Klassiekers (85)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

23 augustus 2006

Paul van Ostaijen - Het dorp


Een analyse door Remco Ekkers


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

De eerste aflevering van Klassiekers verscheen op 6 juli 2000.
Inmiddels zijn er al meer dan 1600 abonnees.

Vooraf

Hein Walter toonde zich in een reactie content met de bespreking van zijn gedicht 'Hestia' door Inge Boulonois in de vorige aflevering. Hij schreef: 'Je hebt het gedicht goed begrepen. […] Zoals je het uiteenrafelt en alles benoemt, begrijp je het gedicht misschien beter dan ikzelf. Zoals ik aan heb gegeven […], schrijf ik intuïtief en weet ik niet altijd precies hoe ik de regels zou moeten benoemen. Een mens, een dichter en missschien wel iedereen, heeft een interne klok, een intern oog en een intern oor. Het interne oor gebruik ik vooral als ik schrijf. Ik luister naar de in mijn hoofd gesproken woorden en leg ze op een intern balansje. Eerst maak ik er een rommeltje van, en daarna zoek ik naar evenwicht. Als ik het evenwicht heb gevonden is het goed.'

Er was ook een lezersreactie. Jenny Dejager schreef: 'Hestia is een zeer hoopvol gedicht. De boodschap is voor mij dat de mens van nature goed is; dat de mens vooral zichzelf moet worden en groot mag zijn in zijn kleinheid. Delicieus. Een pareltje om te lezen en er elke nieuwe dag de ziel mee te laten ontwaken.'

Voor dit nieuwe nummer stond dichter-letterkundige Remco Ekkers een korte bijdrage af.
Voor zijn persoon en werk zie http://home.planet.nl/~ekker036/ en http://homepage.mac.com/remcoekkers/Personal4.html



Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Het volgende nummer verschijnt op 20 september 2006 en dan gaan we in op Voor mekaar van Herman de Coninck




Het dorp

Een vleermuis aan de nacht
hangt niet uw adem aan een vreemde adem
zo gij dit beseft het dorp
en de mensen nacht'lik huis aan huis
één licht -wellicht bij de pastoor-
en langs uw weg een late koe
In de wig van weg en stroom
is van de leegte zo het dorp
alsof 't een boot was die maar voor korte tijd
op anker ligt

Om het staketsel kletst
het donkere water
gemeten
en vreemder dan een moorden zonder gil
Gij weet dat er geen gelaat is
waar gij binnen kunt
als in uw huis
En gij stoot overal der dingen oppervlak
een spiegel van uw eenzaamheid
een teller van uw korte reis


Paul van Ostaijen (1896-1928)

Uit: Verzamelde gedichten , tekstverzorging en verantwoording Gerrit Borgers, Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam 11e druk 1996




'Het dorp' verscheen voor het eerst in Vlaamsche Arbeid, dl. 23, 1928, afl. 1/2, blz. 47. Regel 16 wijkt licht af: 'daar gij binnen kunt' i.p.v. 'waar gij binnen kunt'.

Het begint met een beeld, een unheimisch beeld, dat geladen is met dood en angst: 'een vleermuis aan de nacht' en dan vervolgt de dichter zonder overgang: 'hangt niet uw adem aan een vreemde adem / zo ge dit beseft het dorp'.
Wat beseft ge? Het dorp zoals het geschetst wordt. Hangt niet uw adem aan een vreemde adem, zoals een vleermuis aan de nacht lijkt te hangen, als ge dit beseft: het dorp 'en de mensen nacht'lijk huis aan huis / één licht -wellicht bij de pastoor / en langs uw weg een late koe'.
Gerrit Borgers schreef over deze passage: 'Door de vooropstelling en de elliptische vorm - het weglaten van het vergelijkende 'als' - krijgt dit mythische, archetypische beeld van een 'aan de nacht' hangende vleermuis een grote zelfstandigheid, waardoor het tussen een vergelijking en een associatie in komt te staan.'

Het licht bij de pastoor is een bijna (te?) komische noot.

Iemand wandelt in het vlakke land, in het donker. Hij loopt al lang over de weg. En dan doemt er in het lege land een dorp op, donkere huizen, los van elkaar. Voor het dorp een grote donkere, levende gestalte. Wie wel eens in het donker een koe heeft ontmoet, weet hoe ontzaglijk zo'n beest kan zijn.
De weg komt bij een rivier, steekt de rivier misschien over, maar er is een plek waar weg en rivier samenkomen. Het lijkt alsof de verzameling donkere huizen even voor anker liggen en straks, misschien in het donker zullen vertrekken. 'In de wig van weg en stroom / is van de leegte zo het dorp / alsof 't een boot was die maar voor korte tijd / op anker ligt'.

De wandelaar staat bij de punt van de wig en kijkt naar het donkere water dat klotst tegen het hout: pets, klots, in een eigenzinnige regelmaat. De dichter laat het horen in de gekozen klanken: 'Om het staketsel kletst / het donkere water / gemeten / en vreemder dan een moorden zonder gil'. Het water is gemeten, er staat een peilstok in het water. Maar er wordt nog iets gemeten: de onverbiddellijk doorgaande tijd. Het is alsof je daar Anangke *) hoort, die een fles met water schuin houdt. Druppelsgewijs valt het water en elke drup is een mens. Waar zitten wij in de fles? Wanneer valt onze drup? Of de Nornen **) staan bijeen, spinnen onze levensdraad die wordt doorgeknipt. Vreemd is het. De wandelaar voelt zich verlaten, eenzaam. 'Gij weet dat er geen gelaat is / waar gij binnen kunt / als in uw huis // En gij stoot overal der dingen oppervlak / een spiegel van uw eenzaamheid / een teller van uw korte reis'.

Die reis wordt een raadselachtige levensreis in het duister. Waarom? Waar naar toe? Waar is troost?
Paul van Ostaijen voelde misschien zijn levenseinde naderen. Al zijn strevingen leken vergeefs, het leven zinloos en absurd en hij gaf daar klank en beeld aan in dit gedicht 'Het dorp': de weg, de nacht, de vleermuis, de stille, donkere huizen, het kletsende water, en dan weer verder? Over de donkere weg?


*) Anangka was de oergodin van het lot, van de onvermijdelijkheid en de noodzaak (Necessitas bij de Romeinen). Zichzelf scheppend verrees zij bij het eerste begin van de tijd - een onstoffelijk slangachtig wezen dat het hele universum omvatte, in alle opzichten nauw verstrengeld met de tijdgod Kronos.
**) De Nornen zijn noodlotsgodinnen uit de Noordse mythologie; ze vertonen veel overeenkomsten met de schikgodinnen uit de klassieke oudheid.


Meer van en over Van Ostaijen:
http://home.deds.nl/~lendumont/pvo/home.html
http://www.brakkehond.be/bio.asp?au=Paul+van+Ostaijen
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=osta002

In november verschijnt een facsimile-uitgave van De Feesten van Angst en Pijn. Zie http://www.vantilt.nl/nieuws/00106/


Remco Ekkers


Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79 Harmen Wind - Remedie 80 Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81 M. Vasalis - De idioot in het bad 82 Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83 A. Roland Holst - De ploeger 84 Hein Walter - Hestia



* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).