Klassiekers (78)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

25 januari 2006

Judith Herzberg - Een kinderspiegel


Een analyse door Inge Boulonois


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.


Vooraf

In 'De onbereikbare muziek', inleiding bij Het muzikaalste gedicht. De mooiste gedichten over muziek uit Nederland en Vlaanderen (Podium, Amsterdam 2006) legt P.F. Thomése o.a. uit waarom je gedichten niet moet verklaren. Hij schrijft:

Het uitleggen van een gedicht houdt in dat je het omzet in andere woorden. Je vernietigt de vorm en zet er een andere, lelijke want vormeloze vorm voor in de plaats. Poëzie-exegese betekent poëzie lezen en er proza van maken.
Een gedicht blijft leven zolang het niet begrepen wordt, althans niet volledig begrepen wordt. Er is altijd een vermoeden van begrijpen nodig, een intuïtief begrijpen zoals dat in de hermeneutiek met het Duitse begrip Verstehen wordt aangeduid. Ontregeling moge de norm zijn, toch is er steeds het vermoeden van een verborgen orde. Niet alle onzin wordt vanzelf poëzie. Probeer het maar uit. Zoals ook niet allerlei klanken zomaar muziek worden.
Wat af is, is niet gemaakt, zegt Paul Valéry. Een gedicht staat, als het goed is, altijd aan het begin. Het staat op het punt begrepen te worden, maar blijft, als het erop aankomt, vooralsnog onbekend. Een goed gedicht lees je daarom steeds opnieuw. Steeds blijft het hetzelfde gedicht, vertrouwder en vreemder tegelijk. je leest het en je leest het weer, steeds vertrouwder komt het op je over, totdat je het, vreemd is dat, uit je hoofd blijkt te kennen. Je begrijpt het, dat wel, je begrijpt het zolang je het niet uit hoeft te leggen.
Het is deze herhaalbaarheid die de poëzie in de richting van de muziek brengt. Je verwerkt een gedicht niet, zoals je een verhaal parafraseert in je eigen woorden. Je ondergaat het steeds opnieuw. Net als een muziekstuk kan een gedicht niet uit zijn vorm worden losgemaakt. De woorden kunnen niet door andere vervangen worden, ze bevinden zich onvertaalbaar, onwrikbaar in dit ene verband. Haal je er een paar losse woordjes uit, dan vernietig je het hele gedicht.
Muziek bestaat bij gratie van haar vorm. Inhoud heeft zij niet. De inhoud ben je zelf. Telkens wanneer je de muziek hoort, vul je haar met je eigen gedachten, herinneringen, stemmingen. Soms ook verdwijn je, denkend aan je-weet-niet-wat, tijdelijk in de ruimte die door de tonen wordt gecreëerd en weet je, als je terugkeert in het hier en nu niet meer waar je bent geweest.
Zo leeg, zozeer vorm kan de poëzie nooit worden. Geen gedicht blijft zo leeg, zo oningevuld als een muziekstuk, geen gedicht kan je dan ook helemaal in zich opnemen. Aan een gedicht moet je je aanpassen. Het doet zich in zekere zin altijd als probleem aan je voor. Het vraagt je om na te denken over wat er staat, het van een andere kant te bekijken, het niet te nemen zoals het is. Het nodigt je uit iets te lezen wat je niet eerder hebt gelezen. Het vraagt je om helemaal leeg te worden. Oningevuld.
En dat is het mooiste wat een poëzielezer kan overkomen: dat alles wat hij weet wordt uitgewist en dat hij, eventjes, voor het eerst mag leren lopen op vers gevallen sneeuw.

Lezers, reacties hierop zijn welkom, en geniet ondertussen niettemin van deze verse klassieker, waarin aandacht voor Een kinderspiegel van Judith Herzberg, een gedicht vol 'goede voornemens'.



Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 22 februari 2006.
Onderwerp van bespreking is dan 'Remedie' van Harmen Wind .




Een kinderspiegel

'Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.

Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.

Ik neem een hond, drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.

Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij alsmaar bij elkaar.'


Judith Herzberg (1934)

Uit: Beemdgras, Van Oorschot, Amsterdam 1968




Van de hand van Judith Frieda Lina Herzberg, geboren in 1934 te Amsterdam, verschenen gedichten, essays, toneelstukken, televisiespelen, filmscenario's en reisverslagen. In de tijd dat zij als dichteres debuteerde met de bundel Zeepost (Van Oorschot, A'dam 1963) waren de experimentele Vijftigers uitgeraasd en was het neorealisme van de Zestigers en vogue.
'Intelligente eenvoud', zo laat haar vaak verrassende manier van dichten zich typeren. Centraal staan de verwondering over het vanzelfsprekende, het menselijk dualisme en de liefdevolle beschouwing van het alledaagse leven. Door haar benadering wordt het alledaagse van de alledaagsheid ontdaan. Binnen het oeuvre neemt het Hooglied voor kinderen een bijzondere plaats in (27 Liefdesliedjes, De Harmonie, A'dam 1971). Veel waardering kreeg haar scenario voor Charlotte, de film van Frans Weisz over het leven van de in Auschwitz vermoorde schilderes Charlotte Salomon. De door een groot publiek gelezen dichteres ontving veel prijzen, waaronder in 1997 de P.C. Hooftprijs, een eer die precies een kwart eeuw daarvoor haar vader, de schrijver en journalist Abel J. Herzberg, te beurt viel.

Meer informatie over haar vindt u op de site van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

'Een kinderspiegel' staat samen met zeven andere van haar gedichten in de bekende dikke Komrij (editie 2004). Titel en eerste regel verraden direct het gekozen perspectief. Hoewel geschreven toen de dichteres ruimschoots de dertig gepasseerd was, is hier een kind aan het woord. Tussen aanhalingstekens en in parlando kruipt Judith Herzberg in de huid van een jong meisje dat naar haar toekomstige leven kijkt.

De spiegel vormt in de muzen een geliefd thema met een rijke symboliek. Het woord betekent zowel voorbeeld als schijnbeeld en in sprookjes kunnen spiegels waarzeggen en wensen vervullen. De oudste spiegel was natuurlijk de waterspiegel die de wereld omgekeerd en ietwat wazig weergaf zodat men daarin een andere wereld meende te zien. In de loop der tijd groeide de spiegel uit tot drager van ambivalente betekenissen. Enerzijds een attribuut van de gepersonifieerde Luxuria, de ijdelheid, anderzijds van Veritas, de deugd der zelfkennis. Als alledaags gebruiksvoorwerp verschaft de spiegel de toeschouwer niet alleen een visueel beeld van zichzelf in zijn of haar omgeving, maar weerkaatst tegelijk de innerlijke mens met zijn gevoelens, verwachtingen, wensen, het zelfbeeld, het ik-ideaal, de mate van zelfwaardering enzovoorts. M.a.w. het spiegelbeeld is veel meer dan een neutrale, optische weerkaatsing.

Het sprekend subject ziet door de kinderspiegel een 'voor-beeld' van haar toekomst. Daar wenst het meisje zich echter niet aan te spiegelen, ze wil niet opgenomen worden in dat continue proces van groei, bloei en verval dat inherent aan het leven is. Haar wereld moet maakbaar zijn: leuk, speels en eerlijk. Wat leeft moet bloeien, mag niet verdorren, geen nare ziektes krijgen. Wat je wilt, kun je 'nemen' en wat je niet wilt, neem je gewoon niet. Dus wel blonde krullen maar geen spataders en onderkin. En als er dan toch rimpels moeten komen, dan alleen enkele vrolijke kraaienpootjes rond de ogen. Bovendien, dat kan niet uitblijven: een hele lieve man die tamelijk beroemd is/ de hele dag en ook de hele nacht/ blijven wij alsmaar bij elkaar. Het kinderlijke droombeeld van liefde met sprookjesachtige, niet te vervullen wensen.

Het gedicht bestaat uit vier strofen van elk vijf regels zonder eindrijm. De jambe overheerst maar in de beginregel valt de lezer direct met een beklemtoonde lettergreep binnen, even 'ogenblikkelijk' als een spiegel beelden weerkaatst. In de eerste strofe zien we hier en daar klinkerrijm binnen de zinnen, zoals in 'neem geen', 'kraaie(n)pootjes om mijn ogen'. 'Neem' komt hier drie keer voor - omne trinum perfectum - waarmee de kinderlijke naïviteit goed aangezet wordt. Deze strofe geeft aan wat het meisje wel en niet wenst. In de tweede strofe wordt uitsluitend verteld wat zij níet wil. Frappant is de frequentie van de ie-klank: liegen, niet, bedriegen, niemand, vieze, pieken. De articulatiestand bij de ie heeft een nauwe mondspleet en enigszins in de breedte teruggetrokken lippen wat aan afkeuring doet denken. De 'vieze vette grijze pieken' klinken door de assonantie van de 'ie' en de alliteratie van de 'v' optimaal vet en vies. De volgende strofe gaat helemaal over wat ze wèl wil: allerlei dieren in huis, want dat is gezellig; zelfs de geit mag binnen. De vierde strofe beschrijft de laatste verlangens: 'hele' leuke bloeiende planten en een 'hele' lieve man. Maar liefst vier maal komt hier het woord 'hele' voor; gewoon leuk en gewoon lief zijn kennelijk niet goed genoeg. De laatste regel is antimetrisch. De eerste lettergreep - blijven - krijgt een door het enjambement versterkte klemtoon waardoor de aangenaam voortkabbelende versvoet hapert en 'alsmaar bij elkaar' onrustig en onzuiver klinkt. In deze strofe lonkt 'elkaar' nog wat van verre naar 'zoiets raars' in de tweede regel. Door de onmogelijke wensen, de kinderlijke zinswendingen en tenslotte de antimetrie in de laatste regel begrijpt de lezer dat de houding van de schrijfster een ironische is.

Het vertellende 'ik' gebruikt eenvoudige termen, op 'tamelijk' na. Het gebruik van dit woord stoort niet: kinderen larderen hun taal nu eenmaal met volwassen 'leenwoorden'. Zou haar man, de sprookjesprins, 'heel' beroemd zijn, dan is hij te weinig thuis en dat past niet bij het plaatje van de superromantische liefde. Alles staat in de egocentrische, voor kinderen geëigende ik-vorm. Ook de overdaad doet pueriel aan. Zoals van de eerder aangestipte frequentie van het woord 'hele'. Het meisje wil niet alleen een hond, maar er moeten drie poezen bij plus een geit. Een kind weet geen maat te houden en is evenmin consequent: de geit mag zijn keutels overal rondstrooien - de gevaren van vervuiling realiseert zij zich niet - maar de hond moet netjes op een kleedje liggen.

Van de meervoudige en ambivalente betekenis van de spiegel maakt Judith Herzberg fraai gebruik; in het gedicht krijgen Luxuria en Veritas een plaats. Blikkend naar het voorbeeld in de spiegel, maakt het meisje haar eigen wensen, een schijnbeeld, bekend. De dichteres laat zien dat een gemaakte voorstelling nooit een afspiegeling van de werkelijkheid wordt. Twee versregels van Raymond Herreman schieten mij te binnen: Van het leven dat zij droomden/ is dit leven de weerglans niet. Tegelijk houdt ze de lezer een spiegel voor, laat ze ons 'reflecteren' over hoe wij tegen het leven, inclusief de lichamelijke teloorgang, aankijken. Het kind, en hier spreekt ook de onschuldige eigen wijsheid mee, wil nog niet geconfronteerd worden met het 'volwassen' menselijk bedrijf van list en bedrog. Noch met de onvermijdelijke ouderdomsverschijnselen want het heeft niet de gevoelsrijpheid om ontroerd te worden bij het zien van aderen, onderkinnen en wat dies meer zij. Maar hoe eerlijk, hoe wijs, hoe ijdel zijn wij? Vanwaar de hedendaagse run op facelifts, cosmetische chirurgie, liposculptuur en ooglidcorrecties? Wil ons ouder wordende oog ook nog wat, of 'heel' veel?
'Een kinderspiegel' is meer dan ooit actueel.

Inge Boulonois




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).