, is een zogenaamde apostrof.

Het lyrisch-ik, tegelijk kind en moeder, vraagt zich in de terzine af hoe ze zich geborgen kan weten, terwijl haar kind nog niet eens weet hoe zij heet en haar moeder haar naam is 'vergeten'. Na een blanco regel spreekt zij zich uit: ze wil dat iemand haar bij de naam noemt, zodat haar bestaan bevestigd wordt, haar naam 'als een keten' wordt; ze wil genoemd worden bij haar 'diepste naam'. De functioneel eenzaam gepositioneerde slotregel laat zich lezen als de gevolgtrekking die de ikfiguur maakt: ze wil, voor wie zij liefheeft, bij haar diepste naam genoemd worden. Hier, in tegenstelling tot de 'snelle' titel van de bundel, mét komma.
Kennelijk is het kind te klein om haar naam te kennen. Haar moeder zou haar naam moeten weten, maar is die vergeten. Dat er sprake is van amnesie ligt niet voor de hand, dus zal bedoeld worden dat de moeder de dochter 'ont-kent' omdat bijvoorbeeld de identiteit haar vreemd is, of omdat de moeder-dochterrelatie slecht is, waardoor ze zich unheimisch, niet geborgen voelt.

Wie met de, als een bezweringsformule klinkende, tweede strofe aangesproken wordt, is niet meteen duidelijk. Deze staat in de imperatief. Meteen na het werkwoord 'noem' volgt het persoonlijke voornaamwoord 'mij', - 'noem mij' is hier bovendien een repetitio - in de laatste regel ook nog eens voorafgegaan door de uitroep 'o', d.w.z. het gaat om een zeer dringend verzoek: de ikfiguur verlangt intens dat iemand haar bij haar naam noemt. Wordt hier misschien bedoeld dat de naam de mensen als een keten met elkaar verbindt? Met een naam geeft men elkaar bestaan, ontstijgt men aan de anonimiteit, word je gekend, ken je elkaar. Een beetje tenminste: slechts een 'kennen van naam'. Dat klinkt heel anders dan een naam 'als een keten'. Verlangt ze misschien naar een geliefde zoals de vader van haar kind? In het kwatrijn staat eerst 'naam' en daarna 'diepste' naam, als opvallend enig adjectief in het hele vers. Het lijkt erop dat het lyrisch-ik daar al dichtend meer over te weten komt. Het zal dus niet om de oppervlakkige naam volgens de burgerlijke stand gaan.

Volgens de concluderende slotregel heeft de diepste naam alles met liefde te maken. Dat verband zit ook in de klinkerrijm van 'wie' en 'liefheb' met 'diepste' uit de voorlaatste regel. Bij een naam 'als een keten ' denk ik niet zozeer aan een of andere interpersoonlijke verbintenis en evenmin aan een trouwring die je desgewenst zo af kunt doen. Eerder aan een bovenpersoonlijke relatie. Eenmaal deze gedachtesprong gemaakt, duikt bij mij ogenblikkelijk een 'verlossende' interpretatie op. Het dringende verzoek in de tweede strofe is een smeekgebed. Daarmee roept ze het Opperwezen aan. Van hem verlangt ze bevestiging van haar bestaan in de vorm van een teken, een stem. De beide witregels en de korte metrische breking tussen 'noem mij' en 'bevestig' in de vierde regel fungeren in dit kader als stiltes waarin de ikfiguur wacht, hoopt op zo'n teken. Verwijzingen naar God en gebed duiken ook regelmatig in Mins laatste bundel Kindsbeen op: God maak dat/ het vier uur wordt, bad ik breng/ mij veilig thuis', 'gegromd gebed' en 'God wacht zijn trage ziel'.

De diepste naam roept associaties op met Efeziërs (3:17-19), waar Paulus bidt dat de gelovigen verankerd mogen worden in de diepe liefde die Christus is. 'Verankerd' sluit mooi aan bij een keten, de ketting van een anker. Ook denk ik aan Jesaja (62:2) waar de profeet tegen Gods lieveling zegt: 'U krijgt een nieuwe naam,/ een naam door God zelf gekozen.' De nieuwe naam doet weer sterk denken aan de ene, diepste naam, de stem van het levend hart, van die liefde die mensen 'als een keten', dus ijzersterk met elkaar verbindt, hechter dan via bloedbanden, krachtiger dan enig bureaucratisch trouwboekje. Geborgenheid spreekt ook uit het bekende, prachtige beeld van onze namen die geschreven staan in de palm van Gods hand.

De ikfiguur wil er zijn voor wie haar geschapen heeft, die heeft zij lief, slechts voor hem wil ze heten. Alleen zo zal ze zich geborgen en met anderen verbonden weten; zonder diepe naam, zonder die liefde geen geborgenheid. Dat lees ik zo'n veertig jaar later in het gedicht.

Inge Boulonois




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).