Klassiekers (161)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

10 oktober 2012

Ingrid Jonker - Ontvlugting

Een bespreking door Karin Doornik


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (6), Inge Boulonois (20), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (3), Karin Doornik (7), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Paul de Jong (1), Yves Joris (2), Wim Kleisen (8), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (33), Joris Lenstra (8), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (3), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (5), Bettine Siertsema (5), Lambert Wierenga (12), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (4).

Vooraf

Tot aan de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er in bijna alle bloemlezingen en literatuurmethodes voor de middelbare school uitgebreid aandacht besteed aan de Afrikaanse letterkunde. De behandeling van het werk van dichters als Totius, Celliers, Van Wyk Louw en Opperman maakte dat Nederlands en Afrikaans als een literaire eenheid werden gezien. Apartheid, culturele boycot en Mammoetwet maakten daar eendrachtig een eind aan, maar vooral dankzij de waardering voor Elisabeth Eybers verdween de affiniteit met het Afrikaanse dichterschap toch niet helemaal. Nu zijn het Antjie Krog en - nog recenter - Ronelda S Kamfer die de Afrikaanse poŽzie levend houden, maar aan hen ging Ingrid Jonker in feite vooraf. †

Het werk van Ingrid Jonker (1933-1965) raakte†na haar dood in†de vergetelheid, totdat Nelson Mandela in 1994 de allereerste zitting van†het democratisch gekozen†parlement van†Zuid-Afrika opende met haar gedicht 'Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga'.
In Nederland kreeg ze bekendheid door Saskia van Schaiks documentaire Korreltjie Niks is My dood (VPRO, 2001) en de film Black Butterflies uit 2011 met Carice van Houten en Rutger Hauer.

Jonkers gedichten zijn een weerspiegeling van haar onstuimige karakter en een†diepgeworteld verdriet.†Verdriet om een vader die haar keer op keer afwijst. Verdriet om haar jonggestorven moeder. Verdriet om haar mislukte liefdesrelaties. Maar ook verdriet om haar verknipte moederland waarin de rassenstrijd steeds feller wordt. Door haar scherpe kritiek op het apartheidsregime en dus ook op de†regering, waarin haar eigen vader ironisch genoeg†zitting had,†lukte het haar lange tijd niet om haar werk gepubliceerd te krijgen.†
De laatste periode van haar leven belandde ze enkele keren in een psychiatrische inrichting, waar ze als manisch depressief werd gediagnostiseerd. In de vroege ochtend van 19 juli 1963 liep zij bij Kaapstad de zee in en maakte zo een einde aan haar leven. Ze liet een dochtertje achter van zeven,jaar. †

Over het in deze aflevering behandelde gedicht 'Ontvlugting' verklaarde Ingrid Jonker in een interview op 22 juni 1956 dat dit gedicht haar van al haar gedichten het liefst was.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 3050 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.

Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 14 november 2012. Thierry Deleu bespreekt dan De moeder van Hugo Claus, uit De Oostakkerse gedichten (1955).


(advertentie)
Literatuurforum.nl - Discussies over literatuur


Ontvlugting


Uit hierdie Valkenburg het ek ontvlug
en dink my nou in Gordonsbaai terug:

Ek speel met paddavisse in 'n stroom
en kerf swastikas in 'n rooikransboom

Ek is die hond wat op die strande draf
en dom-allenig teen die aandwind blaf

Ek is die seevoŽl wat verhongerd daal
en dooie nagte opdis as 'n maal

Die god wat jou geskep het uit die wind
sodat my smart in jou volmaaktheid vind:

My lyk lÍ uitgespoel in wier en gras
op al die plekke waar ons eenmaal was.


Ingrid Jonker (1933-1965)

Uit: Ik herhaal je. Vertaling Gerrit Komrij. Nawoord Henk van Woerden, Podium, Amsterdam, 2000.



Vooraf

De gedichten van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker (1933-1965) vind ik betoverend: je kunt ze keer op keer lezen en genieten van de klank, de bezwerende toon, de lyriek. Je hoeft niets te weten over de achtergrond om ze te kunnen waarderen. Maar nadat ik in Ik herhaal je (in 2011 verscheen de 11e druk) Henk van Woerdens biografische schets had gelezen, zag ik in het gedicht 'Ontvlugting' verontrustende flashbacks en vooruitwijzingen naar gebeurtenissen in Jonkers leven. In dit opzicht zou de titel van het boek (naar het gelijknamige gedicht 'Ek herhaal jou' uit 1963) ook goed bij dit gedicht gepast hebben. Ik zal dit straks proberen aan te tonen.
De biografische schets door Henk van Woerden is trouwens verre van volledig. In een nawoord verklaart de auteur dit uit de ontoegankelijkheid van de primaire bronnen. Het Jonker-archief is niet ter inzage beschikbaar. Op vier ongepubliceerde proefschriften over Ingrid Jonker rust een embargo. Van Woerden moest zich daardoor behelpen met secundaire bronnen: krantenknipsels, artikelen, memoires, verhalen en herinneringen van betrokkenen.
Het sterkst vind ik de sfeertekening van de Gordonsbaai waar Ingrid Jonker haar vroegste jeugd doorbracht. Van Woerden putte hiervoor uit zijn eigen herinneringen.
Verder laat de schets voor mij veel te raden over. Over Ingrids dochtertje Simone wordt niets gezegd over de periode dat zij tussen de twee en zeven jaar is. Woont zij aldoor bij Ingrid in Afrika? Waar is zij als Ingrid naar Europa reist? Er wordt niet echt een tijdsbeeld geschetst over de tijd van de Apartheid en Ingrids rol in de toenmalige Zuid-Afrikaanse maatschappij is wat mij betreft onvoldoende belicht. Ze lijkt geen politieke rol te spelen, raakt alleen in opspraak door stevige kritiek te uiten op het toenmalige literaire establishment. De afwijzing door haar vader Abraham Jonker is zonder meer tragisch te noemen. Hij is degene die de gehate censuurwetten doorvoerde.


Het gedicht 'Ontvlugting'

Het gedicht heeft een eenvoudige structuur: zes strofen waarvan de twee regels telkens op elkaar rijmen. In de vertaling heeft Gerrit Komrij dit volrijm voor de helft intact gelaten. In regel 1 en 2 is halfrijm gebruikt: 'ontvlucht' en 'terug', en in regel 5 en 6 acconsonantie: 'draaft' en 'toeblaft'. Ook in regel 7 en 8 is assonantie toegepast in 'daalt' en 'maal'.

strofe 1

Uit hierdie Valkenburg het ek ontvlug
en dink my nou in Gordonsbaai terug:

       Hier, aan dit Valkenburg, ben ik ontvlucht
       en droom mij nu in Gordonsbaai terug:


'Dit Valkenburg' zal verwijzen naar de psychiatrische inrichting waar Ingrids moeder Beatrice in 1940 verbleef, toen Ingrid zeven jaar was. Zij was daar opgenomen nadat zij geprobeerd had zich de polsen door te snijden. Noemt de dichteres deze plaats omdat ze zich die herinnert uit de tijd dat ze haar moeder daar bezocht? Of is het een metafoor voor de waanzin die de ik wil ontvluchten?
Het griezelige is dat Ingrid zelf in 1961 ook in de psychiatrische kliniek in Valkenburg opgenomen zal worden, als haar eigen dochtertje Simone zeven jaar is.
'Gordonsbaai' is de plek van haar vroege jeugd, waar zij tochten ondernam met haar oudere zus Anna. Een plek aan de Kaapse kust waar ze opgevoed werden door oma Cilliers, de moeder van haar moeder Beatrice. Ze heeft er vele gelukkige herinneringen aan.

strofe 2

Ek speel met paddavisse in 'n stroom
en kerf swastikas in 'n rooikransboom

       Ik speel met kikkervisjes in een stroom
       en kerf er runen in een wilgenboom


Hier is het natuurkind aan het woord, haar jongere, wilde 'ik' die onbekommerd speelt in een stroom. Komrij vertaalde de 'swastikas' in 'runen'. We verbinden sinds de Tweede Wereldoorlog de swastika, het hakenkruis, met de nazi's. Dit moet Ingrid Jonker in 1956 ook bekend geweest zijn, dus ik vraag me af waarom ze daarvoor koos. Vanwege de politieke implicatie? Zou ze de oorspronkelijke betekenis van het heilige symbool van het hindoeÔsme in gedachten gehad hebben? Ik zie hier ook een vooruitwijzing in vanuit het kind naar haar latere, literaire werk: het kerven van tastbare tekens in de boom staan voor de blijvende nalatenschap van haar gedichten.

strofe 3

Ek is die hond wat op die strande draf
en dom-allenig teen die aandwind blaf

       Ik ben de hond die langs de stranden draaft
       en dom-alleen de avondwind toeblaft


Uit deze regels spreekt grote eenzaamheid. De hond blaft maar er komt geen antwoord. Dit kan de onzekerheid verbeelden die zij zowel als dichteres als de dochter van haar vader voelt. Zij wil zich uiten door middel van haar poŽzie maar is bang niet gehoord te worden, laat staan erkend door haar vader Abraham Jonker.

strofe 4

Ek is die seevoŽl wat verhongerd daal
en dooie nagte opdis as 'n maal

       Ik ben de schrokop-zeevogel die daalt
       en dode nachten opdist als een maal


In de oorspronkelijke taal staat 'verhongerd', dat Komrij vertaald heeft in 'schrokop'. Deze woorden vind ik wezenlijk van betekenis verschillen. Een schrokop associeer ik met een gulzigaard die niet per se hongerig hoeft te zijn. De vogel in Ingrid Jonkers versie is hongerend (naar liefde), er spreekt emotionele deprivatie uit. Het is het verlangen naar liefde en bevestiging, maar het 'dalen' oftewel duiken, levert alleen 'dode nachten' op. Wellicht zijn dit de liefdesnachten met haar minnaars, die haar achteraf gedesillusioneerd achterlaten, maar waarover ze in haar gedichten schrijft ('opdist').

strofe 5

Die god wat jou geskep het uit die wind
sodat my smart in jou volmaaktheid vind:

       De god die jou gebouwd heeft uit de wind
       zodat mijn smart volmaaktheid in je vindt:


De god verwijst naar de zeevogel, de 'ik' in regel 7 die het kind heeft gecreŽerd, maar wreed laat vervliegen in de wind. De smart is het heimwee naar dat kind en wordt 'volmaakt' genoemd omdat het kind nergens meer te vinden is.

strofe 6

My lyk lÍ uitgespoel in wier en gras
op al die plekke waar ons eenmaal was.

       Mijn lijk ligt uitgespoeld in wier en gras
       op al de plekken waar ik met je was.


De 'ik' heeft twee verschijningsvormen: het kind dat verdronken is en de oudere ik die afscheid moet nemen van de jongere ik, het kind dat de ik ooit was, dat speelde in de Gordonsbaai. In deze strofe zie ik een griezelige vooruitwijzing naar de verdrinkingsdood van Ingrid Jonker, negen jaar later.
Opvallend is de grote verwantschap met 'Puberteit' uit dezelfde bundel:

Puberteit

Die kind in my het stil gesterf
verwaarloos, blind en onbederf

in 'n klein poel stadig weggesink
en iewers in die duisternis verdrink

toe jy onwetend soos 'n dier
nog laggend jou fiesta vier.

Jy het nie met die ru gebaar
die dood voorspel of die gevaar

maar in my slaap sien ek klein hande
en snags die wit vuur van jou tande:

Wonder ek sidderend oor en oor
Het jy die kind in my vermoor...?



Karin Doornik



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dŤr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dŤr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrťtien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - CŰte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeŽn 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112 GabriŽl Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je míťpouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124MichaŽl Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de dťcor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee 140Lucebert - twee handjes 141Marnix Gijsen - De krantenvrouw 142Jacques Hamelink - Krijgslist van La Pucelle 143Judith Herzberg - Mozes 144Jules Deelder - Nationaal gedicht 145Piet Paaltjens - Het monster 146H. Marsman - De boot van Dionysos XVII 147Henk van Loenen - Onder de sterren 148Hans Faverey - Het sneeuwt 149Guy van Hoof - Bestand 150Herman de Coninck - Je truitjes en je witte en rode 151Hans Andreus - Het lied van het morgenlicht 152Paul Snoek - Waarom ik zilver smelt in mijn gedichten 153Leo Vroman - Vrede 154Gerrit Achterberg - Hulshorst 155Ida Gerhardt - Sappho 156Marjoleine de Vos - Mevrouw Despina knielt niet 157Margreet Schouwenaar - Hildegard noemt 158Willem Elsschot - Het huwelijk 159Eva Gerlach - Verdeeld 160Gery Florizoone - Drie knotwilgen

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.