Klassiekers (80)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

29 maart 2006

Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer


Een analyse door Edith de Gilde


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

De eerste aflevering van Klassiekers verscheen op 6 juli 2000.
Inmiddels zijn er ruim 1500 abonnees.

Vooraf

Op de vorige Klassieker, de bespreking door Inge Boulonois van Harmen Winds 'Remedie' kwam een reactie van de dichter zelf. Hij verklaarde blij te zijn met 'het knappe leesverslag' en voegde daaraan toe: 'Het getuigt, behalve van aandacht voor vormkenmerken, van inleving en belezenheid. Mogelijk zou ik zelf hier en daar een ander accent hebben gelegd, maar de dichter is nu eenmaal niet de beste uitlegger van zijn eigen poŰzie.' Verder vond hij de afsluiting van de analyse met Achterbergs 'De dichter is een koe' een vondst.

In deze nieuwe aflevering wordt het begrip 'klassieker' weer wat verder opgerekt. Edith de Gilde was als medegenomineerde aanwezig bij de uitreiking van de prestigieuze PoŰzieprijs van de stad Oostende en kwam daar onder de indruk van een prijswinnend gedicht van Marijke Hanegraaf. Zie ook hier.

Tot slot nog een tip. In DICHT/VORM klassiekers werden door il Luster Productions tien hoogtepunten uit zeshonderd jaar poŰziegeschiedenis verbeeld in tien animatiefilms van twee en een halve minuut. De films zijn hier on-line te zien.
Het betreft:
Egidiuslied - anoniem (ca. 1400); beeld ge´nspireerd op De Vlaamse primitieven
Mijn lief, mijn lief - PC Hooft (1610); beeld ge´nspireerd op Peter Paul Rubens
Aan Rika - Piet Paaltjens (1867); beeld ge´nspireerd op Toulouse Lautrec
Zie je ik hou van je - Herman Gorter (1890); beeld ge´nspireerd op Jan Toorop
Regen - J.H. Leopold (ca.1900); beeld ge´nspireerd op Der Blaue Reiter
Paradise Regained - Hendrik Marsman (1927); beeld ge´nspireerd op Franz Marc, Odilon Redon
Het Kind en ik - Martinus Nijhoff (1934); beeld ge´nspireerd op Paul Klee
Werkster - Gerrit Achterberg (1949); beeld ge´nspireerd op Mark Rothko
Niet te geloven - Remco Campert (1955); beeld ge´nspireerd op CoBrA
PoŰzie is Kinderspel - Lucebert (1968); beeld ge´nspireerd op Lucebert, Jackson Pollock



Reageren op deze nieuwe aflevering? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 26 april 2006 en dan doen we een gedicht dat mÚÚr dan klassiek is: De idioot in het bad van M. Vasalis.




Stokgooier en lezer

Arm als de grond, met rondom
het zuigend moeras van ziekte
geen grond was zo arm als ziekte

en daarin kwam hij en las.
Gericht in zichzelf bracht hij zich voort
hij vocht om de letter.

Hij was een lezer.
Wie was hij zonder.
Wat was hij geworden.

Hij las bij zwak licht.
Die duistere kamers, dat huis met het ijzige
trapgat en de ijzeren spiegel
de stinkende plee

liever het veld
hij hield van een stok die hij vond
sneed, sloeg, joeg
zie hem zwiepen en klieven.

Kracht! De zijne!
Een stok is een bliksem
droog en donker

geloof in het ongewone.
Dat was het wonder.
Hij was een stokgooier en een lezer.


Marijke Hanegraaf (1946)

Nog ongebundeld.




GERED DOOR HET WOORD

In de brochure die de stad Oostende in januari 2006 uitgaf ter gelegenheid van de door haar georganiseerde poŰziewedstrijd 2005-2006 schrijft Marijke Hanegraaf:

Ik ben geboren in 1946 in Tilburg, in een gezin van zes kinderen, waarvan ik het vijfde was. Mijn vader was houthandelaar. Hij rooide hout en zaagde het tot openhaardblokken of maakte er vogelhuisjes, bloembakjes en vooral kerststallen van. Ook maakte hij de mooiste levenslopen. En mijn moeder schreef de mooiste brieven, recht uit het hart. Ik ben niet opgegroeid met literatuur (ů) Wel heb ik van jongsaf graag geschreven. (ů) Tussen mijn veertigste en mijn vijftigste jaar kreeg ik het idee dat er meer in me zat dan eruit kwam. Ik wilde mijn schrijven verder ontwikkelen en ging naar Schrijversvakschool 't Colofon in Amsterdam. Tot dan had ik sporadisch gedichten geschreven, nu richtte ik me volledig op de poŰzie.

Hanegraaf publiceerde in diverse literaire bladen. In 2001 debuteerde zij bij De Arbeiderspers met de bundel Veerstraat, die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs. Haar tweede bundel, Proefsteen, komt dit jaar uit, weer bij De Arbeiderspers.

'Stokgooier en lezer' won in januari 2006 de derde prijs in de derde editie van de PoŰzieprijs van de stad Oostende. Het onderscheidt zich van eerdere gedichten door een krachtige toon. Veel gedichten in Veerstraat zijn aarzelender. Ze houden zich bezig met de plaatsbepaling van het individu in een samenleving die als onverschillig wordt ervaren. Dat hierin een mens zijn plaats zoekt, is niet meer dan toeval:

Met bescheiden overlevingsdrang sta ik aan de rand
van het trottoir, een toevallig geplaatst persoon
die opgaat in de wijdte van een plein

uit: 'In het ochtendrumoer'.

Ook de 'hij' in 'Stokgooier en lezer' is een overlever, maar aan zijn overlevingsdrang is niets bescheidens op te merken. Geboren in een omgeving die als ziekmakend armoedig wordt beschreven (de woorden 'arm', 'ziekte' en 'grond' komen in de eerste, korte strofe elk twee maal voor) is hij ondubbelzinnig zichzelf: een lezer. Hij is zichzelf, maar niet zonder slag of stoot. Het lezen moet veroverd worden: 'hij vocht om de letter'. Een verovering die eenzaamheid met zich meebrengt: 'Gericht in zichzelf' 'bracht hij zich voort'. Het gevecht om de letter is een tweede geboorte die deze lezer behalve eenzaamheid ook zijn bestemming schenkt: 'wie was hij zonder'. Dat 'hij' beter af is door zijn lezerschap wordt extra benadrukt door de vierde strofe, waarin het huis waarin hij opgroeit en dat moet staan in een omgeving die al als arm en ziekmakend is beschreven, ook nog eens wordt voorgesteld als donker, duister, ijzig, kil ('ijzeren spiegel') en stinkend.
Blijkbaar leveren de letters in deze onaantrekkelijke omgeving niet altijd voldoende ontsnappingsmogelijkheden: 'liever het veld'. Het veld waarnaar de boeken niet mee worden genomen: daar vindt 'hij' een andere manier om zichzelf te worden.

Voor ik het gedicht las, zag ik op de dag van de prijsuitreiking in bibliotheek Kris Lambert in Oostende de titel geprojecteerd staan op het plafond. Ik veronderstelde twee personen: een stokgooier en een lezer. Pas later bleken die twee ÚÚn te zijn: de in zichzelf gerichte lezer, die binnenshuis, lezend bij zwak licht, een statisch beeld biedt, komt in het veld in beweging. Een beweging waarvan de snelheid wordt gesuggereerd in de opeenvolging zonder voegwoorden van 'sneed, sloeg, joeg' en die felheid krijgt in de ie-klanken van 'zie', 'zwiepen' en 'klieven'.

Door de uitroeptekens achter 'Kracht!' en 'De zijne!' in de zesde strofe wordt het gedicht, dat in de verleden tijd is geschreven - wat het iets ouderwets geeft, iets van een jongensboek uit de jaren dertig van de vorige eeuw - naar het nu gehaald. Meer precies gezegd, de lezer wordt er de wereld van de 'hij' door ingetrokken op het moment dat deze zijn kracht niet alleen in boeken, maar ook in zichzelf ontdekt, in de manier waarop hij de gevonden stok vormt, beweegt en uiteindelijk als een bliksem van zich af slingert.

Boven je omgeving uitstijgen is geen proces dat zich zonder strijd voltrekt. De donkere o-klanken (stok, droog, donker, geloof, ongewone, wonder, stokgooier) benadrukken dat. Alleen ogenschijnlijk zijn de stokgooier en de lezer twee verschillende aspecten van eenzelfde 'hij'. In werkelijkheid heeft de een de ander nodig. In de werkelijkheid van het gedicht Ún in het gedicht zelf. De agressie van de donkere, nietsontziende Stokgooier maakt de eenzame Lezer mogelijk en geeft het gedicht een kracht die het laat uitstijgen boven het enigszins clichÚmatige thema 'jongen groeit op in ellendige omgeving en wordt gered door het woord'.

In haar gedicht 'Onvervreemdbaar' (uit Het sterreschip, 1979) noemt Ida Gerhardt de eenzaamheid die de Stokgooier van Hanegraaf ook kenmerkt; daarnaast ligt in haar gedicht de nadruk op het gesprek met de grote geesten die met het lezen gepaard gaat. De strijd is bij haar niet uitdrukkelijk aanwezig, al duidt de laatste regel wel een conflict met de omgeving aan:

Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kind af aan.

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.

In de bundel Veerstraat, ten slotte, is een van de twee gedichten waarin net als in 'Stokgooier en lezer' een 'hij' wordt opgevoerd een liefdevol portret van Hanegraafs vader, de man van de levenslopen, de man ook die zÝjn dromen omzette in vogelhuisjes:

Stoffige ruit met kruiskozijn

Hij neemt hem bij de hand, hij zet de trappers
naar zijn voet. In grijs gemoffeld frame; de fiets voldoet.

Mijn vader rijdt een werkdag in. Hij timmert de uren
naar het fijnmazig weefsel van zijn dromen.

Hij schildert er zijn hemels van, spant in hun kracht
zijn vogelhuisjes. Het zaagmeel van zijn scheppingen

daalt op een ruit met kruiskozijn. Met telkens
nieuwe vleugels, in een telkens nieuwe huid

slaat hij zich uit. Hoe hij de vogel en de vlucht is,
hoe hij de lucht is voor een onstuitbaar avontuur.

Mijn vader trapt er zijn mijmeringen op, laat ze zweven
op de zwaai van zijn been over de stang van zijn fiets.



Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dŔr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dŔr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79 Harmen Wind - Remedie



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).