Klassiekers (97)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

15 augustus 2007

Gust Gils - een minnend paar


Een bespreking door Yves Joris


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Vooraf

De bespreking van 'Vermeer' van Marc Tritsmans bleef zonder reacties. Wel kwam Jos Knipping uit Apeldoorn terug op een commentaar bij Klassiekers 95 (Vromans 'Jeldican en het woord'):

Ik ben het met de reactie van Tony Laureys op de bespreking van 'Jeldican' niet eens. Hij zegt dat als iemand het woord eenmaal gevonden heeft er niemand is, die het nog kan afpakken. Maar ik dacht juist dat Vroman het tegendeel beweert. Immers, de vrouw van Jeldican wil geld zien. Zij is in de ogen van Jeldican een materialiste, zoals zovelen van ons. Hij wil idealist blijven, op zoek naar het ideaal. Eindelijk heeft hij het gevonden en dan wordt het hem niet gegund!!!! Nog wel door zijn vrouw. Ik denk dat dit heel vaak gebeurt in onze samenleving.

In de nieuwste Poëziekrant (nr.5, juli-augustus 2007) bespreekt Renaat Ramon Misschien tot morgen, Leo Vromans 'Dagboek 2003-2006'. De volgende passage vormt een noodzakelijke aanvulling op de Jeldican Klassieker:

Het opvallendste gedicht is wel het vervolg op zijn evergreen 'Jeldican en het woord' (uit zijn Gedichten, 1946). Vroman schreef het gedicht op 'verzoek van Deleu iets te schrijven over verandering', het staat in Het Liegend Konijn, jg.5, nr.1, 2007. Wij vernemen nu dat Jeldican naar behoren werd gestraft nadat hij de populairste doodslag van onze letteren beging. De moord blijkt een tragisch misverstand te zijn geweest. In zijn cel wordt hij verrast:

[…]
Wat vloog toen door de tralies binnen?
Wat wist hem eindelijk te vinden?
Het was zijn lang verloren woord.
De naam? De naam van zijn beminde
Die hij getrouwd had en vermoord.

Ze had haar eigen naam verkocht
Want het waren arme tijden.
Hij mocht wel schrijven maar hij mocht
Van haar geen honger lijden.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2015 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Het volgende nummer verschijnt op 12 september 2007 en dan bespreekt Joris Lenstra Ik sla een hoek om. van Hans Faverey.




een minnend paar

een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar

liefde of toeval niemand weet het

stoffig en schraal als puin vindt men

de bewijsstukken (hun silhoeëtten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer


Gust Gils (1924-2002)

Uit: Drie Partituren, De Bezige Bij, Amsterdam 1962




Ik maakte voor het eerst kennis met de dichter Gust Gils in een artikel over het literaire tijdschrift Gard Sivik. Waarover het artikel handelde ben ik al lang vergeten, maar de namen van de oprichters bleven nazinderen: Paul Snoek, Hugues C. Pernath en Gust Gils. De allitererende dichtersnaam klonk als een pseudoniem in mijn oren. Achteraf bleek hij de enige van de drie te zijn die zijn eigen naam gebruikte.

Wie meer wil te weten komen over het ontstaan van het literaire tijdschrift Gard Sivik raad ik de standaardwerken Van Ostaijen tot heden (Geert Buelens) en Altijd weer vogels die nesten beginnen (Hugo Brems) aan. In deze bespreking gaan we dieper in op de poëtica van de dichter die tijdens een interview met Johan Vandenbroucke over poëzie zei: 'Dat het gedicht verrast, de lezer op het verkeerde been zet, lijkt me een vereiste voor alle poëzie die het zout in haar pap verdient.' Recensenten herkenden dit fenomeen wel, maar konden het zelden duiden. Ze brachten Gils' poëzie dan ook onder de noemer absurdistisch onder, maar dit was eerder een correcte beschrijving dan een verklaring van de term. Het leek wel dat men op deze manier rond de hete brij heen kon lopen, want hoe moet je immers als recensent omgaan met een gedicht dat als titel heeft 'Van drie zweren'?

VAN DRIE ZWEREN

Op een broze wereld die niet meer
dan tien bij dertien meter mat
leefden drie enorme zweren

die het niet waagden om eenmaal rijp
etterend open te barsten zoals dat zweren betaamt:

kleine katastrofen hebben al
grotere werelden doen vergaan!
verklaarden die zweren, terecht waarschijnlijk.

wel stierf zodoende reddeloos uit

het enige intelligente leven
op een broze miniplaneet

(uit Vingerknip)

Volgens Jeroen Kuypers (in het artikel De dromen van de hypnograaf, Gust Gils en de parawetenschap) heeft het werk van Gils veel meer diepgang dan zich op het eerste zicht laat vermoeden. Ik treed hem daarin bij, want naast de boeken van Borges, Kafka en Topor stond er ook heel wat literatuur over astronomie en kwantumfysica in Gils' bibliotheek. De dichter was steeds op zoek naar de essentie en grenzen van de menselijke geest. De tijdsgeest zorgde er daarbij voor dat de dichter zijn inspiratie ook haalde uit allerlei geestverruimende middelen, uit LSD, een pilletje, of uit een sigaret met meer dan alleen tabak. Waar kwam die fascinatie vandaan? Ondanks een kort verleden als student geneeskunde was Gils geen wetenschapper van de menselijke psyche. Integendeel, zijn werk blinkt uit door het ontbreken van echte personages en als er dan al een wezen een diepere schets krijgt, dan is het meestal de getormenteerde ik-figuur die er niet in slaagt om een intieme relatie aan te gaan met zijn omgeving. Net zoals het minnend paar dat gedoemd is om op te gaan in die omgeving.

De poëzie van Gils kan chronologisch opgedeeld worden in twee fasen. Zo is er de poète maudit die in onmin leefde met zijn omgeving zoals hierboven al vermeld. Maar vanaf 1975 begint de poëzie van de dichter te veranderen. Het maatschappijkritische element verdwijnt stilaan uit zijn poëzie en maakt plaats voor een zachtaardiger en begripsvoller geheel. De dichter zelf verwoordt het zo:

TOT ALGEMENE VERBAZING

eerlijk gezegd
pas voorbij het punt
waar je ervan overtuigd bent geraakt
dat je er beter zou aan doen
helemaal te zwijgen

pas dan
wordt het opnieuw boeiend
om tóch nog iets te zeggen
en zomaar te kijken wat er gebeurt

en dat geldt voor dichters
zowel als wittgensteins
(uit Onzachte landing, 1979)

Hier is het absurde, het surrealistische uit zijn poëzie verdwenen. De dichter lijkt afstand te nemen van wat hij in het verleden verkondigd heeft. Of om het met Van Ostaijen te zeggen: 'Ik wil naakt zijn en opnieuw beginnen.'

Hoe past het gedicht 'een minnend paar' binnen het oeuvre van Gust Gils? Het gedicht verscheen in de gedichtenbundel Ziehier een dame uit 1957, dat net als Partituur voor vlinderbloemigen (1953) en Zeer verlaten reiziger (1954) door de dichter in eigen beheer werd uitgegeven. Deze eerste drie bundels zouden later gebundeld verschijnen onder de titel Drie Partituren, (LP 96, De Bezige Bij, Amsterdam 1962)

Qua thematiek valt in het gedicht dadelijk het anonieme op. De dichter geeft ons wel mee dat het een minnend paar betreft, maar laat ons verder in het ongewisse. Verder schildert hij ons een grauwe dag die haaks staat op het liefkozend tafereeltje van de openingsregel. De liefde wordt in de vierde versregel al ingehaald door de dood. Maar de dood brengt een poëtisch einde. De regen doet de geliefden in elkaar oplossen tot een werk van Kandinsky. Vijf versregels heeft de dichter nodig om op absurdistische wijze dit prille geluk in de kiem te smoren.
De zesde versregel staat alleen en brengt een terzijde waarbij de dichter (typisch bij de poëzie van Gils) even zijn persoonlijke visie op de feiten geeft.
In de derde strofe wordt de herinnering aan het minnend paar opnieuw levend als per toeval hun silhouetten gevonden worden op een onverhuurde zolderkamer. Op het eerste gezicht is er niets mis met de inhoud van de strofe, maar daar is net die opstapeling van realistische zaken die Gils laat uitmonden in een absurd geheel. Hoe kunnen in elkaar gevloeide vlekken een menselijk silhouet vertonen? Hoeveel later zijn ze pas ontdekt? En vooral hoe zijn ze van een plattelandsstad plots op een stoffige zolderkamer beland?

Gils was een voorstander van de Spelling Kollewijn, een soort voorloper van onze huidige SMS-taal. Door deze manier van schrijven, die heel klankgericht is, werkt de dichter ook een zeker ritme in de hand. Een goed voorbeeld van deze spelling vinden we in het titelgedicht van de bundel Ziehier een dame:

[…]
ziehier een dame
met borsten prehistories
met ornamenten en schelpensnoeren
om een cro-magnonschedel
langst zij ons heen of zij een
grottenfresko dierensilhoeëtten opjoeg
[…]

Die sterke ritmiek in het werk van Gils is ook anderszins niet verwonderlijk. Gils onderging veel invloed van jazz. Hij speelde immers in 1944 in een jazzbandje dat optrad in verscheidene cafés. Hoewel Gils zichzelf niet beschouwde als een lyrisch dichter, ontkende hij niet dat zijn poëzie dicht bij muziek stond. Lyrisch had voor Gils echter een negatieve connotatie: een gegoochel met mooie woorden en associaties zonder inhoud, biedermeierpoëzie.
Gils had een natuurlijke afkeer van leestekens. Alleen het dubbele punt vond genade in zijn ogen, omdat dit leesteken het toelaat een eerdere gedachte verder uit te werken: een improvisatieteken. Ook haakjes worden sporadisch gebruikt; ze dienen om nog wat extra informatie of een bedenking mee te geven. Deze techniek, die ook door andere experimentele dichters uit die tijd (Hugo Claus) gebruikt werd, zorgt voor een rustpauze binnen het voorstuwend gedicht.
Terwijl in het gedicht op geen enkel moment gebruik gemaakt wordt van eindrijm, bedient Gils zich meermaals van alliteraties (minnend, man, meisje / stoffig en schraal) en assonanties (onverhuurde zolderkamer, …) om ritme te creëren. De witruimtes voor en na de alleenstaande versregel zorgen voor een rustpauze in het geheel, een moment van bezinning over het ogenblik.

'een minnend paar' is op het eerste zicht een simpel gedicht zonder spitsvondige taalinvallen en neologismen. Maar onder de oppervlakte schuilt het gevaar van te snelle lectuur, waardoor je als lezer te snel voorbij dreigt te gaan aan de schoonheid van een muzikale improvisatie op papier. Of, om het met de woorden van Camus te zeggen: 'Een wereld die men kan verklaren, zelfs met weinig redelijkheid, is nog altijd een vertrouwde wereld. Maar in een wereld die plotseling van illusies en licht beroofd is, voelt de mens zich een vreemdeling.'

Gust Gils overleed op 11 november 2002 op 78-jarige leeftijd. De laatste jaren leidde de dichter een leven in afzondering. Zijn graf bevindt zich op het erepark van begraafplaats Schoonselhof te Hoboken. Een paar zerken verder vinden we daar het graf van de vijf jaar eerder overleden Herman de Coninck. Samen vormen ze daar wellicht een poëzieminnend paar.


Yves Joris




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79 Harmen Wind - Remedie 80 Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81 M. Vasalis - De idioot in het bad 82 Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83 A. Roland Holst - De ploeger 84 Hein Walter - Hestia 85 Paul van Ostaijen - Het dorp 86 Herman de Coninck - Voor mekaar 87 Hans Andreus - Liggen in de zon 88 Paul Marijnis - Bij een boeket 89 Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90 Chrétien Breukers - Een bericht 91 Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92 Leo Herberghs - Psalm 23 93 Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94 Esther Jansma - Raam in de lucht 95 Leo Vroman - Jeldican en het woord 96 Marc Tritsmans - Vermeer

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).