Klassiekers (77)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

28 december 2005

Herman Gorter - Zie je ik hou van je


Een analyse door Joris Lenstra


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.


Vooraf

Op de vorige Klassieker kwamen helaas geen reacties binnen.

In deze nieuwe aflevering aandacht voor Zie je ik hou van je van Herman Gorter, misschien wel het bekendste liefdesgedicht uit de moderne Nederlandse literatuur. Het is al heel vaak op heel veel plaatsen besproken, maar mag toch ook juist in de Klassiekers niet ontbreken.



Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 25 januari 2006.
Onderwerp van bespreking is dan 'Een kinderspiegel' van Judith Herzberg .




Zie je ik hou van je,
ik vin je zo lief en zo licht -
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je ogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou zo graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees'lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen -
Maar ik kan het toch niet zeggen.


Herman Gorter (1864-1927)

Uit: Verzen, W. Versluys, Amsterdam 1890; 4e dr. 1916




Soms kom je in het Stedelijk Museum een schilderij tegen dat eruit ziet alsof je het zelf had kunnen maken. Je hebt er alleen niet de theorien voor bedacht. Hetzelfde geldt voor de pozie. Soms sla je een bundel open en stuit je op een versje dat je zelf had kunnen schrijven, zoals dit gedicht van Gorter, dat uitblinkt in zijn eenvoud. Het is eerder een gedicht dat je kleine zusje of je dochter had kunnen schrijven dan een serieuze dichter.

Gorter is bekend om zijn muzikale en melodieuze taalgebruik: Een nieuwe lente en een nieuw geluid:/ Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,/ Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht. Wie kent niet de eerste regels van Mei. Het bovenstaande gedicht, dat hij op een mooie zondagmiddag geschreven moet hebben, kent ook veel muzikaliteit. Het heeft veel weg van een liedje met als refrein het herhaalde 'ik hou van je'; een herhaling die met de klank het gedicht bij elkaar houdt.
Mooi is het volle eindrijm van 'licht' in de tweede en derde regel. Vol rijm is als rijmvorm vaak te zwaar. Het is niet harmonieus, maar weet juist daardoor interessante effecten teweeg te brengen. Hier wordt het 'licht' zodanig benadrukt, dat het, als dit gedicht plechtiger van toon geweest was, bijna teveel zou zijn geworden. Gorter kan er hier mee wegkomen, het draagt zelfs bij aan het emotionele karakter van het gedicht. Het benadrukt de onmacht van de spreker om een ander woord te vinden om zijn geliefde te omschrijven.

Want het is opvallend dat de geliefde niet benoemd wordt. Zij is louter 'licht', en wel drie keer (r. 2, 3, 11). In de tweede strofe wordt alleen gezegd, in een gejaagde opsomming, dat zij menselijke uiterlijke kenmerken bezit. Er wordt niet bij gezegd hoe mooi die zijn, welke kleur of vorm ze hebben. Gorter vermijdt hier de weg die vele schrijvers van liefdesgedichten wel afgelegd hebben: hun geliefde vastleggen in pozie. Zoals Petrarca met zijn Laura. Maar daar is het Gorter ook niet om te doen.
Mooi in deze strofe is het achteloze eindrijm van alle regels. Het heeft een nonchalance die sommige gedichten van Verlaine ook kenmerkt. Niet toevallig is Verlaine ook een uitermate muzikale dichter, met regels als: ' triste, triste tait mon me / A cause, cause d'une femme.' (uit: Romances sans Paroles). Een regel als: '... en je oor / met je haar er voor.' is door zijn eenvoud in dit gedicht op zijn plaats, terwijl eenzelfde regel elders jammerlijk zou kunnen mislukken.

De emotionele apotheose van dit gedicht vindt plaats in de derde strofe. De eerste twee regels zijn gekunsteld en benadrukken zo het verstorende effect van de emotie. Hij is zo overmand door emoties, dat hij niet meer goed uit zijn woorden kan komen.
Het hoogtepunt van het besef van zijn gevoelens komt vervolgens in de omschrijving: 'het licht is om je', als ware zij een engel. Niet alleen geeft hij hiermee de verafgoding weer die hij voor haar koestert, ook schept hij, onbedoeld, een afstand tussen hen. Zij straalt voor hem, terwijl hij toekijkt. Niet toevallig is de hierop volgende zin meteen een bevestiging van die afstand: '... je bent / nu toch wat je eenmaal bent.' De ratio heeft weer vat op de spreker gekregen.

Als toegift komt dan nog de laatste strofe. Eigenlijk is het de conclusie van de voorafgaande emotionele achtbaan. Eerst herhaalt hij de intentie: 'ik hou zo vrees'lijk veel van je, / ik wou het helemaal zeggen - ', om vervolgens tot de slotsom te komen die iedereen die eens verliefd is geweest wel kan beamen: 'Maar ik kan het toch niet zeggen.' Wat je ook zegt, het haalt het niet bij wat je voelt. En doet het dat wel, dan brengt het nog niet over wat je eigenlijk wilt zeggen.

Het mooie van dit versje is dat het zo simpel geschreven is. Het heeft veel herhalingen en alles richt zich op het enkele onderwerp: het vluchtige gevoel van de euforie van verliefdheid. Met een roze bril op wordt alles een stuk eenvoudiger.
Daarnaast is het muzikale karakter van het gedicht een toegevoegde waarde. Regels worden herhaald, er wordt soepel gerijmd, en het geheel is geschreven in een gemakkelijke parlando met als resultaat een leuk, zelfs kinderlijk eenvoudig versje. Vervang bijvoorbeeld de eerste twee woorden maar eens door 'Mama': verrassend hoe toepasbaar het ineens in een totaal andere betekenis wordt!

Dit gedicht weet iets te doen wat pozie niet vaak doet, maar muziek wel: het evoceert een gevoel. Pozie werkt eerder op betekenisniveau, omdat er taal gebruikt wordt en woorden betekenissen in zich hebben. Muziek dringt echter sneller door naar een ander, meer abstract niveau van het gevoel. Gorter weet hier, door het kinderlijke taalgebruik, de volle rijmen en vele zin- en woordherhaling, de taal een groot deel van haar betekenis te ontnemen. Het gedicht kent geen abstracte begrippen en nauwelijks bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Wat overblijft is een tekst van enkel actie en emotie. Dezelfde eigenschappen die ook een muziekstuk heeft.

Hierin ligt de verborgen kracht van dit gedicht. Het weet een herkenbaar gevoel op te wekken, ondanks de beperkingen van de taal. En het is wellicht deze paradox die Gorter duidde met zijn laatste regel: 'Maar ik kan het toch niet zeggen.'
Hij kon het gevoel niet in woorden uitdrukken, maar wel uitstekend in een gedicht weergeven.

En wie Gorter zelf was? Tijdgenoot Aegidius Timmerman (1858-1941) beschreef hem in Tim's herinneringen zo:

O, hee! Daar stond hij op zijn sterke gespreide benen, vast als ijzer, een glimlach om zijn dikke lippen, een blos op zijn frisse wangen, alles open, zijn ogen, zijn hele ziel, zijn blauwe colbertje. 'Heerlijk', zei zijn mond. 'Heerlijk', zeiden zijn stralende ogen. 'Heerlijk' zijn zijn jonge sterke lichaam. En stuk hartstochtelijk leven en blijheid en genieten, alles frisheid en koelte en vrolijkheid. Zijn gele strooien hoedje woei af van zijn kortgeknipte haren. Hij keek er niet naar om, hij lachte.

Om verliefd op te worden!

Joris Lenstra




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76 Co Woudsma - Thuis



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).