Klassiekers (157)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

13 juni 2012

Margreet Schouwenaar - Hildegard noemt

Een bespreking door Inge Boulonois


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (6), Inge Boulonois (20), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (3), Karin Doornik (6), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Paul de Jong (1), Yves Joris (2), Wim Kleisen (7), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (8), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (2), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (5), Bettine Siertsema (5), Lambert Wierenga (12), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (4).

Vooraf

In de vorige aflevering besprak Bettine Siertsema in op 'Mevrouw Despina knielt niet' van Marjoleine de Vos. We ontvingen geen reacties. Al is het gedicht van deze aflevering eveneens recent, want afkomstig uit een bundel die in 2011 verscheen, we gaan niettemin ver terug in de tijd.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2970 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.

Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 18 juli 2012. Wim Kleisen bespreekt dan Het huwelijk van Willem Elsschot, uit de bundel Verzen van Vroeger (1934).


(advertentie)
Literatuurforum.nl - Discussies over literatuur


Hildegard noemt

Hildegard von Bingen (1098-1179)



Zoek ik het kruid, vind ik de bron,
zoek ik de bron, vind ik de klank.
Zoveel wordt veelvoudig, hoe
kan ik mij verwarren als alles
is.

Leer mij Uw wegen kennen, het
evenwicht en Uw stem daarin.
Ik schrijf plant na plant, dier na dier
en herken Uw hand als gewicht
tegen wind, weerwerk,
tegen wat is aangedaan. Ik
zie in alle dingen en vind
in onversneden zingen
rust.

Als het stil is, hoor ik nog?
Als ik val, stap ik mis?
Is Uw gewicht niets dan ogenblik?
Kop vooruit? Vier de tijd. Nu?
U. Ik. Enkel een zuiver
ogenblik.


Margreet Schouwenaar (1955)

Uit: Het wachten bezingen, Uitgeverij P, Leuven, 2011.



In het derde hoofdstuk Hangen om het wachten van haar nieuwste bundel bezingt Margreet Schouwenaar zes befaamde vrouwen. Hildegard van Bingen (1098-1179) prijkt er tussen Hadewijch en Jeanne d’Arc in. De benedictijnse abdis geldt als eerste vertegenwoordiger van de Duitse middeleeuwse mystiek. Ze was een getalenteerde en charismatische vrouw van wie maar liefst zo’n 80 muzikale composities aan ons werden overgeleverd. De visioenen van deze Sibille aan de Rijn zijn vastgelegd in geïllumineerde boeken. Ze verdiepte zich niet alleen in religie en muziek, maar ook in taal en kosmologie, natuur en geneeskunst. De mystica schreef een natuurwetenschappelijke verhandeling over honderden planten, dieren, elementen en stenen wat haar later tot patrones van natuurwetenschappers, medici en esperantisten maakte.

Hildegard noemt verwoordt een klassiek, religieus thema in de vorm van een vrij vers in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Het bestaat uit drie strofen van 5,8 en 6 regels zonder vast metrum. Noemen is in het monastieke discours niet zomaar iets, het heeft betrekking op het noemen van Gods naam, het nomen sacrum. Bidden, loven en prijzen deed Hildegardis in kap en keuvel van de Regula Benedicti, een afgewogen ritme van bidden, werken en rusten. In haar middeleeuwse heden zag men God als oorzaak van alles: alle dingen zijn uit Hem en door Hem en tot Hem, aldus formuleert de bijbel het. God is de eeuwige beweger en de mens wordt bewogen, hem of haar wordt alles 'aangedaan'. Ora et labora was dé manier om de relatie met God al tijdens het ondermaanse leven te intensifiëren.

In dit vrije vers is Hildegard het lyrisch subject. Zij spreekt grotendeels tot zichzelf. De eerste regel begint met een parallellisme: Zoek ik het kruid, vind ik de bron. De tweede helft van de regel vormt een – indirect - antwoord op de vraag die de eerste helft stelt. De tweede regel, eveneens een viervoetige jambe, loopt weer parallel aan regel 1. Deze structuur doet me denken aan de - ook door Hildegard geschreven - responsoria, een vorm van kerkmuziek waarbij weliswaar verschillende stemmen elkaar afwisselen, maar waarin het tevens om antwoorden draait. De parallellismen als inzet doen plechtig en bezwerend aan, ze geven een rituele bijklank en zetten zo de toon voor het gedicht. Het leven van Hildegardis draait kennelijk om zoeken en vinden.

Zoveel wordt veelvoudig, twee maal veel accentueert de veelvoudigheid van de werkelijkheid, de schepping. De regel enjambeert bij hoe waardoor enerzijds wordt gevraagd hoe die veelvoudigheid in elkaar zit, anderzijds slaat dit vraagwoord op wat volgt: hoe/ kan ik mij verwarren als alles/is. Als alles immers uit God is, kan ze niet in de war gebracht worden. Het valt mij op dat hier niet het voegwoord van causaliteit omdat staat, zoals je zou verwachten, maar van voorwaarde, als. In regel 4 valt het welluidende klinkerrijm op: kan ik mij verwarren als alles. Het enjambement alles/is benadrukt al het zijnde. Bij sommige lezers evoceert dit mogelijk Gods vermeende doel, de vervolmaking van Alles in Allen. Hoe dan ook: er volgt een fraai getimed bladwit.

In de eerste zin van de tweede strofe spreekt zij God aan. Uw met een gepaste hoofletter. Leer mij Uw wegen kennen, het/evenwicht en Uw stem daarin. Met kracht bijzettende imperatief en assonerende lange e-klank (leer, wegen, evenwicht) verzoekt ze om inzicht, wijsheid, Sapientia. Na het volgt een enjambement, zodat dit lidwoord van bepaaldheid extra gewicht krijgt. Mogelijk is dit bedoeld om wat volgt bij uitnemendheid voor te stellen, het evenwicht, in concreto het evenwicht tussen neigingen en vermogens, tussen aandriften en wil, tussen het aardse en het hemelse. Het rechte pad, het gulden midden.

In regel 3 schakelt de ik-figuur weer terug naar de eerste persoon enkelvoud. De zin begint zelfs met Ik. Ze schuift zichzelf zo naar voren en benadrukt haar inbreng. Ik schrijf plant na plant, dier na dier/ en herken Uw hand als gewicht/ tegen wind, weerwerk,/tegen wat is aangedaan. Zet ze aldus haar verzoek kracht bij om God te vermurwen haar tegemoet te komen? Met de herhaling van plant respectievelijk dier wordt zowel de veelvoudigheid van flora en fauna beklemtoond, als de inspanningen die zij zich als benedictines getroost. Immers, zij is God toegewijd en herkent zijn hand als gewicht achter de wispelturige wisselingen van de wind, achter het weerwerk en achter wat wordt aangedaan. Een mens is een veertje op de adem van God, schreef Hildegard zelf eens. De allitererende h (herken/hand), assonerende i (gewicht/wind) en allitererende w (wind/weerwerk/wat) doen de zin haast 'opklinken'.

Met het tweede ik als enjambement 'pousseert' ze zichzelf wederom: Ik/ zie in alle dingen en vind/ in onversneden zingen rust - een melodieuze zin door de assonerende i (ik, in, dingen, vind, in, zingen). Ze ziet in alle dingen: dus niet oppervlakkig kijkend met de wereldse blik, maar aanschouwend, schouwend met het geestesoog. Onversneden zingen vormt een metafoor die de zuiverheid van de klank profiel geeft, de onvermengdheid ervan, de afwezigheid van valse, dubbeltongige tonen. Het rijm van dingen en zingen evoceert bij mij een intertekstuele echo: De kern van alle dingen/ is stil en eindeloos./ Alleen de dingen zingen./ Ons lied is kort en broos (Felix Timmermans). Ook nu geeft het bladwit na rust dat woord mooi formeel gestalte.

In tegenstelling tot de voorgaande twee strofen is de laatste vragenderwijs geformuleerd. Met vijf vraagtekens slaat Hildegardis een andere toon aan, onzekerheid lijkt binnen te sijpelen. Hoopt ze dat God daar gevoelig voor is? Als het stil is, hoor ik nog?/ Als ik val, stap ik mis? Analoog aan strofe 1 gevat in de structuur van parallellismen. Valt er wel iets te horen wanneer het in de wereld stil is? Spreekt U dan tot mij? Als ik val, stap ik mis? Vraagt ze zich hiermee misschien af hoe de relatie tussen oorzaak en gevolg in het ondermaanse ligt? Val ik als ik misstap? Vangt Uw hand mij wel op? Deze bedenkingen lijken aan te sluiten bij het voegwoord van voorwaarde als uit strofe 1, wat in dat geval geraffineerd op de onzekerheid anticipeert. Door het woord niets in Is Uw gewicht niets dan ogenblik krijgt dit haast de stilistische allure van een litotes, een retorische figuur waarbij men schijnbaar iets verkleint of ontkent met het doel de zaak zelf des te meer te doen uitkomen.

Kop vooruit? Moet dat haar levenshouding zijn? Ze moet verder in de tijd? Vier de tijd is een uitgekiende, originele uitdrukking die mij heel anders in de oren klinkt dan het carpe diem waarmee Horatius de taal doorspekt heeft. Pluk de dag heeft voor mij een hedonistischere, oppervlakkigere connotatie: met de dag van morgen hoeven we geen rekening te houden, of we de aarde leegplukken is irrelevant of in ieder geval niet het belangrijkste. Vier de tijd. Nu?/ U. Ik. De eerste en derde persoon enkelvoud staan enumeratief naast elkaar, gescheiden door een punt. Eerst U, dan ik, en niet andersom. Het enjambement in Enkel een zuiver/ ogenblik geeft het woord zuiver additioneel gewicht. Maakt het vrij van alles wat er niet bij hoort. Het laatste veelbetekenende woord van Hildegard bij monde van Margreet Schouwenaar is een puur ogenblik in de assonerende nagalm van Nu en U.

***
Margreet Schouwenaar (Schagen, 1955) is dichter, kinderboekenschrijfster en docente pedagogiek. Sinds 2009 is ze stadsdichter van Alkmaar. In 1991 werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs op grond van vier gedichten in De Revisor. In 1992 verscheen haar eerste bundel, De drempel die vertrek is (Querido). Het besproken gedicht komt uit haar achtste dichtbundel. Meer informatie over haar dichtbundels vindt u op de site van de dbnl
De cursussen in het schrijven van levensverhalen en poëzie die ze al jaren geeft, kregen hun neerslag in een boek met concrete schrijfoefeningen: Woordenregen. 1 jaar schrijven (A3 Boeken, 2011).


Inge Boulonois



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112 Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee 140Lucebert - twee handjes 141Marnix Gijsen - De krantenvrouw 142Jacques Hamelink - Krijgslist van La Pucelle 143Judith Herzberg - Mozes 144Jules Deelder - Nationaal gedicht 145Piet Paaltjens - Het monster 146H. Marsman - De boot van Dionysos XVII 147Henk van Loenen - Onder de sterren 148Hans Faverey - Het sneeuwt 149Guy van Hoof - Bestand 150Herman de Coninck - Je truitjes en je witte en rode 151Hans Andreus - Het lied van het morgenlicht 152Paul Snoek - Waarom ik zilver smelt in mijn gedichten 153Leo Vroman - Vrede 154Gerrit Achterberg - Hulshorst 155Ida Gerhardt - Sappho 156Marjoleine de Vos - Mevrouw Despina knielt niet

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.