Klassiekers (107)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

14 mei 2008

Miriam Van hee - reeën

* Een bespreking door Inge Boulonois *


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Vooraf

Docent Nederlands Jan Hendrik van de Riet behandelde de Klassieker van vorige maand, Koplands 'Enkele andere overwegingen', in zijn 6 vwo-klas en gaf onze bespreking mee naar huis.
Over het gedicht merkt hij op:
De indeling van het gedicht is interessant. De eerste strofe is een zin die over drie regels wordt verdeeld. Misschien een enjambement in ruimere zin, ik bedoel dat 'waarom' en 'niet is' door deze verdeling over drie regels een eigen betekenis krijgen die op het wezenlijke van het gedicht duiden. Het zoekproces (in het 'waarom') en dat 'het antwoord' 'het niet is'.
Op macroniveau kun je misschien de eerste strofe zien als weergave van het probleem; de tweede derde en vierde als een voorstel voor nieuwe aanpak, met voorbeelden en uiteindelijk gevolg van die nieuwe aanpak; de laatste strofe is dan de conclusie, de uitleg dat het 'andersom' is. Er wordt een tegenovergestelde standpunt ingenomen om tot diepere inzichten te komen.
Een tweede gedachte betreft de tweede, derde en vierde strofe. Ze vormen samen een zin. In de tweede strofe wordt een voor de mens normaliter belangrijk element, namelijk de tijd (en daarmee causaliteitsverbanden), bijna als een axioma aan de kant geschoven, misschien als middel om een andere manier van denken te forceren. Heel terloops geformuleerd 'laten we'. Dan de omdraaiing, die mogelijk is geworden, geïllustreerd met vier (voor)beelden, waarbij het laatste van de natuur(beelden) op de mens overgaat, en wel een kernelement van het gedicht, namelijk de manier van zien, van waarnemen. Functioneel apart geplaatst als vierde strofe in deze serie van beelden komt dan de climax van deze zin. Weer doelbewust achteloos begonnen met 'en ach' worden raadsel en eenvoud naast elkaar geplaatst.

Lambert Wierenga tekent daarbij aan:
Van de Riet stelt voor de eerste strofe van 'Enkele andere overwegingen' te lezen als een (= één?) 'zin over drie regels verdeeld' via een 'enjambement in ruimere zin'. Dat is juist, denk ik. Maar deze optie geldt generiek voor de poëzietechniek van Kopland: een dergelijke opzet van zinnen en regels maakt deel uit van de 'parlando'- vorm die deze dichter vrijwel altijd hanteert. Ook in dit gedicht. Dat daardoor 'waarom' en 'niet is' een eigen betekenis krijgen als een soort preludium op het vervolg, kan ik, juist vanwege dat generieke karakter van stijl en compositie, ook in dit individuele gedicht, niet goed zien.
De 'eigen betekenis' van de eerste strofe ligt m.i. in de thematische start. Vooral in de constatering: '... wat wij vinden is niet wat wij zoeken'. De start van de impuls tot een andere opstelling wordt aangeboden in regel 4-5: 'de tijd laten gaan'. Forceren is nutteloos als de evidentie van een kennelijk paradigmatische luiheid niet wordt doorbroken.
Dat Van de Riet de notie 'de tijd' koppelt aan 'causaliteit' kan ik niet goed volgen. 'Laten we de tijd laten gaan ... ' vat ik op als een advies: 'Forceer vooral de tijd niet, dan breekt wellicht een het zicht door op een authentieke ordening!' Misschien wel onverwachts, gezien de inchoatieve functie van: 'En zie ...'.
De argumentatieve opzet van het gedicht had ik zelf geprobeerd weer te geven onder het kopje 'De dichter: kijk eens zoals ík kijk'. Vier etappes: een probleem signaleren, symptomen ervan in kaart brengen, een conclusie onder ogen zien, het plan of de belofte om alles uit te leggen. M'n indruk is dat Van de Riet deze argumentatieve analyse grotendeels deelt. Met hem deel ik de idee van de schijnbare achteloosheid die de dichter tot een slotstrofe brengt die het probleem - nog volledig intact - weer oppakt: als een slang die in z'n eigen staart bijt.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2230 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 18 juni 2008. Michel Krott bespreekt dan Brieven op zee van J. Slauerhoff.




reeën

ik vroeg of je nog van me hield
en je zweeg lange tijd
tot je 'kijk', zei, 'beneden'

daar stonden in langzaam
en laaghangend licht
twee reeën een ogenblik stil,
toen vluchtten zij snel en gewichtloos
het struikgewas in

hier en daar werden bladeren geel
dat was wat je daarna zou zeggen
'september, de herfst komt er aan'


Miriam Van hee (1952)

Uit: De bramenpluk, De Bezige Bij, Amsterdam 2002




De poëtische taal van Miriam Van hee (Gent, 1952) bestaat uit subtiele observaties en doet denken aan een monologue intérieur. 'Reeën' klinkt als gefluister, als een vluchtige bespiegeling. Het is eenvoudige taal zonder ellenlange versregels.

In dit gedicht ligt het zwaartepunt op het vergankelijke. Het dichterlijk ik vraagt degene die bij haar is naar zijn gevoelens voor haar (voor het gemak ga ik uit van een vrouwelijke eerste persoon en een mannelijke tweede). Een lange stilte volgt. Daarna vraagt hij haar te kijken naar twee reeën die een ogenblik stilstaan om daarna snel en gewichtloos in de struiken te vluchten, tussen de vergelende bladeren. Zij weet op voorhand dat hij 'september, de herfst komt er aan' gaat zeggen, verwijzend naar het vanitasseizoen bij uitstek.

Dit vrije vers heeft een eenvoudige vorm: drie strofen gelardeerd met binnenrijm. Geen hoofdletters - die zien we nagenoeg alleen vóór haar bundel Binnenkamers (1980) - en een schaars gebruik van interpunctietekens. De taal is ernstig van toon en zeer helder. Geen grammaticale en stilistische trucs, geen paradoxen noch relativerende kwinkslagen. Het gedicht begint met een jambe die als het ware eerst voorzichtig, met een onbeklemtoonde lettergreep, aanklopt. Ook de tweede regel is jambisch, de derde staat in een driedelige versvoet, de anapest. De hele tweede strofe is amfibrachisch. De eerste regel van strofe drie begint antimetrisch om meteen weer in de amfibrachys door te gaan.

De kracht van dit gedicht ligt niet uitsluitend in de onopgesmukte taal waardoor het een spannende en diepzinnige helderheid uitstraalt, maar ook in wat niet gezegd wordt. Het gedicht vormt een mooi voorbeeld van enerzijds de kunst van de karigheid, anderzijds de kunst van het verzwijgen. De tweede persoon antwoordt niet, althans niet rechtstreeks, op de gestelde vraag. Na een lange tijd wijst hij naar beneden, naar de reeën die, net als zijzelf, een ogenblik stilstaan. De inzet van de amfibrachys in strofe twee valt samen met een verschuiving in aandacht, en wel van 'ik' en 'jij' uit de eerste strofe naar 'daar', het eerste woord van de tweede strofe, en 'zij' van de dieren, de - assonerende - twee reeën verderop, beneden. Bij de lectuur van de tweede strofe krijgen zowel 'daar' als 'twee' vanzelf meer nadruk, de metrische daling wordt 'opgevuld' en dit effect beklemtoont de verschuiving in aandacht. De alliteratie van 'licht' met het - assonerende - 'langzaam en laaghangend', echo's van het woord 'lange' in de eerste strofe, tekent een weemoedige sfeer. De reeën, waarmee de tweede persoon zich lijkt te identificeren, 'vluchtten snel en gewichtloos het struikgewas in'. De symboliek van het slanke hert - eenzaamheid, schuwheid en snelheid - sluit er perfect bij aan. Dan volgt het antimetrische 'hier en daar' dat de verschuiving in het perspectief opnieuw accentueert en tegelijk de vergelijking aanzet tussen het paar en de reeën. De vraag is kennelijk zo vaak gesteld dat het lyrisch subject de ontwijkende reactie weet: 'september, de herfst komt er aan'.

Zo helder als het gedicht is geformuleerd, zo ongezegd blijft het belangrijkste. Een antwoord geeft hij niet, heeft hij ook niet eerder gegeven. Is de eerlijkheid te cru om te bekennen? Wil hij voorzichtig aangeven dat de liefde tanende is, zoals alles immers voorbij gaat? Of houdt hij er gewoon niet van om dergelijke gevoelens van liefde , wel of niet tanend, te uiten? Het woord 'nog' in de vraag impliceert, letterlijk genomen althans, dat hij dat vroeger wel deed en dat, op wat voor manier dan ook, liet merken.

Weemoed en vergankelijkheid bepalen de hoofdtoon van het gedicht. Zoals altijd bij Van hee staat de waarneming centraal. Door dat perspectief komen stilstand en beweging, aankomst en vertrek nadrukkelijk aan de orde. Uit 'reeën' spreekt onzekerheid over het behoud van de liefde. De spannende helderheid die het gedicht uitstraalt zou je kunnen verklaren uit de spanning tussen de gewone werkelijkheid en het verlangen naar en onzekerheid over de liefde.

De poëzie van Miriam Van hee verscheen in een stuk of tien talen. De Franse vertaling van De bramenpluk door Philippe Noble, bekend door zijn vertalingen van werk van Harry Mulisch, Multatuli en Cees Nootenboom, kreeg in 2007 de Europese poëzieprijs 'Poesias' toebedeeld. Zijn fraaie Franse vertaling van 'reeën' wil ik u niet onthouden. Het voert vanzelfsprekend te ver om hier lang bij de vertaling stil te staan. Natuurlijk gaat zo'n omzetting gepaard met veranderingen in rijm en metra maar de opvallende allitererende l in 'langzaam en laaghangend licht', is mooi behouden in 'là-bas dans une lumière/lente'.

chevreuils

j'ai demandé si tu m'aimais encore
et tu as gardé un long silence
puis "regarde", as-tu dit, "en bas"

là-bas dans une lumière
lente et à fleur de sol
deux chevreuils un instant immobiles,
puis ils s'enfuirent, vifs et aériens
dans les fourrés

ça et là des feuilles jaunissaient
c'était ce que tu allais dire ensuite
"septembre, l'arrivée de l'automne"

Miriam Van Hee: La cueillette des mûres; Castor Astral, 2006

Miriam Van hee, Vlaams dichteres en slaviste, debuteerde in 1978 met Het karige maal (Masereelfonds) waarvoor ze de Oostvlaamse prijs voor Letterkunde ontving. Ook de bundels erna kregen een onderscheiding. In 1998 verscheen de verzamelbundel Het verband tussen de dagen. Gedichten 1978-1996 (De Bezige Bij, Amsterdam 2001) . Vervolgens kwamen bij dezelfde uitgever De Bramenpluk en Buitenland (2007) uit. Voor de laatstgenoemde bundel ontving zij de Herman de Coninckprijs voor de beste dichtbundel. Haar bio- en bibliografie vindt u hier.

Inge Boulonois




Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.