Klassiekers (138)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

17 november 2010

Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom

* Een bespreking door Wilma van den Akker *


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (5), Inge Boulonois (19), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (5), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (4), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (7), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (3), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (11), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).

Vooraf

In de vorige aflevering besprak Inge Boulonois 'Eiland' van Willem van Toorn. Het leverde geen reacties op. Deze keer komt voor de vijfde keer Gerrit Achterberg aan bod. Wilma van den Akker schreef een prikkelende bespreking van 'Het meisje en de trom'.
Op 27 november a.s. vindt in het Letterkundig Museum in Den Haag het Achterberg Symposium plaats van de Stichting Genootschap Gerrit Achterberg. Aanvang 11.00 uur. Op het programma staan onder andere een lezing door dr. Pieta van Beek over 'Achterberg en de klassieken', een korte inleiding over de handschriften van Achterberg, een rondleiding door het Museum en een aan 'Ode aan Den Haag' gerelateerde wandeling door Den Haag o.l.v. Jaap Breunesse. Voor niet-donateurs bedraagt de toegangsprijs € 15,--, studenten betalen de helft.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2560 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 15 december 2010. Rik Wouters bespreekt dan Landwaarts aan zee van Andries Dhoeve, uit de bundel Nieuwe gedichten (1983)




Het meisje en de trom

Zij had een trom gevonden om te slaan.
Toen werd zij van metaal tot in haar tanden
en trok een tinteling naar beide handen
om op de trommel met stokken te slaan.

Om met de trom op het toneel te staan
achterovergebogen aan de banden
die haar verbonden met de bonzen van de
gespannen wanden van dit gromorgaan.

Haar ogen zijn gesloten, want zij voelt
het rhythme door haar lichaam zegevieren,
een drift die zich op de roffelen koelt.
Offer en overmacht slaan in elkander om.
Meisje en instrument paren als dieren.
Het levend meisje en de dode trom.


Gerrit Achterberg (1905-1962)

Uit: Alle gedichten I, Verzamelde gedichten ed. De Bruijn, Lucas en Stolk, Atheneum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2005.



Een vrouw met een contrabas bracht dit gedicht onder mijn aandacht. Bij een samenkomen van muziek en poëzie zong en speelde Kim Soepnel 'Het meisje en de trom'. De donkere bastonen brachten de trommelslagen tot leven, haar stem de tekst. De intensiteit en de klanken van het gedicht bleven me bij, wat een goede reden is om het gedicht als 'Klassieker' te bespreken.

Achterberg. Wat over de dichter te zeggen, wat nog niet eerder gezegd is, bijvoorbeeld in eerdere bijdragen aan Meander Klassiekers, of in zijn biografie bij de Koninklijke Bibliotheek? Uit de bekende informatie over zijn leven vind ik het voldoende om te noemen dat geweld en gekte daarin belangrijke plaatsen innamen. Zijn belangrijkste thema was het door middel van zijn poëzie opnieuw tot leven brengen van een dode geliefde. Lees bijvoorbeeld Klassieker nummer 69, de bespreking van 'Fotografie', door Rutger H. Cornets de Groot.

In het kader van deze thematiek is 'Het meisje en de trom' een interessant geval. Gaat het hier om een kind, of om een bijna volwassen vrouw? Staat dit meisje ook voor de dode geliefde? In de loop van dit betoog zal ik proberen daar een antwoord op te vinden. Laat ik me eerst bekommeren om de vormaspecten.

Vorm en klank: orgastisch en onheilspellend
Het sonnet bestaat uit twee kwatrijnen en een sextet en heeft als rijmschema abba/ abba/ cdcede. Het sextet vormt een geheel, er zijn geen terzinen. Mannelijk en vrouwelijk rijm wisselen elkaar af. In de eerste strofe is sprake van rijk rijm: 'slaan' rijmt op 'slaan'. Het woord 'slaan' komt een derde keer voor in regel 12, deze keer in de betekenis van 'omslaan in'. Het slaan, of 'de roffelen' (regel 11) op de trom zijn cruciaal in dit gedicht.
Regel 12 'Offer en overmacht slaan in elkander om' staat precies op het 'omslagpunt' de chute, van het sonnet. Dit is een prachtige illustratie van de geraffineerde opbouw van Achterbergs poëzie: de omslag die met 'omslaan in' gepaard gaat.

Afgezien van regel 2 en 3, die met veel t's een metalige klank hebben ('... van metaal tot in haar tanden/ en trok een tinteling ...') staat het gedicht vol met bonkende, rommelende o-klanken: trom, trommel, stokken, gevonden, verbonden, bonzen, gromorgaan, roffelen, offer, om. Deze donkere klanken voegen toe aan het onderbuikgevoel dat het meisje en haar trom oproepen. Orgastisch, maar ook onheilspellend.

Betekenis en sfeer: agressief en seksueel
Het eerste woord van de titel, 'meisje', roept meteen een vraag op: is het een klein meisje, een kind, of een jonge vrouw, die nog als 'meisje' beschreven wordt? In sommige kringen worden vrouwen tot in de dertig nog 'meisjes' genoemd, ook onderling. Maar wat bedoelt Achterberg? Gezien het erotische karakter van het gedicht ben ik geneigd aan een jonge vrouw te denken. Aan de andere kant trok de dichter de grens tussen meisjes en vrouwen waarschijnlijk niet erg scherp.

Het meisje had een trom gevonden om te slaan. Hier is nadrukkelijk sprake van 'slaan', en niet van 'slaan op'. Het spreekwoord 'men vindt altijd wel een stok om een hond te slaan' klinkt door. Ze geeft de trom ervan langs. Door de verwijzing naar het spreekwoord ontstaat de suggestie dat ze daar behoefte aan had. Regel 11, 'een drift die zich op de roffelen koelt' bevestigt deze suggestie.

Het vinden van de trom verandert het meisje 'in metaal tot in haar tanden'. Wat gebeurt hier? 'Metaal' in combinatie met 'tanden' roept een agressief beeld op. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de metalen tanden van een wolfsklem. Maar niet alleen haar tanden werden van metaal, het hele meisje, tot ín haar tanden. Tot de tanden gewapend? Nog agressiever! Maar een andere verklaring wordt geleverd in de de volgende regel: 'en trok een tinteling naar beide handen'. Metaal geleidt elektriciteit. De stroom, het elektrische signaal, wordt vanuit haar hersenen naar haar handen gestuurd, die worden aangezet om op de trommel te slaan. Door de constructie 'om op de trommel met stokken te slaan' ontstaat de indruk dat zij met haar handen slaat. Maar ook met stokken op de trommel slaan is hier mogelijk. In ieder geval geeft het meisje gehoor aan een sterk innerlijk signaal (een drift) om erop los te slaan. Dat signaal onstond bij het vinden van de trom.

Bij het slaan wil of moet zij op een toneel staan. Heeft ze er publiek bij nodig? Is het een openbare afstraffing? De manier waarop het meisje de trom vasthoudt: 'achterovergebogen aan de banden [...] verbonden met [...] de /gespannen wanden van dit gromorgaan' wordt steeds duidelijker een erotische omhelzing, buik aan buik, zoals bij Shakespeares 'playing the beast with two backs'. 'Meisje en instrument paren als dieren' (r. 13) laat geen twijfel over deze betekenis bestaan. Het 'gromorgaan' met de 'gespannen wanden' verwijst naar een geslachtsorgaan, dat op springen staat, op het punt van ontladen. Gezien de positie houd ik het op een mannelijk geslachtsorgaan, maar de lezer mag hier anders over denken.

Slachtoffer en dader
Het meisje raakt in trance, 'Haar ogen zijn gesloten, want zij voelt/ het rhythme door haar lichaam zegevieren'. Zij geeft zich gewonnen, geeft toe aan haar drang, drift die zij uitleeft door te slaan, te timmeren op de trom, maar ook aan de 'slagen' van de paring. Zij is tegelijk 'slachtoffer' van deze drift, die bij het vinden van de trommel oplaaide, maar ze is ook 'dader', want zij koelt haar woede en andere driften op de trommel: /'ffer en overmacht slaan in elkander om.' Offer vertaal ik hier naar 'slachtoffer', 'overmacht' is de overweldigende kracht, agressie, drift, die tot daden aanzet. 'Als dieren' verwijst weer naar het driftmatige van het slaan en paren.

In de allerlaatste regel 'Het levend meisje en de dode trom' raakt Achterberg aan zijn belangrijkste thema, het tot leven brengen van de dode geliefde. Het meisje leeft, de trom is dood. Heeft Achterberg door middel van dit sonnet het meisje tot leven gebracht? Dat betwijfel ik, want ze is vanaf het begin al levend. Een trom is een levenloos voorwerp, is letterlijk nooit levend geweest. Toch heeft de trom iets bij het meisje in werking gesteld, een signaal afgegeven dat haar tot heftige handelingen heeft aangezet. De 'dode trom' suggereert weer dat de trom wel ooit geleefd heeft. Door de analogie met het geslachtsorgaan komt de gedachte aan impotentie in me op. Maar hier begeef ik me wel op het gladde ijs van het hineininterpretieren.

Voorlopig houd ik het erop dat de tegenstelling dood – levend een essentiële rol speelt bij Achterberg, waardoor het onvermijdelijk werd om die in dit gedicht te benadrukken, zij aan zij met de tegenstelling én omslag in de rol van dader en slachtoffer. Maar ik ben benieuwd naar verklaringen van anderen.

***

Achterberg nam 'Het meisje en de trom' op in Hoonte, G.W. Breughel, Amsterdam 1949.
Een eerste versie stond in het tijdschrift Columbus, jaargang II, 1946-1947. Er zijn twee verschillen. Regel 2/3 had eerst 'Toen werd zij van metaal en kreeg haar handen / Opnieuw van God oorspronkelijk in handen' en regel 12 luidde 'Offer en overmacht slaan om en om.'


Wilma van den Akker



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.