Klassiekers (140)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

12 januari 2011

Lucebert - twee handjes

* Een bespreking door Wim Kleisen *


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (5), Inge Boulonois (19), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (5), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (5), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (7), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (3), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (11), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (2).

Vooraf

De reacties op de bespreking door Rik Wouters van 'Landwaarts aan zee' van Andries Dhoeve waren eensluidend: een ontdekking!



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2600 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 16 februari 2011. Karin Doornik bespreekt dan De krantenvrouw van Marnix Gijsen, uit de bundel Het huis (1925)




twee handjes

hij heeft een magnifiek tichouten handje
een tichouten handje met houtkwast
een tichouten handje met houvast
een tichouten houvast als een tichouten hutje
waarin hij zijn opgezette ticdiertjes ophangt
boven het tic tic knapperend houtvuurtje
waarbij hij ’s avonds laat nog zit te dromen
van dat andere handje dat op zo’n goede voet stond
met het machinegeweertje waarmee hij zo scherp
tic tic kon schieten
peinzend hanteert hij dan zijn ticsomber zingend zaagje
waarmee hij de tichouten nagels van het tichouten handje wat kortwiekt
en leest in de tichouten lijnen des levens
dat het niet de hoge bomen zijn die de kwaadaardigste winden vangen
maar dat dat het allermiserabelst rietje mag doen
dat als ticrietje nu eenmaal gewend is te denken
dat het er spaans tic tic tic toe moet gaan in zijn leven

WANNEER HET IJZEREN HANDJE TAC TAC TAC UIT ANGST
      WEER EENS BIJ ONS DE KLOK TERUG ZET


Lucebert (1924-1994)

Uit: verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 2002.



Inleiding
Lucebert publiceerde dit gedicht in 1954 in het tijdschrift Podium. In 1955 gaf hij de bundel Alfabel uit bij De Bezige Bij. Dit gedicht maakt deel uit van die bundel. In 1974 verschenen bij dezelfde uitgeverij de Verzamelde Gedichten van Lucebert, waarin ook deze bundel is opgenomen.
Lucebert was een veelzijdig kunstenaar. Hij trad als schilder toe tot de groep Cobra (Copenhagen – Brussel – Amsterdam) en was ook actief als tekenaar en later als fotograaf. In 1949 publiceerde hij Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia in het tijdschrift Reflex. Dat was wel even slikken voor de Nederlanders in die tijd. In een tijd waarin wij een oorlog voerden in Indonesië die eufemistisch ‘politionele acties’ werd genoemd, schreef hij dit gedicht waarin hij zonder meer de zijde van de opstandige Indonesiërs koos.
In alle opzichten was de dichtkunst van Lucebert schokkend voor zijn tijdgenoten. Na de oorlog (WO II) bracht men een restauratie van het vooroorlogse bestel tot stand, waarin de burgerlijkheid een bepalende rol speelde. Tegen die burgerlijkheid zette Lucebert zich met de de dichtersgroep de Vijftigers, waartoe hij behoorde, met veel publiciteit af. Bekend is zijn optreden als ‘keizer der experimentelen’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waarvan de legendarische Sandberg directeur was.

Wat was er dan zo schokkend? In de eerste plaats trokken de Vijftigers zich niets aan van de traditionele poëtische vormgeving. Rijm, metrum, strofevorm, het deed er allemaal niet meer toe. Het leidde tot de uitroep: “Is dit nou mooi?!”, terwijl Lucebert juist de schoonheid als afgedaan beschouwde. “Schoonheid heeft haar gezicht verbrand”, zo dichtte hij in zijn programmatische gedicht school der poëzie, het tweede gedicht in zijn eerste bundel Apocrief. In het eerste gedicht, sonnet, parodieerde hij de sonnetten van Kloos, een dichter die zeer op zichzelf betrokken was. In het gedicht komen dan ook maar drie woorden voor: ik, mij en mijn.
Verder was het uitermate irritant voor de toenmalige lezers dat er van een logische gedachtegang geen sprake was. Met de ratio kom je bij het lezen van zijn gedichten niets verder. De lezer komt verder, als hij niet naar rationele, maar naar associatieve verbanden zoekt. Dat zal dan ook de methode zijn, waarmee we dit gedicht gaan lezen.

Associatielijn
Het eerste vers lijkt al raadselachtig: een tichouten handje. Dat woord ‘tic’ komt verder in het gedicht in andere combinaties, maar ook zelfstandig voor. Dit moet dus voor ons haast wel de sleutel tot dit gedicht zijn. Vanaf het woord ‘tichouten’ (vs. 1) volgen we een associatielijn die wordt voortgezet met ‘houtkwast’ (vs. 2), ‘houtvuurtje’, (vs. 6), ‘ticsomber’(vs. 11), en weer ‘tichouten’ in vss. 12 en 13. Maar ‘hou-’ in ‘houvast’ (vs.3) scheelt maar één letter met ‘hout’. In dit vers komt ‘houtvast’ terug, terwijl in vs. 4 dit woord met ‘tichouten’ wordt verbonden.
Ik ga niet verder met deze lijnen. De lezer kan die nu zelf wel verder volgen. Het lijkt een beetje op de Bibelebontse berg uit het kinderliedje. We gaan weer naar vs. 1, maar volgen nu verder de inhoud.

Inhoudelijk
Een houten hand is een prothese, al is een kunsthand nooit van hout, maar vroeger van metaal en nu van kunststof. Toch is het een magnifiek handje, de gebruiker heeft er dus veel plezier van. Maar het is geen best hout, al is de houtsoort teakhout, want er zit houtkwast in. Toch heeft de ‘hij’ er houvast mee. Waarom dit ‘houvast’ nu met een ‘tichouten hutje’ wordt geassocieerd, is wel even een vraag.
Is het eigenlijk wel teakhout? Natuurlijk, door de klank wordt de lezer op die gedachte gebracht. Maar wij kennen een tic als een zenuwtrek. En daarmee komen we weer verder. Uit de prothese blijkt dat de ‘hij’ een verwonding heeft opgelopen. Maar de ‘tic’ geeft aan dat dit mogelijk geen fysieke, maar een psychische afwijking is. Dat intrigeert ons, dus we lezen verder. De ‘hij’ zit in zijn hutje bij het houtvuur. Let eens op de klanknabootsing in het ‘tic tic’ van dit vuur. We horen het knappende hout, Lucebert gebruikt hier het frequentatieve ‘knapperen’. In die hut hangen opgezette dieren. Wie die dieren als ornament in zijn omgeving kiest, wil de gedachte vasthouden aan de natuurlijke schoonheid, al worden de dieren al gauw stoffig en onaantrekkelijk. Op school stonden ze vroeger in het hok naast het biologielokaal, niet om aan te raken! Als de ‘hij’ dan zit te dromen, betreft het gedachten. We verbinden die opgezette dieren nu met gedachten aan wat vroeger levend, actueel was. Wakend dromen doe je trouwens met een gevoel van verlangen.

Waar denkt de ‘hij’ dan met verlangen aan terug? Aan dat andere handje. Als hij nu een prothese heeft, is dat andere handje de hand die blijkbaar na een verwonding is afgezet. Met die hand bediende hij een machinegeweer. Het feit dat hij hiervan zit te dromen en het woord ‘scherp’ geven aan dat hij met genoegen aan de oorlogshandelingen deelnam. Maar 'Es war einmal'! Hij is zijn hand kwijt en kan nu alleen nog maar aan die voor hem mooie tijd dromen. Dat deze periode voorgoed achter hem ligt, stemt hem somber. Het feit dat hij er zoveel genoegen aan beleefde, is natuurlijk een afwijking, we gaan nu dat het hele gedicht doortikkende ‘tic’ begrijpen.

Het metaal van het machinegeweer wordt geassocieerd met het metaal van een zaag. Maar waarom een zingende zaag? We kennen allemaal dit instrument, dat een wat zeurend geluid voortbrengt. Ik kan niet anders concluderen dan dat de ‘hij’ met dit instrument een liedje van verlangen voortbrengt, voor Lucebert is dit gezeur over een fout verleden van een al even foute man. Hij zou zo weer mee willen vechten, maar hij moet zijn verlangen bedwingen, kortwieken.

Hij krijgt nu zelfmedelijden. Terwijl anderen nog steeds hun beroep als militair in de oorlog kunnen voortzetten, zit hij hier gekortwiekt bij zijn vuurtje. Het leven is voor hem noodlottig verlopen, hij leidt nu een miserabel leven. Lucebert speelt hier met de uitdrukking 'Hoge bomen vangen veel wind.' Eigenlijk is de betekenis ervan dat hooggeplaatste personen veel publiciteit krijgen, publiciteit die vaak kritiek bevat. Maar deze ‘kleine man’, een doodgewone militair met een lage rang, ervaart het lot dat hem trof als kwaadaardig. Nu wordt het hout in de associatielijn plotseling riet, riet dat als eigenschap heeft dat het buigt in de wind. Het is een Bijbelse uitdrukking, Jezus zegt dit van Johannes de Doper. De afwijking van deze man wordt nu duidelijk, hij denkt dat het heel normaal is voor een mens om geweld te plegen.

Dan komt er een prachtige woordspeling. We kennen het Spaanse rietje, waarmee lang geleden leerlingen op de vingers werden getikt. Of erger nog: ze moesten de open hand met de rug op hun schoolbank leggen om het de meester mogelijk te maken de gevoelige huid van de handpalm met het rietje te raken. Maar we kennen ook de uitdrukking dat het er Spaans toegaat: dat de strijd heel gewelddadig is. Het is een uitdrukking die afkomstig is uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. Die twee uitdrukkingen verbindt Lucebert nu tot de gedachte dat een gewelddadig leven het echte leven is. Daarvan droomt de uitgeschakelde strijder bij zijn houtvuur met nostalgie en wrok.

Maar dan komen de letters in kapitaal gedrukt. We lezen niet meer ‘tic’, maar ‘tac’. Dat klinkt veel scherper. Het handje is nu van ijzer, hard en gevoelloos. De 'hij' zou zo de klok weer willen terugzetten en weer 'frisch und fröhIich' de oorlog ingaan. Dit is angstaanjagend. Als de klok weer wordt teruggezet, gaan we uit de tijd van vrede terug naar een tijd van oorlog. Een oorlog wordt vaak gemotiveerd doordat de regeringsleiders inspelen op gevoelens van angst. Het risico is levensgroot dat dit weer gaat gebeuren, vandaar de kapitale letters.

Tot slot
Wil Lucebert de mensen nu waarschuwen voor een nieuwe oorlog? Uiteindelijk werden in de tijd dat deze bundel werd gepubliceerd, de Russen als een levensgrote bedreiging beschouwd. Mensen betreurden haast dat de USSR de oorlog tegen Duitsland had gewonnen. Daardoor misten wij een buffer. Hadden de Amerikaanse troepen maar meteen de Russen aangevallen….. in ieder geval hield de dichter zich hier sterk mee bezig. Ik suggereer maar iets uit mijn herinnering. Gedichten zoals bijvoorbeeld o tempora o mores en oorlog & oorlog, die er direct aan vooraf gaan, en de cyclus de beulen die volgt, geven dit te zien. Zelfs de titel van de bundel wijst in deze richting. Het woord ‘alfabet’ kennen wij, maar de ‘t’ is verwisseld met de ‘l’. wil de dichter aan de bel trekken om te waarschuwen? Misschien, maar ik geef mijn mening graag op voor een betere.

Vragen naar de bedoeling van een dichter is uit den boze. Voor ons is het de vraag of wij iets herkennen, of wij de associatielijn van de dichter in onze eigen gedachten kunnen voortzetten. Met een speelse en ongebreidelde aanpak schokt hij de lezer, plaatst hij hem/haar voor een keuze. Hoe sta ik hierin? Daarmee kennen we Lucebert als een dichter met een grote maatschappelijke relevantie. In duistere tijden is hij een drager van het Licht (de letterlijke betekenis van zijn pseudoniem).


Wim Kleisen



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.