Klassiekers (156)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

16 mei 2012

Marjoleine de Vos - Mevrouw Despina knielt niet

Een bespreking door Bettina Siertsema


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (6), Inge Boulonois (20), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (3), Karin Doornik (6), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Paul de Jong (1), Yves Joris (2), Wim Kleisen (7), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (8), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (2), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (5), Bettine Siertsema (5), Lambert Wierenga (12), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (4).

Vooraf

In de vorige aflevering ging Karin Doornik in op 'Sappho' van Ida Gerhardt. Haar bespreking gaf lezers geen aanleiding tot het geven van commentaar.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2930 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.

Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 13 juni 2012. Inge Boulonois bespreekt dan Hildegard noemt van Margreet Schouwenaar, uit de bundel Het wachten bezingen (2011).


(advertentie)
Literatuurforum.nl - Discussies over literatuur


Mevrouw Despina knielt niet

‘Ik riep u, hoorde u mij niet?’
mompelt mevrouw Despina of zwijgt
tegen de wolken in hun hartstochtelijk
verlaten blauw. Ze riep of hoopte
te roepen, boog soms het hoofd, knielde niet
opende nooit haar hand naar de toekomst.
‘Mijn hart verlangt’ zong ze ‘naar u?’

Iemand lopen leren, het zachte beschermen
in ijzeren armen, koekjes kneden.
‘In mij vloeit het over’ schrijft mevrouw Despina
in slecht geadresseerde brieven. Trekt dagelijks
de deur achter zich dicht, neuriënd
over vrede valt ze uit bed, tikt angstig
haar mening in de krant – ‘Ik riep u’ –
of huilt haar hart – ‘Waar was u’ – om
ontferming, belachelijk, hardnekkig tegen
wie horen wil. Zo kan het niet langer, nee
en kijk, het lichtgroen op de vensterbank
gloeit op ‘als gras’ denkt mevrouw Despina
‘in de morgenstond bloeit het’.


Marjoleine de Vos (1957)

Uit: Zeehond graag, Van Oorschot, Amsterdam 2000.



In haar eerste bundel, Zeehond graag, doet Marjoleine de Vos nauwelijks moeite om de autobiografische achtergrond van de gedichten te verhullen. In twaalf ervan wordt nog enige schijn van afstand gewekt doordat ze in de derde persoon staan met een mevrouw Despina in de hoofdrol. Despina is een Griekse meisjesnaam die iets als ‘vrouwe’ betekent. In de aanduiding Mevrouw Despina wordt dus vooral de sekse van het personage uitgedrukt. Die minimale contouren worden in de gedichten wel verder ingevuld.
Al in het eerste gedicht, dat over het geluk van alledaagse dingen gaat, wordt op het eind ook gerept over een verdriet waarvoor dat alledaagse geluk een tegenwicht moet zien te vormen: ongewilde kinderloosheid, een thema dat ook op een aantal andere plaatsen nog voorkomt, waaronder het laatste gedicht, ‘Wie toch is mevrouw Despina’ waarin zij wordt beschreven als ‘ongevuld door God of zin, geen tuin / te wieden, kind te houden, geen mens / die aan haar rok de waarheid vindt.’ Ook in dit gedicht is het een thema.
Strofe 2 begint met de aanduiding van het grootbrengen van een kind. Door het verlangen en de wanhoop die in de eerste strofe en in r. 14-17 te lezen zijn wordt gesuggereerd dat dit aan mevrouw Despina ontzegd is. Met terugwerkende kracht vult het begin van de tweede strofe ook r. 6 concreter in: opende nooit haar hand naar de toekomst; voor veel mensen betekent nageslacht immers dat je toekomst hebt. Een ander herkenbaar autobiografisch element is de regel tikt angstig haar mening in de krant, want de dichter is ook bekend als columniste van NRC-Handelsblad.

De vorm
Het gedicht heeft geen duidelijk metrum. De regels in de eerste strofe zijn voornamelijk viervoetig, in de tweede strofe zijn de regels vaak langer, met vijf heffingen. Doordat rijm en metrum vrijwel afwezig zijn, maakt het gedicht een heel spreektalige indruk. Dat effect wordt versterkt door de enigszins elliptische grammatica: in de eerste strofe wordt het subject niet herhaald bij een stapeling van persoonsvormen (r. 4-6: hoopte, boog, knielde, opende), en de eerste twee regels van de tweede strofe kent alleen infinitieven. Daarnaast lijkt het alsof degene die aan het woord is vaak aarzelt of wat hij zegt wel juist is: mompelt of zwijgt in r. 2, riep of hoopte te roepen in r. 4-5 en tikt haar mening in de krant (…) of huilt haar hart (r. 13-15). Met name in de tweede strofe komt vrij veel alliteratie voor. Maar er is geen eind-, binnen- of middenrijm, ook niet assonerend. De uitzondering is gloeit en bloeit in de slotregels, waarbij ook het groen in de regel daarvoor als assonantie nog meedoet. Of de klankovereenkomst van beschermen en ontferming als rijm beschouwd kan worden, lijkt me twijfelachtig, gezien de grote afstand, maar door de daaraan gekoppelde chiastische klankovereenkomst van zachte en belachelijk zou het toch een bewust nagestreefd effect kunnen zijn. De inhoud van het verlangen zou zo betrokken worden op de kwalificatie ervan: ontferming is een tikje archaïsch en roept de sfeer van de religie op, terwijl belachelijk die sfeer, maar ook de heftigheid van het verlangen zelf diskwalificeert.

Werkwoorden
De werkwoorden waar mevrouw Despina het subject van is, duiden voor een groot deel manieren van zich uiten, van communiceren aan: roepen, mompelen, zwijgen, zingen, schrijven, neuriën, tikken (in de zin van typen), huilen. Het zwijgen hoort in dit rijtje thuis, want ze zwijgt tegen de wolken, en ook als je zwijgt tegen iemand is dat een (negatieve) vorm van communicatie. Het laatste werkwoord in dit verband is denkt mevrouw Despina. Denken is geen uitingsvorm, je hebt er geen hoorder, geen gesprekspartner voor nodig. En dat is precies waar het in dit gedicht om gaat: de onzekerheid over de aanwezigheid van degene tot wie al die vormen van communiceren gericht zijn. Doordat voor het aanspreken ‘u’ gebruikt wordt, en het (niet) knielen, is het duidelijk dat het niet de eventuele levensgezel van mevrouw Despina betreft. Ze mompelt tegen de wolken, tegen de hemel, haar roepen en haar verlangen zijn dus op God gericht, hoewel ze ook dat niet zeker weet, gezien het vraagteken waar de eerste strofe mee eindigt. De brieven die zij schrijft zijn slecht geadresseerd, waardoor het onzeker is dat zij aankomen. Dat roepen en verlangen is de permanent aanwezige onderstroom in de dagelijkse bezigheden. Al voelt ze zich belachelijk, ze houdt hardnekkig vol. Ze richt zich tot wie horen wil, een ambigue zinsnede: is dat de ‘u’, de niet benoemde God? Maar dat is tegelijk degenen die juist niet lijkt te willen horen. Of slaat het op het anonieme lezerspubliek dat haar meningen in de krant leest?

Tegenstellingen
Enkele zinsneden springen in het oog door de ongewone combinatie: r.4-5: wolken in hun hartstochtelijk verlaten blauw: grammaticaal kan hartstochtelijk zowel een bijwoord bij verlaten zijn, als een bijvoeglijk naamwoord bij blauw. Dat laatste ligt iets meer voor de hand, het zou een manier zijn om bijvoorbeeld de felle kleur blauw van de lucht aan te duiden. Maar tegelijk lijkt het of de gemoedsbeweging die aan het roepen ten grondslag ligt hier op de zichtbare werkelijkheid geprojecteerd wordt, een bijzondere soort synesthesie.
Eveneens een op het eerste gezicht vreemde combinatie is in r.8-9 het zachte beschermen in ijzeren armen, maar de betekenis hiervan is minder moeilijk op te lossen: degene die beschermd wordt, het kind, ervaart de zachtheid, waar datgene waartegen beschermd moet worden de onverzettelijke kracht van de beschermer zal ervaren.
Of de zin in r. 12-13 neuriënd over vrede valt ze uit bed in dit rijtje van opvallende combinaties thuishoort, weet ik niet. Het lijkt me dat hij ook alleen een luchtige aanduiding van een wat onhandige maar opgewekte en goedwillende persoon kan zijn. Dat ze haar mening angstig in de krant zet, past wel bij dat karakter: misschien eigenlijk wat verlegen, maar schrijven is nu eenmaal haar vak. Het is of ze onwelkome reacties vreest op haar persoonlijk getinte krantenstukken.

Psalmcitaten
De korte uitspraken van mevrouw Despina die in het gedicht geciteerd worden, met aanhalingstekens en al, sluiten aan bij de psalmen. De eerste regel lijkt een ontkenning te zijn van uitspraken in bijv. psalm 4 en 22, waar de Heer hoorde toen ik hem riep (ps. 4: 4, 22: 25). Maar psalm 22 begint met het tegenovergestelde, net als de ervaring die in het gedicht verwoord wordt: ‘“Mijn God!” roep ik overdag, en u antwoordt niet.’ (ps. 22: 3). Het gedicht ligt in de eerste strofe misschien het dichtst aan tegen psalm 130 die ook begint met een roepen waarvan onzeker is dat het gehoord zal worden, en waar later ook het zielsverlangen naar God uitgesproken (‘mijn ziel verlangt naar de Heer’, ps. 130:6). De ongewone uitspraak In mij vloeit het over kan een zinspeling zijn op het spreekwoord ‘Waar het hart vol van is, vloeit de mond van over.’ Het niet ingevulde subject ‘het’ zou dan op het verlangen kunnen slaan. *)
Onmiskenbaar is in de laatste regels het citaat uit psalm 90: ‘zij zijn (…) als het gras dat opschiet; in de morgenstond bloeit het’ (ps. 90: 5-6). De betekenis van dit psalmcitaat is ambigu. Enerzijds lijkt het oplichtende groen op de vensterbank een zekere troost te bieden, als het kleine geluk dat elders in de bundel zo belangrijk is, of misschien als symbool voor het leven dat toch doorgaat. Anderzijds staat het gras in psalm 90 juist voor de vluchtigheid van een mensenleven, want het vers luidt zijn geheel: ‘in de morgenstond bloeit het en het schiet op, des avonds verwelkt het en het verdort.’

In het gedicht draait het om een dubbel verlangen: de kinderwens die permanent op de achtergrond in het dagelijks leven aanwezig is, en het verlangen dat er een Ander is, die je diepste wezen kent. De kinderwens blijft onvervuld, zoals uit deze en de volgende bundel (Kat van sneeuw getiteld) blijkt. En geleidelijk raakt het intense verlangen naar een kind getemperd en slijt weg. Het andere verlangen blijft, maar ook dat als een onvervuld verlangen, in elk geval in dit gedicht: al die vormen van roepen, die pogingen tot contact, lopen tenslotte uit op het solitaire denkt mevrouw Despina. De hierboven geciteerde regels uit het laatste gedicht van de bundel, ‘ongevuld door God of zin’, bevestigen dat beeld. Het roepen blijft onbeantwoord, en dat gemis schrijnt misschien wel even erg als de kinderloosheid.

---
*) Ik proefde er een Hadewijch-achtig citaat in, de minne vloeit over o.i.d., maar kon in Hadewijchs oeuvre niets vinden wat hier de bron van zou kunnen zijn.



Bettina Siertsema



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112 Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee 140Lucebert - twee handjes 141Marnix Gijsen - De krantenvrouw 142Jacques Hamelink - Krijgslist van La Pucelle 143Judith Herzberg - Mozes 144Jules Deelder - Nationaal gedicht 145Piet Paaltjens - Het monster 146H. Marsman - De boot van Dionysos XVII 147Henk van Loenen - Onder de sterren 148Hans Faverey - Het sneeuwt 149Guy van Hoof - Bestand 150Herman de Coninck - Je truitjes en je witte en rode 151Hans Andreus - Het lied van het morgenlicht 152Paul Snoek - Waarom ik zilver smelt in mijn gedichten 153Leo Vroman - Vrede 154Gerrit Achterberg - Hulshorst 155Ida Gerhardt - Sappho

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.