Klassiekers (86)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

20 september 2006

Herman de Coninck - Voor mekaar


Een beschouwing door Yves Joris


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

De eerste aflevering van Klassiekers verscheen op 6 juli 2000.
Inmiddels zijn er al meer dan 1600 abonnees.

Vooraf

N.a.v. de vorige Klassieker schreef Erik de Smedt (Xerik. de.smedt@skynet.beX - de letters X uit dit adres verwijderen!):

Met belangstelling las ik Remco Ekkers' nuchter invoelende analyse van Paul van Ostaijens 'Het dorp'. Ik vind het een navrant gedicht van absolute vervreemding - 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' -, en tegelijk heeft het een ondertoon van gelatenheid en berusting.
Graag nog enkele aanvullingen:

- als een schokeffect komt op me over de tegenstelling tussen de titel en het eerste vers: het vertrouwde, overzichtelijke van het dorp bij dag geldt in ons naar continuïteit verlangend weten normalerwijs ook bij nacht. Het wordt meteen gecounterd door de symbolisch geladen waarneming van 'een vleermuis aan de nacht': donker(grijs) op donker, bovendien in zijn grillige beweeglijkheid bijna ongrijpbaar, inderdaad unheimlich;

- 'huis aan huis': dat de huizen los van elkaar staan, is misschien qua bouwwijze op het land een gegeven, maar hier lijkt het accent me op iets anders te liggen: 'huis aan huis' associeer ik veeleer met 'schouder aan schouder', 'kind (of vriend) aan huis': tekenen van geborgenheid, het leven in gemeenschap beleven en nemen zoals het is. 'de mensen' zijn de anderen, alsof de dichter al niet meer bij hen hoort;

- 'één licht - wellicht bij de pastoor -': komisch of niet, de pastoor is bezig met zingeving, bijvoorbeeld de late voorbereiding van een homilie. Zijn poging om licht te brengen in de duisternis van het leven contrasteert met de donkerte alom. De zingever is eenzaam (in de ogen van de dichter: omdat zijn werk vergeefs is);

- de 'wig' van dorp en stroom roept een impasse op, een doodlopende weg;

- 'een moorden zonder gil' is een van de vele sporen in dit gedicht van wat de psychiatrie derealisatie noemt: de wereld wordt waargenomen als door een matglas (vandaar alleen beeld, geen geluid), de ik (die tot zichzelf spreekt maar door de gij-vorm ook de lezer meetrekt) voelt zich buitengesloten. Niet voor even, maar voorgoed: hij is ten dode opgeschreven. Wie niet?

Ik lees dit gedicht graag naast een in zijn motieven verwant, maar qua sfeer en stemming zo totaal ander, 'geborgen' gedicht van Herman Gorter:

De stille weg
de maannachtlichte weg --

de boomen
de zoo stil oudgeworden boomen --
het water
het zachtbespannen tevreeë water.

En daar achter in 't ver de neergezonken hemel
met 't sterrengefemel.

(Verzen, 1890)


***

In dit nieuwe nummer de eerste bijdrage van Meanderredacteur Yves Joris.
Voor zijn persoon en werk zie http://yvesjoris.punt.nl/



Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Het volgende nummer verschijnt op 25 oktober 2006 en dan gaat Joris Lenstra in op het bekende Liggen in de zon van Hans Andreus




Voor mekaar

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't cafè om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.


Herman de Coninck (1944-1997)

Uit: De gedichten , samengesteld en verantwoord door Hugo Brems, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 6e druk 2000




Ik ben een gelukkig man. Wanneer ik de grootste dichters van mijn tijd wil ontmoeten, moet ik slechts enkele minuutjes stappen. Van Ostaijen, Gust Gils, Gaston Burssens en Herman de Coninck liggen zij aan zij in poëtische rust op het erepark van begraafplaats Schoonselhof. Noem me morbide, maar poëzie is het krachtigst in de aanwezigheid van de dichter. Daarom dat ik op een zomerse zondagmorgen met het verzamelde werk van Herman de Coninck naar zijn graf trok.

Mechelen 1944 - Lisboa 1997 lees ik op de glazen grafsteen die lijkt op een eenzame vloedlijn onder glas. Gestorven aan een hartstilstand in de armen van Anna Enquist, op weg naar de openingszitting van een literair congres in het Gubelkian Museum. Hij stierf met het woord in zijn hart en gedachten. De plek van zijn overlijden werd een stilzwijgend monument voor de dichter van de alledaagse taal. De literaire wereld was in rouw. Enquist schrijft over dit moment in haar bundel De Tweede Helft:

De dood, zegt men, heeft genomen.
Ik zat op de grond met een dode
maar niemand kwam om te nemen.

Sereen, gewone woorden voor een gewone man. Maar niet alleen Enquist verwerkte de overleden dichter in haar gedichten. Ook Kopland, Brouwers en Nolens schreven de stichter van het Nieuw Wereldtijdschrift een passend afscheid.

Leer het me Herman, ik ben nog zo klein.
Leer me daar vallen, en zonder te huilen,
dwars door de stoep van een wildvreemde stad.
Ook ik moet mijn gezicht vergeten.
Ook ik moet met geen vorm en geen gewicht
het diep in van een ander land.

Zo nam Nolens afscheid van zijn vriend. Een afscheid dat hij nog elk jaar meemaakt tijdens de optredens van Koningsblauw. Dit literaire in memoriam van Behoud de Begeerte herdenkt nog steeds jaarlijks het overlijden van de dichter. Begonnen als een echte hommage is het nu meer een poëtische avond geworden waarin nieuwe dichters het publiek ontroeren met hun gedichten. Het hadden de dochters en zonen van Herman de Coninck kunnen zijn. Alleen Nolens is de ancien die met zachte stem de woorden over de menigte uitspreidt.

Kiezen voor Herman de Coninck is steeds kiezen tegen de echte poëzie. Niet dat ik die mening een warm hart toedraag. Ik verkondig slechts de mening die ik toen al op school in de poësis meekreeg. Herman was te gemakkelijk. Kijk maar er staat wel wat er staat om Nijhoff te parafraseren. Neen, bijt je tanden stuk op De Oostakkerse gedichten van Claus of laat Lucebert je ziel beroeren. En toch. Gezeten op een oude doek voor het graf van een man die ik nooit persoonlijk gekend heb, met zijn woorden in mijn handen, doet me beseffen dat voor mij de taal zo mooi is in haar pure simpele vorm.

Wat voor vele recensenten de zwakte van De Conincks poëzie was, wordt hier op die zomerse zondag voor zijn graf tot een sterkte die geen woord kan tenietdoen. Zelfs de pleidooien van Speliers in Met verpauperde pen kunnen mij niet overtuigen en doen me meer dan eens denken aan een zielig natrappen in het donker. In De leegte van het wintergedicht beëindigt hij zijn pleidooi tegen de al te simpele visie van de Nieuwe Realistische Poëzie als volgt: (…) Door de negatie van de metafoor, door een gebrek aan wetenschappelijke kennis omtrent het onderscheid tussen taal en taalgebruik en door de depersonalisatie die het gevolg is van de integratiewens en de ontkenning van het epifanische karakter van de poëzie, worden in dit soort poëtische teksten de diversiteit, de nuancering en de mogelijkheid om creatief dichterlijke structuren uit te bouwen, aangetast. Dixit Speliers.

Hij had de titel voor zijn verzameling essays niet beter kunnen kiezen. Spijtig genoeg doelde hij niet op zijn eigen werk, maar op dat van anderen.
Hoogdravend gezwets dat vervalt in een intellectueel potje namen noemen overgoten met een geleerd sausje woordenschat. Genoeg voor Herman de Coninck om zelf eens in de pen te kruipen en in zijn eigen kernachtige (doch verstaanbare) woorden Speliers met de grond gelijk te maken. In het essay Een uroloog die niet kan pissen heeft De Coninck het over Speliers als een man die een huis heeft vol kapstokken, maar geen jas om mee buiten te komen, of over zijn schrijven zelf als een te eufemistische term voor wat hij oprochelt. Speliers heeft gelijk. De taal van de Neorealisten is veel duidelijker en directer. Wat betreft bovenstaande aanval antwoordt De Coninck in hetzelfde essay het volgende: Ik denk dat een gemiddeld neorealist dat onderscheid beter kent dan de taalwetenschapper, want hij speelt er dagelijks mee. En in elk geval beter dan Speliers, want die heeft niet eens in de gaten dat de woordspelingen en de dubbele bodem van deze poëzie polysemisch zijn, zoals hij dat graag noemt. Game, set, match. Speliers is blijven steken in de vorm- en ventproblematiek. Een man met tunnelvisie die slechts een soort goede poëzie kent: de zijne.

Een keuze maken uit het werk van De Coninck met het oog op een Meanderklassieker is niet gemakkelijk geweest, want zowat alles wat die man schreef, kon voor mij opgenomen worden. In het gedicht 'Voor mekaar' praat een man die doorheen de jaren zijn verliefde ogen heeft afgelegd en ze heeft ingeruild voor liefdesogen. Neen, ik ga hier geen pleidooi voeren over liefde en verliefdheid, want dan verval ik ook in dat uitleggerige schoolmeestervingertje.
Want we moeten dissecteren, catalogeren, expliceren om beter te begrijpen. Help ons beter te begrijpen, Heer, want zelf een eigen mening vormen wordt ons niet meer geleerd. In deze optiek werd Herman De Coninck ingedeeld in de literatuurgeschiedenis bij de neorealistische poëzie (NRP). Poëzie die ontstond als reactie op het hermetisme van de experimentele dichters (zoals Paul De Vree en Mark Insingel), lees ik in Meulenhoffs Overzicht van de Europese Letteren van Homerus tot Heden, Deel III. Kenmerken van de NRP zijn volgens ditzelfde boek: (…) een eenvoudig taalgebruik waaruit metaforen worden geweerd, aandacht voor de anekdotische, alledaagse, waarneembare werkelijkheid, en tegelijkertijd, paradoxaal genoeg, een opnieuw ter discussie stellen van de scheiding tussen grens en fictie. (…)

Zo, nu weten we het ook. En net zoals je bij het lezen van het gedicht van De Coninck plots de aha-erlebnis zal hebben waarbij dit gedicht synoniem voor echte liefde wordt, zo zal bovenstaande definitie ooit zijn volle betekenis krijgen als je veel van dergelijke literatuurstudies onder de loep neemt. Ik persoonlijk kies dan voor een eigen, variabele betekenis van dit gedicht, afhankelijk van het tijdstip en de plek waarop ik het lees. Dit is voor mij de enige definitie van een goed gedicht: woorden in een onderlinge samenhangen die steeds een grotere meerwaarde zullen bieden naarmate de lezer er naartoe groeit. Want hier deel ik de mening van De Coninck die in Over de troost van pessimisme schrijft dat er drie criteria zijn om een gedicht te bekijken - het kan mooi, interessant en vernieuwend zijn - maar dat er slechts één literair criterium is: het moet mooi zijn. (zie zijn essay Niets dan wat gerimpel - Over Roland Jooris).

Als beweging heeft NRP slechts enkele jaren bestaan. Dichters kwamen en gingen, sloegen andere wegen in en werden plots tot een andere strekking gerekend. Sommigen dichters, zoals Patricia Lasoen, zijn nog aanwezig in de literaire wereld. Lionel Deflo, die de dichters als nieuw-realistische stroming aan de wereld toonde, ging verder met zijn literaire tijdschrift Kreatief tot enkele jaren geleden de subsidiekraan werd dichtgedraaid. Stromingen en dichters. Vijftigers en Tachtigers. Gard Sivik en Barbarber. Neorealisten of Neoromantici. Tijdens hun leven was hun poëzie onderdeel van een structuur om het geheel in vakjes te kunnen verdelen. En nu liggen ze naast elkaar: strekking naast strekking en ik lees Gils voor het graf van Van Ostaijen en de Coninck voor het graf van Elsschot. In de dood zijn ze gelijk, hun woorden blijven echter een twistappel voor enkele fijne luiden.

Yves Joris


Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79 Harmen Wind - Remedie 80 Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81 M. Vasalis - De idioot in het bad 82 Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83 A. Roland Holst - De ploeger 84 Hein Walter - Hestia 85 Paul van Ostaijen - Het dorp


* Abonneren of opzeggen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html

* Adres wijzigen?
Ga naar klassiekegedichten.net/abo.html en:
1. Zeg uw abonnement op uw oude adres op
2. Neem een abonnement op uw nieuwe adres


Evenals Meander literair e-zine is Meander Klassiekers gratis, maar financiële ondersteuning is welkom. Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt naar girorekening 4451410 t.n.v. Stichting Literatuursite Meander te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander Klassiekers' en uw e-mailadres.


Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers
is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming
van de auteur(s).