Klassiekers (74)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

12 oktober 2005

Gerrit Krol - Roodborstje


Een analyse door Inge Boulonois


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.


Vooraf

De bespreking door Edith de Gilde van Eva Gerlachs 'Lievelingsdieren' leverde geen relevante reacties op.
In deze nieuwe aflevering aandacht voor een gedicht van Gerrit Krol, die deo volente op 20 oktober a.s. aan de Vrije Universiteit een eredoctoraat krijgt, een onderscheiding die als volgt wordt gemotiveerd: 'Het werk van Krol wordt in hoge mate gekenmerkt door een bijzondere stijl en compositie, maar het is vooral vanwege zijn open belangstelling voor allerlei wetenschapsgebieden, voor het fenomeen wetenschap op zichzelf en voor de relatie tussen wetenschap en literatuur dat de Vrije Universiteit hem deze eretitel toekent.' Een dag later organiseert de Faculteit der Letteren het symposium 'Literatuur die ergens over gaat. Thema's in het werk van Gerrit Krol.'

Klassiekers nu ook verfilmd
Door il Luster Productions (http://www.illuster.nl) zijn in 'DICHT/VORM klassiekers' tien hoogtepunten uit zeshonderd jaar poŽziegeschiedenis verbeeld in tien animatiefilms van twee en een halve minuut.
Het betreft het Egidiuslied - anoniem (ca. 1400), Mijn lief, mijn lief - PC Hooft (1610), Aan Rika - Piet Paaltjens (1867), Zie je ik hou van je - Herman Gorter (1890), Regen - J.H. Leopold (ca.1900), Paradise Regained - Hendrik Marsman (1927), Het Kind en ik - Martinus Nijhoff (1934), Werkster - Gerrit Achterberg (1949), Niet te geloven - Remco Campert (1955) en PoŽzie is Kinderspel - Lucebert (1968).
Te zien op http://www.dichtvorm.nl.



Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 2 november 2005.
Onderwerp van bespreking is dan 'Christus als hovenier' van Ida Gerhardt.




Roodborstje

Een roodborstje dat tegen het raam tikt.
Niet tegen het raam, maar tegen het ei waarin het zit en het ei breekt in tweeŽn.
Niet het ei, maar het ijs dat scheurt van Groenland naar beneden.

Een zwarte zee, waarin witte vlakten drijven.
Geen vlakten, maar bergen.
Geen ijs, maar graniet.
Nodig voor het roodborstje om zijn snavel te scherpen.

Zijn snaveltje sterker dan het ei.

Sterker dan Groenland.


Gerrit Krol (1934)

Uit: Geen man want geen vrouw, Querido, Amsterdam 2001




Gerrit Krol (Groningen, 1934) studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur en systeemanalist. Sinds zijn officiŽle debuut als schrijver begin jaren zestig heeft hij zo'n beetje alle literaire genres beoefend. Omdat nogal wat van zijn boeken zijn gelardeerd met wiskundige formules en notaties uit de logica, neemt hij in de literaire wereld een uitzonderingspositie in. Uniek zijn Krols experimenten met computerpoŽzie in APPI (Querido,1971), acroniem van Automatic Poetry by Pointed Information, een uitgave die hij later betitelde als een 'mislukte grap'. De gedichten in Geen man, want geen vrouw, het jaar na verschijning genomineerd voor de VSB-poŽzieprijs, houden het midden tussen proza en poŽzie, een vorm waaraan Bert Schierbeek ooit de naam proezie gaf. Ze laten zich lezen als notities van observaties en associatieve gedachte-experimenten. Zijn oeuvre leverde hem ondermeer de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs op.
Voor verdere algemene informatie over de dichter verwijs ik naar zijn dossier op de website van de Koninklijke Bibliotheek.

'Roodborstje' staat met zes andere werken van Krol in Komrij's gezaghebbende tweedelige bloemlezing der Nederlandse poŽzie. Het begin is duidelijk geÔnspireerd door 'Het roodborstje aan het venster' van J.J.A. Goeverneur, een bekend kinderversje naar Wilhelm Hey: Het roodborstje pikt aan het venster: tin! tin! / En zegt: ach, doe open en laat mij er in /Ö In drie sextetten wordt een verkleumd roodborstje door een meisje binnengelaten dat goed voor het beestje zorgt. Als de winter voorbij is, wil het weer naar buiten, zij opent het raam en snel vliegt het weg. Net als bij Goeverneur is het roodborstje de protagonist. Ook de kou speelt een rol maar verder is er geen sprake van intertextualiteit. Krol vertelt geen zoetbraaf verhaaltje; zijn gedachten springen postmodern van de hak op de tak. In de eerste strofe 'transmuteert' het raam tot eierschaal en die op zijn beurt tot Groenlands ijs. In de tweede strofe blijkt het ijs weer graniet te zijn waaraan het roodborstje zijn snavel kan wetten. Dan volgt een losstaande zin met een logisch klinkende bewering. De laatste zin vormt de conclusie van het voorgaande, waardoor het geheel enigszins doet denken aan een syllogisme uit de formele logica: een aantal premissen afgesloten door een sluitrede.

Formeel is 'Roodborstje' een vrij vers; het heeft geen vast metrum of eindrijm. Zinnen variŽren in lengte en nemen steeds ťťn regel in beslag. (De weergave op Krols site van de Koninklijke Bibliotheek is onjuist.) Omdat er geen enjambementen in voorkomen - hetgeen Krol welbewust vermeden heeft - eindigen ze alle met een punt. Saillant is de herhaling van 'niet' en 'geen' aan het begin van een aantal zinnen, ontkenningen wederom ontleend aan de logica. Deze kunstgreep past Krol regelmatig in zijn poŽzie toe. Hij deelt iets mee, verwerpt het, wijzigt de mededeling met een gedachtesprong of scherpt deze aan. Aldus wordt de perceptie van de werkelijkheid op losse schroeven gezet.

'Roodborstje' is een intrigerend, spannend gedicht dat ook na meerdere herlezingen nog boeit. De recensies over de bundel Geen man, want geen vrouw variŽren van 'trucs riekend naar maniŽrisme' tot 'poŽzie van de allerbeste zondagsdichter van Nederland'. Op het achterplat van de bundel liet de dichter zelf weten Het zijn krachtige, ijzersterke verzen zonder ook maar ťťn enjambement. Jawel: ijzersterke verzen!
Waar baseert hij dit poŽtische kwaliteitsoordeel op?

Over geslaagde poŽzie heeft Gerrit Krol in de loop der jaren het een en ander gedacht en geschreven. Zo verscheen in 1985 bij Querido De schriftelijke natuur. Essays over kunst en wetenschap, oorspronkelijk gepubliceerd in De Gids (1984). In het hoofdstuk 'Over moeilijke en makkelijke poŽzie' betoogt Krol, aangespoord door Birkhoff (Aesthetic measure, Cambridge 1933), een wiskundige uit de eerste helft van de twintigste eeuw, dat een geslaagd gedicht te verklaren valt uit de verhouding tussen twee paradoxale eigenschappen en wel complexiteit en orde. Goede poŽzie is ingewikkeld ťn eenvoudig. De kunst voor een dichter is tussen die twee eigenschappen in te blijven zitten. Een vers mag niet tť ingewikkeld zijn, want dan 'verstaan' we het niet, maar evenmin tŤ ordelijk, want dan klinkt het saai. Belangrijk is dat niet de orde per se de appreciatie bepaalt, maar de complexiteit die al lezend in orde overgaat. En hier komt de lezer in beeld. Die bepaalt of het een geslaagd gedicht is door een deel van de aanvankelijke complexiteit tot orde op te lossen. M.a.w. van poŽzie genieten is in deze aan de experimentele esthetica ontleende optiek een vorm van puzzelen, van probleem oplossen. Het empirische fenomeen dat lezers verschillen in waardering voor een bepaald gedicht, komt dan voort uit hun verschillend vermogen tot het oplossen van complexiteit.

Vanzelfsprekend kun je op zo'n simpele, wiskundige benadering de nodige kritiek uitoefenen. Deze laat immers het inhoudelijke en emotionele karakter van poŽzie grotendeels buiten beschouwing. Verder zijn sommige eenvoudige gedichten ook geslaagd, terwijl er nauwelijks complexiteit valt op te lossen. Voor poŽzie, net als voor de andere vormen van kunst, bestaat uiteraard geen instrument om kwaliteit te meten. Ondanks de beperkingen is dit als idee bijzonder fascinerend, enerzijds door het dynamische karakter, anderzijds omdat zowel het gedicht als de lezer er een plaats in hebben. Voldoende reden om 'Roodborstje' eens vanuit deze mathematische optiek te belichten, om het gedicht opnieuw door te lopen aan de hand van de speculatieve benadering van de makerÖ

Zeer opvallend is de springerigheid van Krols gedachten. Hoofdzakelijk daardoor ontstaat m.i. de complexiteit van 'Roodborstje'. De als min of meer onwillekeurig overkomende gedachtesprongen zijn associaties. Een associatie is normaliter gestoeld op een of andere betrekking met het oorspronkelijke woord, zoals een overeenkomst, tegenstelling, omkering. Een associatie kan dichtbij of veraf liggen, doordat deze direct of meer indirect, algemeen of subjectief is. Dichtbij een woord als 'appel' liggen bijvoorbeeld: James Grieve, klokhuis en appelbol; veel verderaf ligt een computermerk - waarmee we echter buiten het begrip zelf treden. Het klinkt plausibel om de orde hier op te vatten als de samenhang, de 'logica' die de lezer bespeurt in de associaties. Is deze klip en klaar, d.w.z. ligt deze vlakbij het oorspronkelijke woord, dan valt er nauwelijks of geen complexiteit op te lossen en is een gedicht saai. Zijn de associaties vergezocht, dan is oplossing moeilijk en de poŽzie onverstaanbaar. Hoe inzichtelijk zijn de associaties in 'Roodborstje'? Laten we ze eens wat nader bekijken.

In de eerste strofe springt de dichter van het raam naar het ei, de eierschaal en vervolgens naar een laag ijs. De verbindende overeenkomst is dat deze alle een grens of afscheiding vormen. Tussen binnen en buiten, tussen warm en koud, tussen lucht en water. Ei en ijs worden bovendien verbonden door overeenkomst in klank, door klinkerrijm. Naar analogie van het ei dat logischerwijze breekt, scheurt het ijs. In de tweede strofe lijkt het perspectief verschoven van dichtbij naar veraf: de waarnemer kijkt naar Groenland, naar dat landschap met zogenaamde 'nunataks': zwarte bergtoppen die door een witte ijslaag omhoog steken. Kennelijk worden ze eerst negatief of omgekeerd waargenomen om de observatie vervolgens bij te stellen: wit ijs verandert in graniet en dat is een wetsteen voor de snavel van het roodborstje. Naast omkering zien we ook hier allerlei tegenstellingen: wit en zwart, vlak en bergachtig, water en ijs. Na de tweede witregel volgt de bewering Zijn snaveltje sterker dan het ei en die is nodig voor de 'sluitrede' dat het snaveltje sterker is dan Groenland.

De associaties in 'Roodborstje' vertonen duidelijk een zekere samenhang, geŽffectueerd door overeenkomsten en tegenstellingen. In ieder geval een deel van de complexiteit van het gedicht valt daardoor voor lezers tot orde op te lossen. Afgezien van de samenhang in de associaties wordt de waargenomen orde versterkt door de vorm: de syllogistische trekjes voorzien het gedicht van de allure van exactheid. Dat het gedicht na diverse herlezingen blijft boeien, zouden we kunnen zien als de spanning van de complexiteit die blijft hangen omdat deze nooit helemaal tot orde kan worden opgelost. De associatieve 'premissen' in de eerste twee strofen van het gedicht zijn immers logischerwijs onwaar, zodat een algehele oplossing onmogelijk is. Een dergelijke spanning is vergelijkbaar met die van een puzzelaar die een puzzel in grote lijnen, maar niet helemaal afkrijgt.

De hier belichte wiskundige benadering, hoe beperkt ook voor zoiets veelomvattends als poŽzie, licht een tipje van de sluier van een van deze 'ijzersterke' gedichten op. Via een geraffineerd spel met associatieve overeenkomsten en tegenstellingen houdt Krol de spanning er voor de lezer in, doordat deze als het ware blijft 'hangen' tussen orde en complexiteit.
Wat mooi is is moeilijk is een bundel essays die van de dichter in 1991 bij Querido uitkwam, zes jaar na het hier besproken essay over moeilijke en makkelijke poŽzie. Een geruststelling: ook voor Krol blijft geslaagde poŽzie jarenlang moeilijk.

Inge Boulonois




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dŤr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dŤr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).