Klassiekers (95)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

13 juni 2007

Leo Vroman - Jeldican en het woord


Een exercitie door Remco Ekkers


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Vooraf

Op de bespreking van Esther Jansma's 'Raam in de lucht' reageerde Rutger H. Cornets de Groot als volgt:
Ik lees het gedicht toch heel anders dan Wierenga. Alle interpretaties zijn natuurlijk in orde, dus het kan om een brief van een vriend gaan, maar ik voel meer voor de suggestie dat het om een brief van de ikzegger aan zichzelf gaat: 'Vandaag kreeg ik je brief': vandaag herinnerde ik me plotseling weer wie ik eens was. Daarvoor pleit de voorlaatste regel: 'mijzelf bewaren: meisje met brief.' Maar ook het gelijklopen van gedachte en expressie in de eerste strofe, het uit elkaar lopen ervan in de tweede strofe en het hervonden evenwicht in de derde. In die tweede strofe wordt het leven buiten het raam beschreven, dat wat de volwassene van het kind dat ze was heeft gescheiden. Wat ze van het kind behield ligt opgeslagen in die brief, en om die niet ook aan de wereld daarbuiten prijs te geven wil ze hem niet openen. 'Deze dag': de dag dat ze de brief schreef n de dag waarop ze hem ontving.
Geen Mulisch dus, deze Esther Jansma, voor wie de werkelijkheid daarbuiten niets betekent, en het geschrevene (de brief) de enige werkelijkheid vertegenwoordigt, en die beide vandagen zou samenbrengen in een 'Vandaag voorgoed'...

Ook Inge Boulonois boog zich nog eens over de tekst::
Mooi dat Lambert Wieringa een link legt van het gedicht 'Raam in de lucht' naar de tableaus van Vermeer. Het gedicht roept inderdaad de intieme, stille en serene sfeer op die uit zijn genrestukken spreekt. Ik zou mij goed kunnen voorstellen dat Esther Jansma zich door Vermeers werk heeft laten inspireren, maar Het meisje met de parel ligt dan niet voor de hand. Een vrouw met een brief vormt een motief in Vermeers oeuvre. Een dichte, nog ongelezen brief zien we in De liefdesbrief en in Vrouw en dienstbode met brief. Bovendien schilderde Vermeer vaak interieurs waar het licht door een links afgebeeld venster naar binnen valt dus ook het raam heeft een plaats. (In de twee genoemde schilderijen is toevallig geen raam te zien.) De zin 'hier in de kamer steeds meer schaduw' past het meest bij De liefdesbrief. Daarop zie je op de achtergrond een schilderij van een hellend schip op zee wat een zinnebeeld vormt voor het liefdesleven. Boven het schip pakken dreigende wolken zich samen en volgens kunsthistorici betekent dit dat de brief slecht nieuws bevat.

De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 1995 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Het volgende nummer verschijnt op 13 juli 2007 en dan bespreekt Inge Boulonois Vermeer van Marc Tritsmans.




Jeldican en het woord

Over de heide
kroop Jeldican,
de staart tussenbeide
stomp vooraan.

Op gloeioren hing er een
belletjespet;
tussen twee vingeren
't zwaluwnet.

Japon aan het lijfke
van ruitestof,
blauwkousen van 't wijfke
en rinkelslof.

'Rood van den appel
in puntcipres,
peers van de pappel
te palfrines,

waar kan ik het vegen:
het fluit onder God,
het vliegt mijne wegen
fladderzot.

Kiekt het te hangen
aan bontekoord?
Hoe kan ik het vangen,
dat lieve woord' -

Iets klappert in 't warkruid,
goudbrem knikt,
het juichtpikt en hardfluit;
Jeldican schrikt.

Nooit had hij zo rijke
tralieten gehoord -
hij zt van het kijken:
was dit het woord?

Bonsbuikje laait met
gebed om geluk...
'jaaat' giert het graainet -
kippetjetuk!

O, veren te kussen!
Het woord aan zijn hart
tuitte intussen
nog ns zo hard.

'O, schoon, o mijn heide,
pappelkes hoort!
Nooit kan ik meer scheiden
Heer, van dit woord.

Tja, nu naar het wijfke
als weduwenwind,
laat stormen het lijfke,
klapperend lint!'

Vol praat in zijn eentje
vloog Jeldican.
Koppeltje-beentje
daar kwam hij aan.

'Wijfke mijn toren,
hier is het woord!'
Zij zonder te horen,
sprak onverstoord:

'Aai, vogeltje vetbult,
nuttige zaak,
al dat het net vult
is muntemaak.'

Daar ging zij en ruilde
't voor wittebrood,
maar Jeldican huilde
en sloeg haar dood.

Leo Vroman (1915)

Uit: Leo Vroman - Het andere heelal, gekozen door H.U. Jessurun d'Oliveira, Querido, Amsterdam 2005





Jeldican is een dichter. Hij ziet er een beetje vreemd uit: kruising tussen een poes en een nar.
'Over de heide / kroop Jeldican, / de staart tussenbeide (achterpoten) / stomp vooraan. // Op gloeioren hing er een / belletjespet;'
Zie je wel, een nar, en nog opgewonden ook.

'tussen twee vingeren / 't zwaluwnet.'
Hij gaat op jacht! '

Hij heeft zich vreemd en vrouwelijk uitgedost.
'Japon aan het lijfke / van ruitestof, / blauwkousen van 't wijfke / en rinkelslof.'
Jawel, een nar.

Wat is er met dat vrouwtje aan de hand? Een blauwkous?
Hij gaat roepen, hij gaat uit zijn bol!

'Rood van den appel / in puntcipres, / peers van de pappel / te palfrines,'
Paars van de peppel, de populier, zal hij bedoelen!

'waar kan ik het vegen: / het fluit onder God, / het vliegt mijne wegen / fladderzot.'
Waar? Op de heide waarschijnlijk. Waarmee? Met het zwaluwnet. Wat is het? Een vogeltje dat naar hem toekomt. Het is k in de war of heel erg blij, dat het naar hem toekomt.

'Kiekt het te hangen / aan bontekoord? /Hoe kan ik het vangen, / dat lieve woord' -
Vogeltje? Woord dus! Het lijkt wel een pimpelmeeswoord.
Hoor, zo gaat het verder...

'Iets klappert in 't warkruid, / goudbrem knikt, / het juichtpikt en hardfluit; / Jeldican schrikt.
Ja, dat kan ik me voorstellen: dat volgeltje zit in de brem, het pikt hard en fluit juichend, behoorlijk in de war of miischien zelfs extatisch.

'Nooit had hij zo rijke / tralieten gehoord- / hij zt van het kijken: / was dit het woord?'
Het kan mooi fluiten en het is mooi. Als je het woord vindt, ben je verbaasd en zenuwachtig, het hart bonst in je buik.

'Bonsbuikje laait met / gebed om geluk.../'jaat' giert het graainet- / kippetjetuk!
Hij vangt het.

'O, veren te kussen! / Het woord aan zijn hart / tuitte intussen / nog ns zo hard.'
Nu breekt Jeldican los in gezang, helemaal lyrisch is hij.
'O, schoon, o mijn heide, / pappelkes hoort! Nooit kan ik meer scheiden / Heer, van dit woord.'

En wat doet een man als hij wat moois heeft gevangen?
'Tja, nu naar het wijfke / als weduwenwind, / laat stormen het lijfke, / klapperend lint!'
Let op die w, Jeldican lijkt wel een hagedis of zo.

Vol praat in zijn eentje / vloog Jeldican. / Koppeltje-beentje / daar kwam hij aan.
Hals over kop, hij is echt in de bonen, die schat.

En dan hijgend: 'Wijfke mijn toren, / hier is het woord!'
Maar zij heeft geen gevoel voor pozie, die blauwkous en materialiste:
'Zij zonder te horen, / sprak onverstoord: 'Aai, vogeltje vetbult, / nuttige zaak, / al dat het net vult / is muntemaak.' // Daar ging zij en ruilde / 't voor wittebrood'

'Jeldican huilde / en sloeg haar dood.
Ja, terecht, zou je willen zeggen!


'Jeldican en het woord' verscheen oorspronkelijk in Van Java tot Nagaoka (1942-1945).
Het werd door twee Nederlandse componisten op muziek gezet, te weten door Louis Toebosch (voor vrouwenkoor a capella, opus 138, 1987) en Joop Voorn.

Remco Ekkers




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79 Harmen Wind - Remedie 80 Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81 M. Vasalis - De idioot in het bad 82 Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83 A. Roland Holst - De ploeger 84 Hein Walter - Hestia 85 Paul van Ostaijen - Het dorp 86 Herman de Coninck - Voor mekaar 87 Hans Andreus - Liggen in de zon 88 Paul Marijnis - Bij een boeket 89 Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90 Chrtien Breukers - Een bericht 91 Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92 Leo Herberghs - Psalm 23 93 Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94 Esther Jansma - Raam in de lucht

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).