Klassiekers (103)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

16 januari 2008

Guillaume van der Graft - Brood op de wereld

* Een bespreking door Karin Doornik *


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Vooraf

In reactie op Lambert Wierenga's bespreking van Ineens van Anna Enquist (Klassiekers 101) suggereerden enkele lezers dat zij dit gedicht geschreven zou kunnen hebben naar aanleiding van de dood van haar dochter. Echter: Margit Widlund verongelukte in 2001, en het gedicht werd al in 1996 gebundeld, dus die directe relatie is er niet. De angst dat er met haar kinderen ooit iets zou kunnen gebeuren, is daarentegen altijd een belangrijk motief geweest. Zie hierover de eerder in Meander verschenen recensie van De tussentijd.


De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2135 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 13 februari 2008. Ivan Sacharov bespreekt dan Côte d'Azur van Hans Gomperts.




Brood op de wereld

Naaldhout is droog als peper,
als oostenwind in de neus.
Brood op de akker is beter,
het is door de wind gemalen,
het is door de zon gebakken,
het ligt op het ovale
bord van de wereld.

Ik wil bij de bossen niet leven,
de scherpe smaak van de schoonheid
brandt in de keel.
Mijn dorst wil ik lessen die hevig
tussen de wervels, tussen de regels
roept om water, om bloed
van lang overleden godinnen.

Bossen, de groene golven,
het witte berkenschuim,
de dorst heeft mij bedolven,
peper, zout en aluin.

Maar nee, ik wil ook niet leven
bij hartslag en vloed van de zee,
de bijslaap zou gaan vervelen,
schelpen kreeg ik voor kruim,
weekdieren in mijn oren
niet de gevederde woorden.

Dit wil ik: zitten aan tafel,
mijn ogen, mijn handen wassen
in het licht van de haan
en woorden als verse gewassen
op linnen zien staan.

Dit wil ik: 's morgens opstaan
en brood op de wereld zien staan.


Guillaume van der Graft (1920)

Uit: Verzamelde Gedichten, de Prom, Baarn, 1985²




'Brood op de wereld' vond ik in de tweede druk van Guillaume van der Grafts Verzamelde Gedichten (de Prom 1985, eerste druk Bosch & Keuning 1982). In deze uitgave zijn alle gedichten in chronologische volgorde gerangschikt, waardoor als het ware een poëtische biografie is ontstaan.
Het gedicht dateert uit 1954. Opvallend genoeg ontbreekt het in Woorden van brood (1956), waarin je het alleen al vanwege de titel wel zou verwachten, en komt het evenmin voor in Mythologisch, de grote verzamelbundel uit 1997. Al heeft de dichter zelf het gedicht kennelijk dus niet willen bewaren, mij sprak het direct aan, autonoom, zonder de kennis van eventuele thematische samenhang met ander werk of van de biografie van Van der Graft. Het was met name de klankrijkdom van de eerste strofe die me meteen opviel.

Guillaume van der Graft (werkelijke naam Willem Barnard, Rotterdam 1920) debuteerde in 1946 met de bundel In exilio. Op indrukwekkend hoge leeftijd publiceert hij nog altijd, o.a. Oevertaal ( 2004), Een winter met Leviticus ( 2006).


KLANKRIJKDOM
De klankrijkdom die me in de eerste strofe zo direct trof (en die in het verdere verloop van het gedicht in stand blijft), wordt opgeroepen door het gebruik van veel poëtische middelen tegelijk: het voorkomen van veel verschillende klanken, waarvan de meeste ook nog eens assoneren (let op de terugkerende aa's, oo's , ee' s, a's en i's, het binnenrijm (droog-oosten-brood), het eindrijm (gemalen-ovale), de alliteratie (brood-beter-gebakken-bord) en de herhaling (het is door - het is door - het ligt), alles ondersteund door het ontbreken van een vast metrum, dat ruimte schept voor juist een sterk ritmische lezing.
De concentratie op elementaire begrippen als wind, zon, zee, bossen, water, bloed en zout maakt het gedicht opmerkelijk zintuiglijk: je voelt de oostenwind in je neus prikken, je ervaart de hitte van de zon, je ziet een molen draaien. In de tweede strofe proef je de scherpe smaak, voel je de dorst branden, wordt er geroepen om water en bloed. In de laatste twee strofen wordt er dan alleen nog maar schoongewassen en gekeken, alle andere gewaarwordingen (proeven, voelen, dorstig zijn) heeft de dichter achter zich gelaten op 'het ovale bord van de wereld'. (Dat de meeste borden rond zijn, impliceert niet dat 'ovale' er staat vanwege zoiets als rijmdwang: het geeft mooi aan hoe de wereld hier breeduit wordt opgediend.)

BIJBELSE TAAL
Bij volgende lezingen van het gedicht heb ik daar wel enige biografische gegevens bij betrokken, waardoor het gebruik van bepaalde, veel voorkomende woorden in zijn gedichten duidelijk wordt (brood, bloed, haan, aarde, akker, zaaien, graan, koren). Willem Barnard heeft theologie gestudeerd en was predikant, o.a. in Hardenberg en Nijmegen.
Laten we beginnen met het woord brood. Ik noemde al Van der Grafts bundel Woorden van brood, waarmee de relatie tussen het brood en de woorden in dit gedicht helder is. Onontkoombaar is de verwijzing naar de bijbel, o.m. naar het Mattheus-evangelie met het bekende: 'Neemt, eet, dit is mijn lichaam' (Matth. 26:26).
Als we Jezus' uitspraken in Johannes lezen, wordt het nog duidelijker wat Van der Graft bedoelt met de honger en dorst in strofe 2 en 3: 'Ik ben het brood des levens, wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft zal nimmermeer dorsten.' (Joh. 6:35).
Het bloed in strofe 2 is daar verre van bijbels, want afkomstig van lang overleden godinnen. Dat heidense element zit ook in de haan, waarover de dichter in een toelichting in zijn Verzamelde Gedichten (waarin de haan veelvuldig voorkomt, de laatste afdeling kreeg zelfs de titel De schorre haan mee) onder meer het volgende zegt: '....De haan immers werd in de vroeglatijnse hymnen bezongen als de ales diei nuntius, de vogel die de dag aankondigt en de verrijzenis uitroept: Gallo canente, als de haan kraait, moet de macht van de duisternis wijken.
Toch vinden we ook hier een duidelijk Bijbelse connotatie. Zo roept de met linnen gedekte tafel in de laatste strofe direct associaties op met de ook in de Nederlands Hervormde kerk gekende avondmaalstafel.
Het wassen van de handen is daarbij meer dan een reinigingsritueel: het roept de uitdrukking 'zijn handen in onschuld wassen' in gedachten, waarbij de haan meteen doet denken aan de haan die kraaide ten teken van Petrus' drievoudige verraad aan Jezus (Matth. 26:34).
Dat het gedicht ermee eindigt dat de ik-figuur bij het ochtendlijk ontwaken brood op de wereld wil zien staan, zou een dubbele betekenis in zich kunnen dragen: enerzijds wil hij door een levende wereld 'gevoed' worden, anderzijds wil hij aan diezelfde wereld zijn eigen 'woorden van brood' bijdragen.

TEGENSTELLINGEN
Tegenstellingen komen door het hele gedicht heen voor en worden op verschillende niveaus gebruikt.
In de eerste strofe staat het naaldhout niet alleen tegenover het brood, maar als natuur ook tegenover de akker, het in cultuur gebrachte land. In strofe 2 en 3 wijst de ik-figuur de wildernis (de bossen) af, en wil hij weg naar de heidense tijd van de 'lang overleden godinnen', want hij vergaat van de dorst, d.w.z. hij heeft een hevig verlangen naar een 'heidens' leven. Maar de zee in strofe 4 is dus ook geen goede omgeving voor hem: de bijslaap zal gaan vervelen, daar krijgt hij schelpen in plaats van broodkruim, weekdieren in plaats van gevederde woorden. Interessant met betrekking tot de laatste uitdrukking: gevleugelde of gevederde woorden werden ook al door Romeinse redenaars in de mond genomen!
In strofe 5 zwerft de ik-figuur niet door de wildernis, ligt hij niet op het strand, maar is hij, thuis aan tafel, in de beschaafde wereld, waar de woorden zijn als verse gewassen. Het lijken affirmaties van de dichter: Ik wil bij de bossen niet leven (r. 8). Maar nee, ik wil ook niet leven (r. 19) en dan: Dit wil ik: zitten aan tafel (r. 25) en nog eens: Dit wil ik: 's morgens opstaan (r. 30), alsof hij zichzelf wil overtuigen van zijn juiste keuze.
Je zou kunnen zeggen dat de dichter in de eerste strofe begint met de verklaring voor zijn keuze voor het brood (het geloof) en met een sterke bevestiging daarvan het gedicht ook eindigt.

Over dit intrigerende gedicht is met het aanduiden van de tegenstellingen natuur-cultuur, heidendom-christendom en mythologie-rationeel bewustzijn het laatste woord nog niet gezegd. Ik hoop dat vooral de theologisch goed onderlegde lezers van de Klassiekers voor aanvullingen kunnen zorgen.

Karin Doornik




Eerder verschenen:

  1 M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark   2 J.P. Rawie - Interieur   3 Jan Kal - Mont Ventoux   4 Jan Emmens - Voor de kade   5 M. Vasalis - Streng en aanbiddend   6 Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je   7 Gerrit Achterberg - Dryade   8 Gerard Reve - Wiegelied   9 Paul van Ostaijen - Melopee 10 Hanny Michaelis - Het kind 11 J.C. Bloem - De nachtegalen 12 Gerrit Achterberg - Verzoendag 13 Hans Warren - Bekentenis 14 E. du Perron - Het kind dat wij waren 15 P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16 H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17 H. Roland Holst - De zachte krachten 18 W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19 J.H. Leopold - Staren door het raam 20 Han G. Hoekstra - De ceder 21 Paul Rodenko - Het beeld 22 Anna Blaman - De Spin 23 Martinus Nijhoff - Moeder 24 Martinus Nijhoff - Impasse 25 Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26 Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27 Ad Zuiderent - Tuinpad 28 Jan Hanlo - Oote 29 Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30 Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31 Jacques Hamelink - Grijsaard 32 Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33 Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34 Ed. Hoornik - Overgang 35 Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36 Jan Kuijper - Statica 37 Lucebert - vrede 38 Lucebert - gedicht 39 Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40 Anthonie Donker - Achterbalcon 41 Gerrit Kouwenaar - men moet 42 Anneke Brassinga - Roeping 43 Jan Arends - drie gedichten 44 Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45 Ria Borkent - Sieraad 46 Simon Vestdijk - Het kind 47 Jac. van Hattum - Visvangst 48 Simon Vestdijk - De overlevende 49 Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50 Leo Vroman - Een boot 51 W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52 H. Marsman - 'Paradise regained' 53 Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54 Willem Jan Otten - Op zaal 55 Hester Knibbe - Vannacht 56 J. Slauerhoff - De ontdekker 57 J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58 J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59 J.H. Leopold - Regen 60 Jan G. Elburg - gelovig soms 61 J.C. Bloem - Insomnia 62 J.H. Leopold - Saadi 63 Anton Korteweg - Wij samen 64 Frederik van Eeden - De Waterlelie 65 Leo Vroman - Nacht 66 Hans Andreus - Laatste gedicht 67 Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68 Gerrit Komrij - Een gedicht 69 Gerrit Achterberg - Fotografie 70 Patty Scholten - De olifant 71 Leo Vroman - Voor wie dit leest 72 Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73 Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74 Gerrit Krol - Roodborstje 75 Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76 Co Woudsma - Thuis 77 Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78 Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79 Harmen Wind - Remedie 80 Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81 M. Vasalis - De idioot in het bad 82 Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83 A. Roland Holst - De ploeger 84 Hein Walter - Hestia 85 Paul van Ostaijen - Het dorp 86 Herman de Coninck - Voor mekaar 87 Hans Andreus - Liggen in de zon 88 Paul Marijnis - Bij een boeket 89 Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90 Chrétien Breukers - Een bericht 91 Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92 Leo Herberghs - Psalm 23 93 Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94 Esther Jansma - Raam in de lucht 95 Leo Vroman - Jeldican en het woord 96 Marc Tritsmans - Vermeer 97 Gust Gils - een minnend paar 98 Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99 J. Slauerhoff - Dit eiland 100 Hans Kloos - Panta rhei 101 Anna Enquist - Ineens 102 Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter...

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).