Klassiekers (127)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

16 december 2009

Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich                         tonende

* Een bespreking door Jeroen Dera *


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (3), Inge Boulonois (17), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (4), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (2), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (6), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (2), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (9), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).

Vooraf

Bettine Siertsema besprak vorige maand sonnet III uit de cyclus 'Voor dag en dauw' van Martinus Nijhoff. Er kwamen geen reacties binnen waarop we moeten ingaan.
In deze aflevering behandelt Jeroen Dera op min of meer ecokritsche wijze (zeer actueel dus!) een gedicht uit Mustafa Stitou's Varkensroze ansichten, een bundel die kort na verschijning door Milla van der Have besproken werd voor Meander.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2450 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 13 januari 2010. Inge Boulonois bespreekt dan Changement de décor van Ellen Warmond, een gedicht uit de bundel Proeftuin (1953).




De schil waarop wij leven

   1.


Het onderliggende het zich tonende,
het zich tonende het zich tonende. Op voormalige
zeebodem een vinexvesting, met zo natuurlijk 

mogelijk bos omgeven, recreatiepaden,
en met kunstwerk binnenkort. Alma Mater
heet het beeld van Johan IJzerman 

en wordt gebouwd van gras,
de schil waarop wij leven.

Hier zijn pionieren klootjes of crimineel 

en wie niet te categoriseren valt
in een aparte doos – woonkamers wemelen
van geruchten over een pedofiele buur 

en asielkampen moeten het liefst
aan de horizon staan, zo scheidt men
het goede van het zwarte. 

Transcendentie schenkt een machtige eik misschien,
een afgewaaid takje staat goed in een vaas
chrysanten, weet Klazien.


Mustafa Stitou (1974)

Uit: Varkensroze ansichten, De Bezige Bij, Amsterdam 2003



Een eik op de zeebodem

Bekommernis om natuur en milieu staat heden ten dage niet alleen hoog op de politieke agenda, maar zeker ook op die van de literatuur. Denk bijvoorbeeld aan de roman Koetsier Herfst (2007) van Charlotte Mutsaers, waarin thema’s als dierenactivisme en veganisme een belangrijke rol spelen. En Stefan Brijs zei naar aanleiding van zijn roman De engelenmaker (2005): “Eigenlijk strijden de mensen niet met God, maar met de natuur. En wij kunnen dat, we hebben de mogelijkheden.”

Teksten als die van Mutsaers en Brijs zullen zeker de aandacht trekken van de zogeheten ecokritiek, een tak van de literatuurtheorie die zich bezighoudt met de wijze waarop de natuur in een tekst gerepresenteerd wordt. Ecocritici hebben een sterk politiek-activistisch karakter: ze menen dat de mens schuld heeft aan natuur- en milieuproblemen en proberen in literaire teksten de discoursen aan te wijzen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Met name de assumptie dat de mens in hiërarchisch opzicht boven de natuur staat, wordt binnen de ecokritiek ontmanteld als schadelijk voor onze natuurlijke omgeving.

In de lijn van die ecokritische karakteristieken formuleerde Lawrence Buell in 1995 vier criteria waaraan een ideale literaire tekst dient te voldoen. Ten eerste moet de natuur in die tekst de suggestie wekken dat de menselijke historie is ingebed in de natuurlijke historie. Ten tweede mag de aandacht niet alleen uitgaan naar de mens: ook aandacht voor niet-menselijke problematiek wordt gelegitimeerd. In de derde plaats is een deel van de ethische oriëntering van de tekst gericht op de menselijke verantwoordelijkheid voor de toestand van onze natuurlijke omgeving. En in de vierde plaats wordt die natuurlijke omgeving niet als een statische constante beschouwd, maar veerleer als een dynamisch proces.

Hoewel ik zo mijn bedenkingen heb bij de praktijk van ecocriticism, zijn het deze vier criteria die Stitous gedicht ‘Het onderliggende het zich tonende’ mooi kunnen belichten. Het gedicht vormt de opening van de cyclus ‘De schil waarop wij leven’, die de Marokkaans-Nederlandse dichter publiceerde in zijn met de VSB-poëzieprijs bekroonde bundel Varkensroze ansichten (2003). Aan de hand van Buells criteria voor een ideale literaire tekst zal ik in wat volgt een interpretatie geven van dit gedicht van Stitou.

Ik begin met het criterium dat de tekst impliceert dat de menselijke historie is ingebed in de natuurlijke historie. ‘De schil waarop wij leven’ getuigt op verschillende manieren van die inbedding. In de eerste plaats legt Stitou een grote nadruk op de bodem waarop de mens zijn huizen en parken bouwt: de vinexvesting staat op “voormalige zeebodem” (regel 3) en gras wordt bestempeld als “de schil waarop wij leven” (8). Daaruit wordt duidelijk dat wat mensen doen en maken, niet los kan staan van wat de natuur ons aan mogelijkheden biedt. Die gedachte culmineert in het beeld Alma Mater (Moeder Aarde), dat geheel uit gras vervaardigd wordt. Het kunstwerk, een cultuurproduct bij uitstek, blijkt voor zijn bestaan afhankelijk van het materiaal dat de natuur ons biedt.

Alma Mater is ook exemplarisch voor een andere manier waarop Stitou duidelijk maakt dat de menselijke historie – ofwel de cultuurgeschiedenis – niet zonder de natuur kan. Hij doet dat door de binaire oppositie natuur-cultuur te deconstrueren. In het kunstwerk vervagen de grenzen tussen natuur en cultuur: een cultureel artefact is vervaardigd uit natuurlijk materiaal. Het onderscheid tussen natuur en cultuur vertroebelt bij Stitou wel vaker. De “pionieren” (9) bijvoorbeeld zijn “klootjes of crimineel”, en daarmee menselijk. In de biologie zijn pionieren daarentegen altijd planten. Door mensen te brengen waar je planten zou verwachten, zet Stitou de gehele ecobiologie op zijn kop. De vergelijking tussen mensen en planten dringt zich ook op wanneer je de tweede en de vijfde strofe naast elkaar legt: zoals de mens de natuur modelleert door de aanleg van cultuurbossen (opnieuw een vermenging van natuur en cultuur), zo bestemt hij ook mensen – en dan in het bijzonder asielzoekers – via een ruimtelijk plan.

Uit het voorgaande moge blijken dat het tweede criterium dat Buell stelt aan de ideale literaire tekst, namelijk dat er meer uit spreekt dan alleen human interest, voor het gedicht van Stitou uitdrukkelijk opgaat. De dichter besteedt niet alleen aandacht aan menselijke problematiek, in het bijzonder in de vorm van ruimtelijke segregratie van etnische minderheden, maar hij heeft ook oog voor de wijze waarop de mens omgaat met de natuur. De “voormalige zeebodem” (3) staat zeer waarschijnlijk voor de provincie Flevoland: niet alleen resideert Stitou zelf in Lelystad, ook komt de kunstenaar Johan IJzerman daarvandaan. De wijze waarop de mens daar met de natuur omgaat, spreekt boekdelen: zee wordt drooggelegd, bos wordt gecultiveerd, gras wordt voor kunstwerken gebruikt, en zelfs “een afgewaaid takje” (17) zetten we in een vaas bij de bloemen. En kennelijk is dat nog niet genoeg: ook plaatst de mens asielkampen aan de horizon, dus zo ver mogelijk weg, om zo “het goede van het zwarte” (15) te scheiden. Op die manier houden we onder controle wat ons bedreigt, zoals we ook de natuur onder de duim houden door haar zo te vormen als het ons uitkomt.

Met die laatste opmerkingen is onmiddellijk Buells derde criterium geďllustreerd: in zijn ethische oriëntering laat het gedicht zien dat de mens, die zelfs wil categoriseren wat niet te categoriseren valt (10-11), verantwoordelijk is voor de wijze waarop onze omgeving eruit ziet. Stitou verzet zich tegen deze menselijke dominantie: hij vestigt zijn hoop op een “machtige eik” (16), die transcendentie moet schenken. Die eik contrasteert fel met het afgewaaide takje, dat via een vaas chrysanten in de huiselijke sfeer wordt getrokken. Daar hoort de eik, als sprookjesachtig element, bepaald niet thuis: het is dit mythisch-natuurlijke beeld dat verlossing moet brengen; dat ons moet helpen de huidige situatie te overstijgen. Het is interessant dat het juist een boom is waarop de dichter zijn hoop vestigt: op die manier onttrekt hij de natuur aan de menselijke onderwerping die blijkt uit drooglegging en cultuurbebossing. Zo spreekt uit ‘De schil waarop wij leven’ een zogenaamde earth centered approach.

De natuur komt bij Stitou zeker niet naar voren als een statische constante. Daarmee lost het gedicht ook Buells vierde en laatste criterium in. De “voormalige zeebodem” (3) impliceert een verandering van zee naar land, die weliswaar door mensen is bewerkstelligd. De term “pionieren” (9) wijst ook op de veranderlijkheid van de natuur: in de biologie duidt de term op die organismen die levenloos land koloniseren en op die manier een proces starten waarbij uiteindelijk een complex ecosysteem gevormd wordt.

Het is echter niet dat complexe ecosysteem waarvan Stitou in ‘De schil waarop wij leven’ een schets geeft. Veeleer geeft het gedicht een beeld van een aarde die door de mens wordt ingericht, zoals het hém uitkomt. Daarbij moet niet alleen de natuur het ontgelden, maar worden ook verschillende minderheden in de samenleving de dupe. Ik hoop dan ook van harte dat Stitous machtige eik spoedig zal worden drooggelegd.


Jeroen Dera



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dčr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dčr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.