Klassiekers (79)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

22 februari 2006

Harmen Wind - Remedie


Een analyse door Inge Boulonois


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

De eerste aflevering van Klassiekers verscheen op 6 juli 2000.
Inmiddels zijn er al meer dan 1500 abonnees.

Vooraf

De vorige Klassieker werd ingeleid met enkele citaten uit P.F. Thomése's inleiding bij Het muzikaalste gedicht. De mooiste gedichten over muziek uit Nederland en Vlaanderen (Podium, Amsterdam 2006). Er kwamen enkele reacties op.

'Een prachtige, rake omschrijving. Ik heb genoten. Ik zou er alleen maar aan willen toevoegen dat een gedicht mooier kan worden door de interpretatie ervan met anderen te delen. Door samen verwonderd te zoeken naar wat het gedicht zo mooi maakt. De lezer wil het gedicht doorgronden, in alle puurheid begrijpen. Er is behoefte aan communicatie, maar dan zonder verklaringen die het gedicht versmachten. En inderdaad, als je het zelfs dan nog niet helemaal begrijpt dan heb je een klassieker. Vandaar dat het jammer is dat men in besprekingen soms teveel ingaat op technische zaken. De meeste mooie gedichten zijn goed door de kracht van hun inhoud.' (Arno Bontjager)

'Prachtig verwoorde uitspraak over poëzie: de lezer maakt het gedicht, en als het goed is, telkens opnieuw. Het maakt ook het proces van de dichter zichtbaar, die ook verwonderd is dat hij schrijft wat hij schrijft en blijft zoeken naar de woorden en de rangschikking ervan. Als dichter bereik je wel het punt: 'nu is het af', maar eigenlijk kan er altijd nog iets veranderen, iets verschuiven. Maar is het toepasbaar op elk gedicht? Een gedicht, zoals van Judith Herzberg is glashelder, er is weinig raadselachtigs aan. Ik zie wel toepassing op poëzie van de laatste generaties dichters, alhoewel sommige gedichten 'onzin' voor mij blijven, mij ook niet aansporen ze telkens maar opnieuw te lezen. Er moet toch inderdaad enige orde in zitten. Het blijft boeiend te onderzoeken wat goede poëzie dan wel is. Dus opmerkingen van Thomése zijn in tegenspraak met al die fantastische besprekingen in Klassiekers, maar dat was vast bedoeld om de lezer ervan uit te lokken. Dat is dus hier gelukt. Stof tot nadenken, hartelijk dank hiervoor.' (Karin Doornik)

In deze aflevering aandacht voor een mooi gedicht van Harmen Wind, van wie zeer recent bij De Arbeiderspers de nieuwe bundel Aardewerk verscheen.




Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 22 maart 2006.
Onderwerp van bespreking is dan Stokgooier en lezer van Marijke Hanegraaf .




Remedie

Tegen de angst. Al wat ik schrijf
weerstaat mijn wanhoop, elke zin
waaraan ik ademloos begin
jaagt mij de stuipen van het lijf.

Want op papier ben ik niet bang.
Hier gelden vastgestelde wetten
die mij uit razernij ontzetten
en redden van de ondergang.

Kunst zet het leven naar zijn hand,
brengt het terug tot dunne lijnen
die zich, tegen verval bestand,
tot het verstilde beeld verfijnen
van windfiguren in wit zand
waarin ik veilig kan verdwijnen.


Harmen Wind (1945)

Uit: Plaatselijke tijd, De Arbeiderspers, Amsterdam 1997




Toen Elsbeth Etty, in 2005 benoemd tot bijzonder hoogleraar Literaire kritiek, in 2003 bekend maakte dat Harmen Wind met zijn autobiografische roman Het verzet (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2002) de Debutantenprijs had gewonnen, voegde ze daaraan toe: "niemand kent hem". Nu, twee jaar later, en een roman verder (Meesterschap, 2005) is op internet nog steeds niet veel persoonlijke informatie over deze Nederlands- en Friestalige auteur te vinden.

Wie is Harmen Wind? Geboren in 1945 te Leeuwarden, neerlandicus die nu in Doesburg woont en tot januari 2005 op de Educatieve Faculteit Iselinge te Doetinchem werkte. Voor de Friese debuutbundel Út ein (Bolsward: Koperative Utjowerij 1985) kreeg hij in 1987 de Fedde Schurerprijs. Als Nederlandstalige dichter debuteerde hij officieel in 1989 bij De Arbeiderspers met Het gesticht. Op zijn naam staan in totaal negen Friestalige en zes Nederlandstalige dichtbundels. Deze maand (februari 2006) kwam de zevende uit, getiteld Aardewerk. Komrij nam in zijn tweedelige bloemlezing van de Nederlandse poëzie zes gedichten van Wind op, waaronder 'Remedie'.

Zoals velen dank ik mijn interesse voor poëzie aan Kees Fens, indertijd hoogleraar Moderne Letterkunde. Jarenlang schreef hij literaire krantenartikelen en als geen ander kon de merlinistische letterenpaus aan deze muze betekenis geven. Op een maandag besprak hij in de Volkskrant ooit Slauerhoffs 'Woningloze', een klassieker die nu precies 75 jaar oud is en het beeld schetst van iemand die enkel en alleen in zijn gedichten wonen kan. Dichten vanuit een gemis, de poëzie als onderdak, als veilige plaats en bij tijden zelfs als locus amoenus. Dichters op zoek naar bevrijding voor de emotionele en andersoortige frustraties van het dagelijks leven. 'Remedie' deed mij bij de eerste lectuur aan 'Woningloze' denken. Maar bij Wind dringen concrete, heftige emoties op de voorgrond en bovendien eindigt het gedicht met een verstild, licht tafereel, terwijl bij Slauerhoff een donker graf opdoemt. Intertekstualiteit: de hedendaagse poëzie staat soms bol van dit in 1969 door de semiotica Julia Kristeva geïntroduceerde begrip. Kees Fens sprak simpelweg over 'de schaduwen' van andere gedichten.

De titel geeft klip en klaar aan waar het gedicht over gaat: genezing. In het octaaf lezen we wát genezen moet worden: angst, wanhoop, razernij. Al schrijvend lossen deze algemeen menselijke gevoelens op en wordt het lyrisch subject geheeld. De tweede strofe geeft een verklaring: de ordelijke wetten van de taal die op papier gelden, bevrijden hem van die gevoelens, ze redden zelfs van 'de ondergang'. De laatste en langste strofe van 'Remedie' adstrueert de tweede: kunst brengt de emoties terug tot een picturaal rustig beeld waarin het lyrisch subject veilig kan verdwijnen.

Formeel is 'Remedie' een sonnet: twee kwatrijnen en een sextet in jambische tetrameter, rijmschema abba cddc efefef met zowel mannelijk als vrouwelijk eindrijm. Hier en daar doorspekt met enjambementen zodat het eindrijm niet dreunt. Daarnaast rijkelijk klinkerrijm. De overgang van de tweede in de derde regel zet de aandachtige lezer even op het verkeerde been door te suggereren dat het geschrevene ook elke 'zin' weerstaat. 'Zin' vormt, evenals 'wetten' in de tweede en 'kunst' in de derde strofe, een gepersonifieerd onderwerp, waarmee geaccentueerd wordt dat ze het lyrisch ik sturen. Het cliché 'iemand de stuipen op het lijf jagen' is door vervanging van één woord ontdaan van zijn alledaagsheid.

De heffing in de titel 'Remedie' loopt jambisch door in 'tegen' in de eerste zin. Een krachtige inzet, tevens eerste tegenzet. Het lyrisch ik kan kennelijk niet wachten met het tegenmiddel, het calmans van het schrijven. Als de eerste regel eenmaal is ingezet, kan er, zo lijkt het althans, even gepauzeerd worden in de daling van 'de' - een overbodig woord hier - waarna 'angst' weer de volle heffing krijgt. Aan elke zin begint de dichter 'ademloos', buiten adem door angstige spanning.'Adem' en verwijzingen daarnaar komen in Winds literaire werk herhaaldelijk voor. In 2001 gebruikte de schrijver Buiten adem zelfs als titel van een dichtbundel en ook in Het verzet houden de hoofdpersonen vaak hun adem in. Het woord lijkt op het Oudindische âtmán en het kan ziel, geest en wind betekenen. Gewoonlijk krijgt het een plaats op de grens van kracht en zwakte, op de rand tussen leven en dood. Levensadem zonder welke het aardse bestaan nu eenmaal ophoudt. De ikfiguur kan alleen schrijvend 'op adem komen', alleen zó leven, oppert het gedicht. De 'adem der poëzie' als levensschenkende kracht. De razernij in het gedicht doet denken aan de furor poeticus, de inspiratie die de zangers van de Ilias volgens Plato overvalt en bezit van hen neemt.

Op papier is de ikfiguur niet bang. Het tweede kwatrijn expliceert: hij kent de vaste wetten van taal en poëzie, onomstotelijke zekerheden die houvast geven en de gevoelens, algemeen menselijk maar niet altijd pijnloos, laten verdwijnen. De korte e stippelt als het ware de vigerende weg van genezing uit, schrijft het recept: via gelden, wetten, ontzetten naar redden. Assonerend wordt de ontzetting uit razernij gekoppeld aan het 'redden van de ondergang'. Ars poetica wordt hier voorgesteld als een vorm van therapeutisch schrijven. Freud zou er het etiket sublimatie op plakken. Begin vorige eeuw waren dichters, zo debiteerde de eerste School der Psychoanalyse, neurotici vol begerige Urphantasien die dankzij hun superego in staat waren tot sociaal aanvaardbare Kompromiszbildungen. Ridicule ideeën naar onze huidige maatstaven, die op hun beurt vast eveneens beperkt houdbaar zijn.

In de eerste regel van het sextet slaat het mannelijke 'zijn' niet op de - vrouwelijke en onbeklemtoonde - 'kunst' maar op 'leven'. Poëzie als voertuig dat het leven, de adem terug brengt tot dunne lijnen, waarbij je in eerste instantie denkt aan letters en regels, maar in deze context valt ook te denken aan de levenslijn die wordt uitgeschreven. Dan opnieuw het woord 'tegen'. Antimetrisch waardoor de betekenis wordt geïntensifieerd. Tégen de angst, tégen verval; het woord bindt angst aan verval. Non omnis moriar - ik zal niet helemaal sterven - hoor ik hier resoneren. De angst voor verval door ouderdom en voor de dood zonder dat er iets van je leven is vastgelegd en overblijft. Bij 'verval' kunnen we denken aan lichamelijke en geestelijke aftakeling, maar ook aan verval in gedrag doordat je jezelf niet in bedwang hebt bij diepe wanhoop of razernij. Angst om bijvoorbeeld verbaal te keer te gaan en te 'zondigen', om negatieve emoties niet 'naar je hand' te kunnen zetten. Wind is van origine streng gereformeerd. Opgevoed met de 'de vreze des Heren', met een overwegend straffend in plaats van liefdevol godsbeeld, met de mens als eeuwige zondaar, zo blijkt uit Winds autobiografische roman. 'Ondergang' betekent naast verdwijning: verderf, te-gronde-gaan. Dat sluit aan bij verval in gedrag. En eveneens bij de juridische en godsdienstige connotaties van het assonerende woord 'wetten' in plaats van 'regels' van de taal. 'Remedie' is, zo verzekerde Wind mij, een persoonlijk gedicht.

In 'Remedie' wordt het leven tenslotte gereduceerd tot het verstilde beeld van 'windfiguren in wit zand/waarin ik veilig kan verdwijnen.' Levenstekens van de adem van de wind en het bij vlagen woeste water die dagelijks aan de kust ontstaan. Poëzie als leestekens op wit papier: genoteerde 'plaatselijke tijd' van de individuele levensadem. In Harmen Winds achternaam waait de eigen eindigheid als toevallig omen mee. 'Veilig' verdwijnen, want de angst dat er niets van hem zal overblijven of dat hij zichzelf te buiten gaat aan zijn emoties, lost door het schrijven van poëzie op. Degene die hij was en is en worden zal, wordt al doende 'veilig' vastgelegd, veiliggesteld. In 'Remedie' krijgt de vaste versvorm een toegevoegde waarde: menselijke emoties worden door fijnzinnige taal omgesmeed tot metrische, rijmende regels, tot een 'evenwichtig' sonnet. Het gedicht bezweert de onmacht want de emoties worden retorisch ongedaan gemaakt. Al lezend maak je het proces van objectivering en verstilling mee. In de tweede strofe groeit de afstand tot de gevoelens en in het sextet is de dichter, op adem gekomen, weer in staat tot distantie en reflectie. Ook voor de lezers resteert de rust van het visueel geëvoceerde 'nabeeld'. Het vers eindigt met een toepasselijke daling.

Voor Harmen Wind, wiens gedichten vaak een wonderlijke intensiteit bezitten, is schrijven levensvoorwaarde. Het woord begeleidt hem op zijn queeste naar klaarheid, naar inzicht in het eigen wezen; hij wil weten wat menszijn ten diepste betekent. Via taal maakt hij zijn ervaringen in de werkelijkheid kenbaar, beleefbaar en bewaarbaar. De dichter brengt zijn werkelijkheid tot staan, brengt zwart op wit tot stand. In Winds poetica is schrijven een daad. 'Al doende wordt de dichter dader', zo luidt de eerste regel van een van zijn gedichten in Waterstaat (1994). Ik hoor Kees Fens zeggen: in de titel zie ik de schaduw van Gerrit Achterberg.

'De dichter is een koe'

Al doende wordt de dichter dader,
zijn schrift doet er het zwijgen toe.
Dat is tenslotte wat hij nader
verklaren wil: de passe-partout
van zijn bestaan, wijd open deuren,
uitzicht op zee, op lucht, op weg
naar waar hem niets meer kan gebeuren.

Woorden waarin hij zonder boe
of ba vlucht, om niet weg te raken.
Survival in de mimicry, een koe
die in zijn wei de indruk staat te maken
ook gras te zijn, sprekend het gras. En hoe.


Inge Boulonois


Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).