Klassiekers (134)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

14 juli 2010

P.N. van Eyck - Brent Bridge

* Een bespreking door Karin Doornik *


Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek, hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (4), Inge Boulonois (18), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (5), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (4), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (7), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (2), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (10), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).

Vooraf

Op de bespreking door Wim Kleisen van 'Mijn broer' van Hendrik de Vries kwamen geen reacties binnen.

***



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2490 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 18 augustus 2010. Ivan Sacharov bespreekt dan toen wij nog jong waren van Gerrit Kouwenaar, uit de bundel totaal witte kamer (2002)




Brent Bridge

Een vreemd man, in een vreemd land.
En vaak is er niets dan dit:
Water en loof en het wit
Van zwanen, dicht bij de rand
Gras voor de bank waar hij zit,
En straks aan de overkant.

Een man die even leest,
Het stil begin van een lied,
Dan opkijkt en om zich ziet.
En iets in hem denkt, bedeesd:
Hoe vreemd, nog ken ik het niet,
En toch is het altijd geweest.

Vreemd, in dit vreemde land,
Alleen, met niets dan dit:
Water en loof en het wit
Van een zwaan die talmt bij de kant,
Dicht langs de bank waar ik zit,
wat avondzon op mijn hand.


P.N. van Eyck (1887-1954)

Uit: Herwaarts, Gedichten 1920-1945 , 2e uitgebreide druk, Nijgh & Van Ditmar, 's- Gravenhage 1949.
De 1e druk verscheen in 1939.



VORM EN PERSPECTIEF
Na een paar keer lezen vallen meteen verschillende vormaspecten van dit gedicht op.
Ten eerste de vormvastheid van drie strofen van elk zes regels, waarbij dit strakke stramien wordt versterkt door de herhaling van de regels van de eerste strofe in de derde: 1 herhaalt zich in r. 13, 2 in r. 14 en zo verder, met kleine of iets grotere nuanceverschillen.
Ten tweede vindt er een verschuiving van het perspectief plaats. In de eerste strofe zien we een alwetende verteller die als het ware van bovenaf naar de man op de bank kijkt. We zien wat de man ook om zich heen ziet, maar we kijken niet in zijn hoofd, weten nog niets van zijn gedachten. De man zit er 'vaak' (r. 2), het is aan het water en het is er groen. Er gebeurt niet veel terwijl hij daar zit. Dan lijkt het perspectief in r. 6 al iets te verschuiven. Er wordt in ieder geval iets van toekomstig handelen verteld: 'straks aan de overkant'. Denkt de man dat, of gaat hij straks daadwerkelijk naar de overkant van die rivier? Er wordt geen rivier genoemd, maar het heeft er alle schijn van dat met deze plek de Brent wordt bedoeld, een zijrivier van de Theems die loopt van noordoost naar zuidwest in Groot-Londen. Dit is heel aannemelijk, omdat Van Eyck o.a. correspondent van de NRC is geweest in Londen.
Regel 5 en 6 lijken me een toespeling op de uitdrukking: ‘elders is het gras groener’.

In de tweede strofe wordt een hij-perspectief gebruikt. De man leest, een stil begin van een lied, misschien is het een gedicht? Hij onderneemt weinig, ondergaat de vreemde omgeving en probeert zich deze eigen te maken door stil op (telkens) dezelfde plek aan de rivier te zitten. In regel 10 weten we wat hij denkt; het woord 'bedeesd' versterkt nog eens de passieve houding: er lijkt weinig ondernemingslust te zijn.
Dan verschuift het perspectief nogmaals in de derde strofe, namelijk naar het ik-perspectief. Hier wordt prachtig één moment gevangen: hij zit daar, in de avondzon, alleen in een vreemd land. Er is niets dan hijzelf op die plek en op dat moment. We lezen niets over verdere gedachten, referenties of associaties. Dit lijkt op dagelijks mediteren, versterkt door de herhaling van de inhoud: de derde strofe is een spiegeling van de eerste. Het rijmschema benadrukt ook het lege, lome moment van zitten op de bank en kijken naar het water: abbaba / cddcdc / abbaba.

SYMBOLIEK
Na bovenstaande beschrijving van inhoud en vorm, valt er ook zeker nog een en ander te zeggen over de symboliek in dit gedicht.
Een vreemd man, in een vreemd land (r.1). Dat vreemde land als Engeland op te vatten, ligt voor de hand, maar we mogen niet over 'een vreemd man' heen lezen. Het kan duiden op het geïsoleerde bestaan dat Van Eyck heeft geleid, al vanaf zijn vroege jeugd. In feite heeft hij zijn leven gewijd aan de literatuur en misschien legt hij in dit gedicht een verklaring af aan zijn zoon Aldo aan wie dit gedicht is opgedragen. Hij laat dan hier zowel zijn eenzaamheid als de betekenis van zijn dichterschap zien. In dit licht bezien, kan met dit ‘vreemde land’ ook dit leven bedoeld worden.
R. 5 en 6 lijken mij een toespeling op de uitdrukking ‘elders is het gras groener’. Er lijkt een verlangen uit te spreken later (straks) ook de ‘overkant’ te onderzoeken. Met deze overkant kunnen meerdere dingen bedoeld worden. In dit leven wellicht letterlijk de overkant van de rivier, misschien wordt ook wel Ierland bedoeld. Van Eyck interesseerde zich voor de Ierse kwestie. Maar als wij het gedicht plaatsen in het Symbolisme, dan moeten we toch denken aan het leven aan ‘gene zijde’, dus aan de dood. Daar sluit de symboliek van de zwaan (r. 4 en r. 16) bij aan. Een zwanenzang is het laatste gedicht dat een dichter schrijft voor hij sterft. Zo ver is het nog niet: 'een man die even leest, het stil begin van een lied' (r. 7 en 8). De zwaan talmt, het is nog niet zover dat de ziel van de dichter in hem overgaat, hij zingt nog geen lied, het is immers een stil begin.
De regels 10, 11 en 12 duiden ook op de persoonlijke problematiek van de dichter: de spanning tussen verbeelding en zintuiglijke waarneembaarheid. Hij zit er bij het water en ziet alles om zich heen, en nog kent hij het niet. Dit is ook kenmerkend voor de overgang van het Impressionisme naar het Symbolisme.

De locatie
Zoals eerder gezegd, lijkt het mij heel waarschijnlijk dat Van Eyck deze rivier in Londen vaak heeft bezocht, in de periode tussen 1920 en 1935 toen hij in Londen als correspondent voor de NRC werkte. Het zal een rustige, groene plek geweest zijn in die tijd, het water van de rivier nog schoon. Vandaag de dag is de rivier sterk vervuild. Alhoewel er in het hele gedicht verder geen brug wordt genoemd, zou de dichter met de titel de Kingsbury Bridge bedoeld kunnen hebben, die al in de 19e eeuw bestond, zie hieronder.




Kingsbury Bridge, carrying the busy Neasden Lane over the Brent, was known from before the last century. In 1881 it was washed away during a flood. A temporary wooden structure lasted until 1892 when a girder bridge of 31 ft. between the parapets was built. This served until 1922 when it was rebuilt to facilitate access to the British Empire.




***

Pieter Nicolaas van Eyck (Breukelen, 1 oktober 1887 - Wassenaar, 10 april 1954) was een Nederlands dichter en criticus uit de generatie van 1910, waartoe ook dichters als Adriaan Roland Holst , Geerten Gossaert en J.C. Bloem behoorden. Hij ontving in 1947 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. Pieter Nicolaas was de vader van de architect Aldo van Eyck (1918 - 1999). In een aantekening achter in de bundel vermeldt Van Eyck over Brent Bridge: 'opgedragen aan Aldo.' Zijn bekendste gedicht is De tuinman en de dood, waarvan inmiddels zeker is dat hij het plagieerde van een gedicht van de Franse kunstenaar Jean Cocteau (1889 - 1963) uit diens bundel Le Grand Ecart.


Karen Doornik



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries- Mijn broer

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.