Klassiekers (129)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

17 februari 2010

Paul van Ostaijen - Avondgeluiden

* Een bespreking door Wim Kleisen *


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (3), Inge Boulonois (18), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (4), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (3), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (6), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (2), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (9), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).

Vooraf

In de vorige aflevering behandelde Inge Boulonois 'Changement de décor' van Ellen Warmond. Uit verschillende reacties bleek hoe populair dit gedicht nog altijd is.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2475 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 17 maart 2010. Joris Lenstra bespreekt dan Geluk van Mark Boog, uit de bundel De encyclopedie van de grote woorden (2005)




Avondgeluiden

Er moeten witte hoeven achter de zoom staan 
van de blauwe velden langs de maan 
's avonds hoort gij aan de verre steenwegen 
paardehoeven 
dan hoort gij alles stille waan 
van verre maanfonteinen zijpelt plots water 
- gij hoort plots het zijpelen 
van avondlik water - 
de paarden drinken haastig 
en hinniken 
dan hoort men weer hun draven stalwaarts


Paul van Ostaijen (1896-1928)

Uit: Verzamelde gedichten , tekstverzorging en verantwoording Gerrit Borgers, Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam 11e druk 1996



Om te beginnen
'Avondgeluiden' werd na Paul van Ostaijens dood onder de 'Nagelaten Gedichten' gepubliceerd in Vlaamsche Arbeid, dl. 23, 1928, afl. 3/4. Gerrit Borgers vermeldt in zijn verantwoording dat de tekst van het handschrift, "op een blocnotevel van groenachtig linnenpapier met paarse inkt geschreven", op de achterzijde het gedicht 'Boerecharleston' bevat. In de oorspronkelijke versie wijkt de spelling enigszins af van die in de Verzamelde Gedichten: “avond” wordt, ook in de samenstellingen geschreven als “avend” en vers 6 begon oorspronkelijk met een hoofdletter.
In de 'Nagelaten Gedichten' staan veel meer bekende gedichten. Wie kent niet 'Marc groet 's morgens de Dingen', 'Huldegedicht aan Singer', 'Rijke Armoede van de Trekharmonica', of 'Alpejagerslied'? Ook de eerder in de Klassiekers besproken gedichten 'Melopee' (nr. 9) en 'Het Dorp' (nr. 85) vinden we hier.

Stroming
Op het etiketteren met een stroming heb ik het niet zo begrepen. Bij Van Ostaijen vallen heel wat termen: dilettantisme, unanimisme, humanitair expressionisme en organisch expressionisme, om maar iets te noemen. Nu is daar ook weer niets mis mee, want Van Ostaijen heeft een snelle stijlontwikkeling doorgemaakt, zoals we dit ook bij de schilder Malevitsj zien. Maar het is zaak om naar dit gedicht te kijken en ons niet in handboeken te verdiepen, hoe waardevol die ook kunnen zijn.

Het gedicht
Rijm en metrum zijn middelen waarvan Van Ostaijen zich niet bedient. Daar moet je als dichter erg mee uitkijken. In de huidige poëzie zijn er naar mijn smaak teveel dichters die in spreektaal zinnen en flarden daarvan produceren, die, als je ze achter elkaar zou zetten, geen enkele poëtische kracht vertonen. Probeer dat maar eens met dit gedicht:

“Er moeten witte hoeven achter de zoom staan van de blauwe velden langs de maan ’s avonds hoort gij aan de verre steenwegen paardehoeven.”

Uiteraard heb ik ook niet met een slash de scheiding tussen de verzen aangegeven. Wat zien we nu gebeuren? Tussen “staan” en “van de blauwe velden” stop je, zoals bij een enjambement gebruikelijk is, even met hardop lezen. Waarom? Je zou hebben doorgelezen, als er “zoom van de blauwe velden” had gestaan, hoewel je dan bij “langs de maan” toch weer even zou moeten wachten, omdat hier een onverwacht element opduikt. Dan komt “’s avonds” en of je het wilt of niet, je ervaart dit als een nieuw begin. “paardehoeven” zou sterk aan kracht verliezen, als je geen scheiding met het voorgaande zou aanbrengen. Nu wordt alle aandacht hierop gevestigd. Hopelijk is dit voldoende om de poëtische kracht van 'Avondgeluiden' te tonen.

Er bestaat in de poëtische literatuur een zekere traditie van gedichten, waarin de droom centraal staat. Bekend zijn bijvoorbeeld 'Droom is ’t leven' van Jan Luyken, het Sonnet 'Mijn Lief, mijn Lief…..' van P.C. Hooft en 'XXXIV' ('Der menschen hoogste smart is wonderbaar') van Willem Kloos. 'Avondgeluiden' vertoont zelfs overeenkomsten met dit laatste gedicht. Dit droommotief staat centraal in mijn bespreking.

“Er moeten witte hoeven achter de zoom staan.” Zo luidt het eerste vers. Met “moeten” drukt de dichter een veronderstelling uit. Waarom die hoeven wit zouden moeten zijn – het is niet gebruikelijk in het Vlaamse landschap – begrijp je pas bij het woord “maan” in het tweede vers. De dichter associeert dit “witte” met “maan”, vooruitlopend op de plaatsing van dit woord. Dan is er nog het woord “zoom”, waarbij je je afvraagt waarvan die zoom de begrenzing vormt. Het antwoord luidt natuurlijk: “van de blauwe velden”, maar dan is er toch iets aan de hand, want doorgaans zijn velden niet blauw. In het derde vers vinden we de sleutel tot het antwoord op deze vragen: “’s avonds”. Waarom?
De door mij genoemde begrippen zijn niet reëel, maar ontspruiten aan het bewustzijn – eerder nog het onderbewustzijn – van de dichter. Hij is half in slaap gevallen, maar in die sluimering is hij nog wakker genoeg om geluiden uit zijn omgeving op te vangen. Dat verklaart de kleuren wit en blauw, de zoom is ook de grens tussen slaap en wakker zijn. Aan de andere kant van die slaapgrens zijn er de hoeven. Die zijn er ook, als de dichter nog wakker is, dat besef heeft hij, maar de droomgestalte van de hoeven vertoont de kleur wit. Deze kleur, die symbolisch staat voor het pure, het zuivere, voor reinheid, dringt zich aan de halfslapende dichter op tegelijk met de kleur blauw, de kleur van geluk en hartstocht. Die kleuren vind ik terug in 'Paradise regained' van Marsman, evenals de fonteinen, zij het daar van licht: “langs blauwe bergen van de morgen”, “zwervende tussen fonteinen van licht” en de laatste strofe:

“’het schip van de wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’. “


Ook dit gedicht vertoont de sfeer van de droom. Terug naar Van Ostaijen.
Het is heel stil op het platteland. Nu niet meer, maar in de tijd van Van Ostaijen wel. In die stilte hoort hij het geluid van paardenhoeven op de steenwegen. Waarom dit laatste woord? In een tijd, waarin veel wegen nog onverhard waren, werd dit woord gebruikt voor verharde wegen. Je moet dan wel denken aan de beruchte kasseien van de wielerwedstrijden, nu nog als aandenken op een paar plaatsen gehandhaafd. Die paarden zijn in de landelijke stilte duidelijk hoorbaar en het geluid dringt door tot de dichter in zijn halfslaap en verbindt zich met de droombeelden.
In vers vijf wordt die verbinding uitgedrukt: “dan hoort gij alles stille waan”, het geluid wordt met de waan tot een eenheid. Er dringt nog een ander geluid tot de dichter door. Welk vertelt hij niet. Het zou het geluid van het water in een al of niet lekkende dakgoot kunnen zijn, het zou even goed het geluid van het stromende bloed achter de trommelvliezen kunnen zijn. In ieder geval ervaart hij dit in zijn droom als sijpelend water en de associatie met de maanfonteinen heeft dan al plaatsgevonden. In dromen kun je je soms in een onmetelijke ruimte bevinden, dit klinkt door in “verre”.
De associatie met het drinken ligt voor de hand, als het over paarden en water gaat. Die lezen we hier dan ook. Zelfs het hinniken van de paarden dringt tot de dichter door, die misschien al enigszins uit zijn slaap ontwaakt. Bij dit ontwaken beseft hij dat de paarden, zo laat nog op pad, huiswaarts gaan, “stalwaarts”.

André Breton (1896-1966) was een tijdgenoot van Van Ostaijen, zij het dat hij wel wat langer leefde. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van het surrealisme in de literatuur. Jarenlang heeft hij geëxperimenteerd met wat hij “automatisch schrijven” noemde. Dit hield in dat wat de auteur schrijft, regelrecht uit zijn onderbewustzijn voortkomt, mits hij zijn werkelijkheidsbeleving loslaat. Wanneer gebeurt dit duidelijker dan in de (half)slaap? Vandaar dat Breton ook de hypnotische slaap bij zijn experimenten betrok. Van Ostaijen, die als activist om politieke redenen na WO I enkele jaren in Duitsland verbleef, legde daar contacten met dadaïsten en Bauhauskunstenaars. Breton begon zijn loopbaan als dadaïst en het moet daarom bijna zeker zijn dat Van Ostaijen kennis van zijn latere ideeën moet hebben genomen. Maar ik zie hem er ook voor aan dat hij los daarvan zonder meer een droomervaring in dit gedicht heeft vertolkt. Dan bestaat er toch grote verwantschap met de theorie van Breton. Het gedicht is autonoom, dat wil zeggen dat het los staat van de uiterlijke werkelijkheid en dat intuïtie een grote rol in de conceptie van het gedicht speelt. Vanuit de droom (rêve) wordt een nieuwe beleving aan de dichter geopenbaard, het is een revelatie. In dit gedicht vinden we een beleving, zoals bijvoorbeeld ook in 'Melopee' die in taal wordt uitgedrukt zonder dat de ratio wordt gebruikt, het is een intuïtieve benadering.


Wim Kleisen



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.