Klassiekers (130)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

17 maart 2010

Mark Boog - Geluk

* Een bespreking door Joris Lenstra *


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (3), Inge Boulonois (18), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (4), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (3), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (7), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (2), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (9), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).

Vooraf

In de extra uitgave van 25 februari besteedden we nog een keer uitvoerig aandacht aan Van Ostaijens 'Avondgeluiden'. Verschillende lezers namen de moeite te laten weten het op prijs gesteld te hebben: 'Leuk en leerzaam de verschillende visies.'  
Nu weer een 'gewone' aflevering, in tijd en afstand dichter bij huis.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2465 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 14 april 2010. Lambert Wierenga bespreekt dan Geen spaak van Jane Leusink, uit de bundel Mos en gladde paadjes (2003)




Geluk

Het geluk is overkomelijk. Men plaatst het
in een vitrine en gaat aan het werk.
Wie ernaar vraagt krijgt het te zien,
onder weloverwogen commentaar.

Het is gebruikelijk om ’s avonds achterover
te zitten en het geluk, zoals dat beschaafd
verlicht tentoongesteld staat, te beschouwen.
Men stoot de deelgenoot erover aan.
Die knikt of zegt heel zachtjes: ‘Ja.’

In hoeverre het geluk ons bepaalt
is niet eens een vraag: totaal. Wij zijn niets
dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.

Slechts tijdens het afnemen van de glasplaat
slaan we soms de ogen neer. De vochtige
doek hangt slap in onze handen. Zo mooi.


Mark Boog (1970)

Uit: De encyclopedie van de grote woorden , Cossee, Amsterdam 2005



Mark Boog (1970) debuteerde in 2000 bij uitgeverij Meulenhoff met Alsof er iets gebeurt, een bundel waarvoor hij de C. Buddingh'-prijs kreeg. Hij schrijft mooie, ingetogen gedichten, waarin geen woord teveel staat. Als onderwerp kiest hij graag het onbehaaglijke in huiselijke setting. Het gedicht ‘Geluk’ is hierop geen uitzondering. In elf zinnen beschrijft hij op cynische wijze het begrip ‘geluk’, hoewel ‘huiselijk geluk’ een betere omschrijving zou zijn. Het hier genoemde geluk is namelijk oer-Hollands en hoort thuis in het rijtje waar ook de term ‘gezellig’ in staat. Zoals het zich laat verhouden: wat is het gezellig hier met zijn allen, we moeten wel gelukkig zijn.

De dichter Rimbaud noemde ooit geluk een kwaal van de bourgeoisie en daarom niet nastrevenswaardig. Mark Boog neemt hier ook afstand van het begrip geluk, maar dan op een minder radicale, meer gestileerde wijze. Hij maakt van geluk een object, zodat hij er kunstjes mee kan uithalen. Een procédé dat vaker in de kunsten wordt toegepast. In dit geval wordt het geluk een object dat in een huiskamer staat en gekoesterd wordt als een trofee. Het is echter geen jachttrofee of beloning voor gedane arbeid. Het geluk is een trofee waar men geen moeite voor heeft gedaan, het ís en wordt daarom gekoesterd. Sterker nog: het geluk is iets dat alleen maar gekoesterd kán worden. Het heeft verder geen nut. Vandaar ook de vitrine die onze afstand tot het geluk duidelijk maakt. Het begrip geluk wordt niet verder ingevuld, wat dit gedicht juist zo sterk maakt. Alleen de manier waarop er met dit geluk wordt omgegaan, wordt beschreven. En die is veelzeggend.

In de tweede strofe wordt er een huiselijke connotatie aan toegevoegd. Pas na de gedane arbeid wordt ervan genoten, alsof het gaat om een glaasje dure cognac. Het woord ‘deelgenoot’ is daarbij natuurlijk uitstekend gekozen. Alleen anderen die dezelfde vorm van geluk ervaren, mogen erover meepraten. Aan het einde van de tweede strofe is zo het beeld ontstaan van een perfect huiselijk geluk dat voldaan genoten wordt.

Maar dan neemt het gedicht een wending. In de derde strofe verandert het onpersoonlijke subject in: wij. Er is een complot gesmeed en ‘wij’ moeten daaraan meedoen. De wij, dat zijn onder andere: de spreker en de lezer. Maar het ‘wij’ breidt zich ook uit tot alle Nederlanders. Dit gedicht zegt iets over onze de Hollandse manier om geluk ervaren. Noem dit geluk calvinistisch. Het bestaat en – wat we ook doen of laten – we krijgen het of we krijgen het niet. Op dezelfde manier beschouwen calvinisten de mogelijkheid van de verlossing van de erfzonde. Onze daden hebben hier volgens hun leer geen invloed op. Sommige mensen zullen in het hiernamaals verlost en anderen verdoemd worden, ongeacht onze daden op Aarde.

Kan de dichter het met de bewondering van dit geluk eens zijn? Nee, natuurlijk niet. Zeker niet een dichter als Mark Boog die schrijft over het huiselijke onbehagen. Hij begint ons daarom in de derde strofe te definiëren. Persoonlijk vind ik dat niet de sterkste zin van het gedicht. Maar we volgen de spreker toch in het kader van de ‘suspense of disbelief’ en nemen aan dat dit geluk ons totaal beheerst. Daarmee heeft hij ons waar hij ons hebben wil, namelijk volledig in de ban van zijn perceptie van geluk.

Hij voltooit het gedicht door ons, de lezers, bij de groep te voegen die hij in de eerste twee strofen zo afstandelijk beschreven heeft: de groep die het huiselijke, calvinistische geluk koestert als het hoogst haalbare. De cirkel is rond en het complot is gesmeed. Wij zitten ook vast aan onze vitrine met daarin opgeslagen ons geluk. Wij slaan vol bewondering het geluk samen met hen gade, terwijl we een slappe doek in onze handen houden. De slappe doek is een verwijzing naar Rutger Koplands bekende ‘Jonge sla’, en wellicht ook naar de slap neerhangende klokken van de schilder Dali. De spreker gebruikt namelijk de schoonheid als argument om de lezer aan te laten nemen dat het geluk ons totaal in beslag neemt. Met de laatste zin van het gedicht (‘Zo mooi.’) wordt de esthetische ervaring erbij betrokken. Deze ervaring neemt de toeschouwer ook volledig in beslag en verplaatst hem, voor de duur van de ervaring, als het ware buiten zichzelf. Evenals schoonheid is geluk een fenomeen dat geen nut heeft buiten zijn eigen bestaan en geen ander genoegen schenkt dan die van het laten bewonderen.

Eigenlijk is de clou al aan het begin weggegeven, toen de spreker stelde dat geluk overkomelijk is. We kunnen wel zonder, lijkt het gehele gedicht te suggereren. En wanneer we overdag werken, doen we ook zonder. Spreekwoorden als ‘dom geluk’, of: ‘het geluk is voor de dommen’, komen in mij op na het lezen van dit gedicht. En het besef bekruipt mij dat, hoewel wij aan het einde het geluk samen met de spreker aan het bewonderen zijn, de spreker meer weet dan wij en onze bewondering niet deelt. De spreker kent namelijk de grenzen van het geluk en laat ons die zien middels dit gedicht. Op deze manier wordt impliciet de reden van onze massale drang te streven naar geluk bevraagd. Het is een retorische vraag, want de goed verstaander heeft het eveneens impliciete antwoord al begrepen. Het is hetzelfde antwoord dat Rimbaud een ruime honderd jaar geleden ook al gaf.


Joris Lenstra



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.