Klassiekers (142)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

16 maart 2011

Jacques Hamelink - Krijgslist van La Pucelle

* Een bespreking door Jeroen Dera *


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (5), Inge Boulonois (19), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (3), Karin Doornik (5), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (5), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (7), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (3), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (11), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (2).

Vooraf

De bespreking van Marnix Gijsens 'De krantenvrouw' door Karin Doornik bleef onbecommentarieerd.
In deze nieuwe aflevering bespreekt Jeroen Dera een recent gedicht van Jacques Hamelink. Nog geen 'klassieker' in de zin dat het gedicht de tijd al heeft overleefd, maar wel wat onderwerpkeuze betreft. De mythe dat Hamelink ontoegankelijk zou zijn wordt door Dera - voor dit gedicht althans - met overtuiging ontkracht.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2660 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 13 april 2011. Bettine Siertsema bespreekt dan Mozes van Judith Herzberg, uit de bundel Het vrolijkt (2008)




Krijgslist van La Pucelle

Hoe Jehanne kwam uit Lotharingen in de rode rok, dat kwelt
een kind. En later, mensenkinderen, droeg ze krijgsmanskleren.

Al fluweelmantel- en standaardloos overleeft ze de afsprong
van een torenhoogte van 20 meter ongedeerd, zij het in katzwijm.

Die intense ruiterin tijdens het maligne proces nog de wangen
herblozend wanneer ze te spreken komt van haar favoriete lopers.

Gedurende haar 2 jaar te paard is ze niet ongesteld geweest, die
het tevoren was. Dat is niet in de acten en mijn stemmen zweren het.


Jaques Hamelink (1939)

Uit: Germania, een canto, Querido, Amsterdam, 2010.



Jacques Hamelink is eens getypeerd als een dichter die zijn publiek uitsluit. Sommige van zijn gedichten zijn zo hermetisch en obscuur, dat zijn lezers zich enkele middagen in de universiteitsbibliotheek moeten terugtrekken om zijn poëzie succesvol te kunnen doorgronden. En dan nog blijft er veel onverklaard: van regels als ‘Víi op de noten in de hand van de eremiet, gecharmeerd door ons in onze / mythologie de charismatabloemen van zijn vlier luzeblommen noemen’ valt met de beste wil van de wereld nauwelijks iets te maken.

De bewuste regels heeft Hamelink opgenomen in zijn meest recente bundel Germania, een canto, een kloek boekwerk waarin hij zijn visie op de westerse geschiedenis geeft. Toen ik door de redactie van Dietsche warande & Belfort benaderd werd om deze bundel van commentaar te voorzien, leek me dat in eerste instantie een onmogelijk karwei. Germania, een canto bevat immers maar liefst honderd achtregelige gedichten, die alle wel een struikelblok bevatten dat een samenhangende interpretatie frustreert. Toen ik echter met Hamelinks poëzie aan de slag ging, bleek zijn werk transparanter dan ik in eerste instantie vermoedde. Hoewel de dichter zijn publiek soms compleet uit het veld slaat met zijn woekerende taal, reikt hij het voldoende handvatten aan om iets van zijn gedichten te maken. Een vereiste is dan wel dat de lezer van cryptogrammen houdt: wie onderuitgezakt in zijn luie stoel van poëzie wil genieten, is bij Hamelink aan het verkeerde adres.

Neem het gedicht ‘Krijgslist van la Pucelle’, zoals alle poëzie uit Germania, een canto een achtregelig vers van vier tweeregelige strofen. Een eerste lezing van het gedicht roept vele vragen op. Wie is die Jehanne? Over wat voor proces wordt er gesproken? Welke stemmen bedoelt het lyrisch ik? Als Hamelink écht een dichter was die zijn publiek uitsluit, dan zouden de antwoorden op zulke vragen in het ongewisse blijven. Wie, geprikkeld door Hamelinks taal, echter de moeite neemt om wat onderzoek te verrichten, kan veel elementen uit ‘Krijgslist van la Pucelle’ prima thuisbrengen.

Het gedicht verwijst naar de historische figuur Jeanne d’Arc, die in Hamelinks optiek niet in een poëtisch overzicht van de westerse geschiedenis mag ontbreken. De titel van het gedicht - 'pucelle' is het Franse woord voor maagd - refereert zowel aan de naam die onverbrekelijk aan D'Arc is verbonden: 'de maagd van Orléans', als aan haar in het Franse Lotharingen gelegen geboorteplaats Domrémy, die sinds lang de naam Domrémy-la-Pucelle draagt. Dat de dichter over een ‘rode rok’ spreekt, kan worden teruggevoerd op de iconografische traditie rond D’Arc, waarin zij vaak in onder meer die kledij wordt afgebeeld. De krijgsmanskleren verwijzen vanzelfsprekend naar het gegeven dat D’Arc, vermomd als man, in harnas ten strijde trok tegen de Engelsen.

Minder eenduidig zijn de mensenkinderen en vooral het gekwelde kind, die de dichter in de openingsstrofe opvoert. Het lijkt mij dat de verteller van het gedicht zich tot de mensenkinderen richt: hun vertelt hij, vanuit een alwetendheid waarop ik later terugkom, de poëtische geschiedenis rond D’Arc. Over de vraag waarom de komst van ‘Jehanne uit Lotharingen’ kwellend is voor een kind, kan intussen slechts gespeculeerd worden. Wellicht doelt Hamelink op het gerucht dat D’Arc een heks was, een gegeven dat juist kinderen de nodige angst zal inboezemen.

In het ‘maligne proces’ dat de dichter in de derde strofe aanhaalt, staat die vermeende hekserij van D’Arc centraal. Opvallend genoeg spelen kinderen een grote rol in dat proces: een van de argumenten die aangevoerd werden om aan te tonen dat D’Arc een heks was, luidde dat zij in haar jonge jaren de kinderen uit haar dorp om zich heen liet dansen. Een ander argument beschrijft Hamelink in de tweede strofe: de ‘afsprong’ van de liefst twintig meter hoge toren, waarmee Jeanne ontsnapte uit Bourgondisch gevangenschap, zou zij als normaal mens nooit overleefd hebben.

Voor Hamelink is Jeanne d’Arc echter veel meer dan een belangrijke historische figuur die van hekserij beschuldigd werd. Niet voor niets roemt de dichter de ‘intense ruiterin’ om de trouw die zij aan de dag legt voor haar ‘favoriete lopers’ – de beste strijders uit haar leger. Hamelink focust niet zozeer op de militaire successen van D’Arc, maar vooral op haar zaligheid. Daarbij is het belangrijk dat de dichter in de vierde strofe meedeelt dat Jeanne twee jaar lang niet ongesteld was – historisch gezien een discutabele uitspraak. Dit uitblijven van de menstruatie past enerzijds uitstekend bij iemand die als man gekleed gaat, maar anderzijds ook bij een icoon van maagdelijkheid en heiligheid. Want dat is Jeanne d’Arc net zozeer als een dappere strijdster te paard: zij was diepgelovig en beleefde als kind verschillende mystieke ervaringen.

Dat laatste lijkt haar te verbinden met de verteller van het gedicht, die D’Arcs uitblijvende menstruatie niet verklaart vanuit de akten over haar leven, maar vanuit zijn ‘stemmen’ die het hem zweren. Als dichter presenteert Hamelink zich uiteindelijk als een mysticus, die de ‘mensenkinderen’ vanuit de hoogte een geschiedenisverhaal vertelt waarin hij de werkelijkheid met fictie en spiritualiteit vermengt. Dat verklaart goed waarom Hamelink Jeanne d’Arc nergens bij naam noemt: als mystiek dichter gaat hij bij voorkeur omfloerst te werk. Soms timmert hij zijn gedichten daarbij zo sterk dicht dat de lezer beduusd achterblijft, maar er valt altijd meer te genieten voor wie zich openstelt.


Jeroen Dera



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee 140Lucebert - twee handjes 141Marnix Gijsen - De krantenvrouw

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.