Klassiekers (143)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

13 april 2011

Judith Herzberg - Mozes

* Een bespreking door Bettine Siertsema *


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (5), Inge Boulonois (19), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (3), Karin Doornik (5), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (5), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (7), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (3), Bettine Siertsema (4), Lambert Wierenga (11), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (2).

Vooraf

Op de bespreking door Jeroen Dera van Jacques Hamelinks 'Krijgslist van La Pucelle' kwamen diverse reacties binnen. Zo schreef Atze van Wieren: "Geamuseerd heb ik de bespreking van het gedicht van Jacques Hamelink gelezen. 'De mythe dat Hamelink ontoegankelijk zou zijn wordt door Dera met overtuiging ontkracht', schrijft de redactie. Natuurlijk is Hamelink niet ontoegankelijk, althans zeker niet in Germania, een canto. Hamelink flikt ons daarin een kunstje. Hij neemt een geschiedenisfeit, roert daar goed in, verduistert het, en maakt er een cryptogram van. Als de lezer de moeite neemt om dat raadsel met behulp van Google, encyclopedie en woordenboek te ontcijferen, valt alles keurig op z'n plek en is er helemaal geen sprake meer van ontoegankelijkheid of zogenaamde mystiek. Welnee, het is een kunstje. Maakwerk van het zuiverste water. Er zit in die gedichten geen greintje emotie of gevoel.
In een artikel in Schrijven Magazine (december 2010), waarin ik het gedicht 'Viering van Sint Frans' besprak, waarin de zinnen in de eerste alinea van de bespreking van Dera voorkomen ('Víi op de noten', enz.) heb ik dit gesubsidieerde maakwerk aan de kaak gesteld. Het verbaast mij dat zovelen niet durven zeggen dat de keizer naakt is, maar zogenaamde ontoegankelijkheid zien als een fraai gewaad, wat de ogen kennelijk verblindt."

Rutger H. Cornets de Groot stelt vast: "Heel duister gedicht toch, ik kom er niet goed uit. Meest in het oog springende raadsel: 'het' in de laatste regel. Alleen als je 'ongesteld' in de voorlaatste wegdenkt, wordt die zin grammaticaal correct, niet meer 'ongesteld'. Wel wordt Jeanne dan onzijdig. Daar is natuurlijk wat voor te zeggen, ook binnen het gedicht: 'fluweel- en standaardloos'. Betekent dat laatste dat er geen standaard is? Is God niet haar standaard? Is dat waarom niet God wordt aangeroepen in de eerste regel, maar 'mensenkinderen'? En is zij in haar ontwikkeling van mensenkind naar krijgsman een 'mensenkind' gebleven: alles behalve een vrouw? Ze overleeft de 'afsprong van een toren' - als ik daar een fallisch beeld in mag zien staat daar dat mannen haar niets te zeggen hebben. Haar seks beleeft ze niettemin te paard, als 'ruiterin' met rode wangen. Het rood van seks, de rode rok, de ongesteldheid: dat is de rode draad in dit gedicht denk ik: een vrouw die haar libido niet voor een kind inzet (ze 'kwelt een kind') maar voor een idee: een maligne proces, waarvan alleen acten en stemmen overblijven? (Dat laatste sleep ik er een beetje bij). Intrigerend gedicht, maar ik hoef er geen hele bundel van voorgeschoteld te krijgen..."

Albert Blitz ten slotte vraagt zich af of de favoriete 'lopers'' aan het eind van regel zes niet gewoon haar paarden zijn. Het lijkt hem ook al vanwege de volgende regel meer voor de hand te liggen dan de beste strijders uit haar leger, zoals Jeroen Dera leest.

In deze nieuwe aflevering komt voor de tweede keer Judith Herzberg aan bod. Besprak eerder (in nummer 78 van 24 januari 2006) Inge Boulonois 'Een kinderspiegel', nu buigt Bettine Siertsema zich over 'Mozes', dat een verrassende wending blijkt te bevatten.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2680 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden? Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 11 mei 2011. Paul de Jong bespreekt dan Nationaal gedicht van Jules Deelder, uit de bundel Lijf-en andere gedichten (1991)




Mozes

Onze gestorvenen, onder de zon bezweken
aan het zware werk, te zwaar
voor slaven, moest ik die achterlaten?
Dat kan toch niet, die horen toch
in eigen aarde, niet in Egyptisch zand
in waarde, te vergaan.

Maar ook: je kunt geen veertig jaar
met lijken blijven zeulen
nog afgezien van wie op reis bezwijkt.

En tante Jo, de zachte, waar is haar as


Judith Herzberg (1939)

Uit: Het vrolijkt, de Harmonie, Amsterdam, 2008.



De poëzie van Judith Herzberg laat vaak staaltjes zien van een nauwkeurig observeren van op het oog volkomen onbelangrijke alledaagse voorwerpen of gebeurtenissen. In haar eerste bundel, Zeepost uit 1963, stond bijvoorbeeld een gedicht over een gebruikt condoom dat ze op het strand ziet (‘Goeiig, ontmoedigd afgedankt dingetje…’), en haar meest recente bundel, uit 2008, opent met een gedicht over het vrolijke gevoel dat het zien, vanuit de trein, van vijf overalls aan een waslijn haar geeft.

De titel van die bundel, Het vrolijkt, bevat al meteen een ander kenmerk van haar dichtkunst: ze maakt verrassende eigen woorden of woordcombinaties die zonder opsmuk precies raak zijn. (Die eigenschap kan trouwens ook aanleiding zijn tot misverstand: ik herinner me een geleerde beschouwing over het vreemde woord 'Botshol’, de titel van haar vierde dichtbundel, van een recensent die kennelijk niet wist dat het de naam is van een natuurgebied bij Vinkeveen.) Het 'vrolijkt’, zoals het regent, of zoals het gebeurt.
Maar het is niet louter opgewekte speelsheid wat er in deze bundel te vinden is. Ook aan verontwaardiging over de actualiteit geeft Herzberg lucht, zoals in het gedicht over een detentiecentrum voor illegalen, gericht ‘Aan de bewakers in bijvoorbeeld Zeist’, dat nog extra scherpte krijgt doordat het volgt op een gedicht over een bezoek aan het voormalig concentratiekamp Ravensbrück.

Ook het gedicht ‘Mozes’ snijdt geen vrolijk thema aan, al maakt de parlando-stijl dat het toch enigszins luchtig blijft, of tenminste dat pathetiek vermeden wordt. Mozes was degene die volgens het bijbelse verhaal het volk Israël uitleidde uit de slavernij in Egypte, waar het een paar generaties eerder terecht was gekomen bij een hongersnood in hun eigen land, en waar het zware dwangarbeid moest verrichten. De tocht door de woestijn die daarop volgde, op weg naar het beloofde land, duurde veertig jaar. Het hele verhaal staat in het oudtestamentische Bijbelboek Exodus.

De eerste strofe gaat over het dilemma van Mozes of hij de lichamen van zijn volksgenoten die in Egypte gestorven zijn, moet meenemen op die tocht of niet. En het antwoord lijkt ja te zijn, want je kunt het toch niet maken, om hen in vreemde grond en dus zonder waardigheid begraven te laten. Door het rijm tussen ‘aarde’ en ‘waarde’ – onnadrukkelijk doordat het geen eind- maar middenrijm is – wordt het inhoudelijke verband tussen die waardigheid en de eigen grond onderstreept. Het is het enige rijm dat in het gedicht voorkomt (het eindrijm van zwaar in r. 2 en jaar in r. 7 staat te ver van elkaar om nog als rijm te functioneren). Maar assonanties komen wel heel veel voor: in r. 1 vier keer de o-klank, en in r. 4 nog eens drie keer, in r. 2 en 3 vijf keer de aa-klank met in r. 6 nog eens twee keer. In de tweede strofe is de herhaalde ij-klank opvallend. Daarnaast springt de alliteratie met zw… in het oog (of oor) met bezweken, zware, zwaar en bezwijkt.
Het zware werk onder de zon, de slaven, het Egyptische zand, het zijn allemaal elementen die naar het Bijbelverhaal verwijzen. Dat de ‘ik’ in r. 3 Mozes is, en dat ‘onze’ in r. 1 naar het volk Israel verwijst, waar Mozes deel van uitmaakt, het spreekt helemaal voor zichzelf. In de Joodse traditie is begraven de standaard; cremeren komt, ook onder geseculariseerde Joden, nauwelijks voor.

Je verwacht dat de laatste strofe de balans zou doen doorslaan naar een van die twee posities, verwoord in strofe 1 en 2, meenemen of achterlaten. Maar die eenregelige strofe, die zonder leesteken middenin lijkt af te breken, zet het hele gedicht in een radicaal ander licht. De huiselijke aanduiding ’tante Jo’ vervangt de mythische context door die van een hedendaagse, familiaire. En de laatste zinsnede, de vraag waar haar as is, stelt in één klap de Shoah centraal. Opeens gaat het in de eerste strofe niet alleen meer om de slavernij in Egypte, maar ook om de dwangarbeid in bijvoorbeeld de beruchte steengroeven, die in veel concentratiekampen het ergste, meest dodelijke ‘Arbeitskommando’ waren.

De Joodse Judith Herzberg, geboren in 1934, overleefde de oorlog in de onderduik. Haar ouders behoorden tot de overlevenden van Bergen-Belsen. Hoewel de voornaam Jo wel in haar biografie te vinden is – zij heeft een oom Jo gehad, en de dienstbode van de familie Herzberg, die haar heeft helpen onderduiken, heette Jo Bakx – drukt de naam hier waarschijnlijk alleen vertrouwdheid uit zonder op een concrete en reële persoon te duiden. Het epitheton, ‘de zachte’ kan ik niet in verband brengen met enige voornaam met ‘Jo’ erin. De eigenschap zachtheid suggereert grote nabijheid, maar staat vooral, denk ik, voor de weerloosheid van het slachtoffer.
Door de laatste regel blijken de eerdere strofes niet om een dilemma van Mozes te gaan, maar om de twijfel over de juiste omgang met het verleden, de twijfel van de dichter, of algemener, van het hedendaagse Jodendom. Kun je die erfenis van zes miljoen doden wel je hele leven met je meedragen? Bezwijk je daar niet onder? Maar anderzijds, doe je hen tekort als je ze achter je laat, zo dat al mogelijk is? In hoeverre moet je het verleden het heden laten mee bepalen? Zou je überhaupt wel anders kunnen?

Dat de vraag in de laatste regel, en daarmee het hele gedicht, niet afgerond wordt met een leesteken, onderstreept het opene, het onbeantwoordbare van de vraag, maar is ook als het ware de verbeelding van het onvoltooide van de dood van al die vergaste en verbrande mensen, van wie de as verstrooid is in de wind. Voor hen geen laatste rustplaats, geen graf maar ook geen urn. Hun leven werd onderbroken, hun dood is onaf.


Bettine Siertsema



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee 140Lucebert - twee handjes 141Marnix Gijsen - De krantenvrouw 142Jacques Hamelink - Krijgslist van La Pucelle

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.