Klassiekers (162)
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand

14 november 2012

Hugo Claus - De moeder

Een bespreking door Thierry Deleu


Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (6), Inge Boulonois (20), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (3), Thierry Deleu (1) Karin Doornik (7), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Paul de Jong (1), Yves Joris (2), Wim Kleisen (8), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (33), Joris Lenstra (8), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (3), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (5), Bettine Siertsema (5), Lambert Wierenga (12), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (4).

Vooraf

Op de vorige aflevering, de bespreking van Ingrid Jonkers 'Ontvlugting', kwam deze reactie van Fred Stelwagen: 'Ik wil eigenlijk één opmerking maken. Ik begrijp niet hoe Komrij het woord swastikas heeft kunnen vertalen met runen. Vond hij misschien, dat runen op zich al genoeg duidde op een fascistische achtergrond? Dan nog is het niet logisch. De enige reden waarom het gedaan kan zijn is, dat het in de Nederlandse taal een beter lopende regel oplevert. Maar dan nog is dat een slechte reden. Laat swastikas lekker ongemakkelijk staan. Wie als klein meisje in Zuid-Afrika een swastika in een boom kerft, moet dat teken ergens hebben gezien en zeker niet gedacht hebben aan runen. Ouderen kunnen allerlei redenen formuleren, maar een klein meisje kerft in een boom een teken dat aanzien heeft, dat belangrijk wordt geacht door haar omgeving. Met dat teken wilde het meisje erkenning krijgen voor zichzelf.
Tot slot de volgende logische waarheid: Een swastika is een rune, maar een rune is niet altijd een swastika. Zij schreef niet allerlei runen in de boom. Zij kerfde specifiek een swastika.'

Het heeft meer dan elf jaar moeten duren voordat eindelijk een gedicht uit het imposante oeuvre van Hugo Claus aan bod kwam. De bekende Vlaamse dichter, poëziecriticus en publicist Thierry Deleu tekent voor de bespreking van een van Claus' bekendste gedichten.



De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 3075 abonnees.

Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.

Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

De volgende aflevering verschijnt op 12 december 2012. Eric van Loo bespreekt dan Voorgoed van Jean Pierre Rawie, uit Geleende tijd (1999).


(advertentie)
Literatuurforum.nl - Discussies over literatuur


De moeder


Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.
Toen gij schreeuwde en uw vel beefde
Vatten mijn beenderen vuur.

(Mijn moeder, gevangen in haar vel, 
Verandert naar de maat der jaren.

Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift
Der jaren door mij aan te zien en mij
Haar blijde zoon te noemen.

Zij was geen stenen bed, geen dierenkoorts, 
Haar gewrichten waren jonge katten,

Maar onvergeeflijk blijft mijn huid voor haar 
En onbeweeglijk zijn de krekels in mijn stem.

'Je bent mij ontgroeid,' zegt zij traag mijn
Vaders voeten wassend, en zij zwijgt
als een vrouw zonder mond.)

Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur.
Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,
Ik was de genode maar de dodende gast.

En nu, later, mannelijk word ik u vreemd. 
Gij ziet mij naar u komen, gij denkt: 'Hij is 
De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt
De honden in mij wakker.'

Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij
Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.
In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert 
Niet naar mij terug. van u herstel ik niet.


Hugo Claus (1929-2008)

Uit: De Oostakkerse gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 1955.



De dichter Claus voorstellen is een overbodigheid. Zij die geen voorstander zijn van poëzie, komen toch niet tot inkeer: zij blijven hardnekkig vasthouden aan het gezonde principe dat 'poëzie voor luiaards' is. Zij die poëzie tot avondgebed hebben verheven, kennen Claus als hun broekzak. Bovendien heeft zijn euthanasie de lijdende mens van zijn eeuwige twijfel verlost.

'De moeder': is het de moeder van Claus zelf? Of is het de universele moeder. Een symbool? Niet twijfelen: Claus heeft het over moeder Germaine Vanderlinden, die Hugo baarde op 5 april 1929 in het Sint-Janshospitaal in Brugge. De familie Claus woonde in Kortrijk. De baby weende veel. De verpleegsters noemden hem 'Het Verdriet van België'. Hij wilde eigenlijk niet op de wereld gebracht worden. Hij had zich in de baarmoeder gekeerd om de bevalling te boycotten.

Waarom deze ‘historische benadering’? Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur./ Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,/ Ik was de genode maar de dodende gast. Wat hier vooral opvalt, is de rauwheid van het beeld. Het is die rauwheid en de manier waarop Claus alles in beeld brengt, die blijven overheersen.

De aankleding van het gedicht is erg mooi, geen goedkoop verhaal. Deze paradox tussen rauwheid en aankleding maakt vaker deel uit van Claus' gedichten. Hierdoor wordt de lezer zich bewuster van zijn eigen zelfbeeld en het beeld dat de dichter of een andere lezer van hem heeft. Soms komen deze beelden niet overeen. Dat is juist boeiend.
Claus komt graag stoer over. Soms haalt hij alles uit de kast om zo ‘rauw’ mogelijk over te komen! Het volmaakte beeld van lichtheid en tijdloze poëtische schoonheid wordt zo moedwillig aangetast door de rauwheid ervan.
In 'De moeder' zijn alle elementen van die rauwe retorica aanwezig: de ontkenning, de transformatie, de niet verwachte ('de genode maar de dodende gast), de vervreemding, het landschap na de geboorte.
De dichter spitst zich toe op de lichaamstaal en plaatst het natuurlijke menselijke lichaam tegenover het geïdealiseerde. De natuurlijke beweging tegenover het retorische gebaar. Het instinct tegenover de natuur, het instinct tegenover het intellect.
De rauwheid in ons bestaan, van geboorte tot dood, wordt verhuld in een betrokkenheid tussen moeder en zoon:

      Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift
      Der jaren door mij aan te zien en mij
      Haar blijde zoon te noemen.


De moeder is hier dezelfde moeder als zij die binnenstebuiten gekeerd wordt in de romanHet verdriet van België. Zij heeft de drift in haar getemperd door mij aan te zien en mij/ Haar blijde zoon te noemen. Maar zij is echter geen stenen bed, geen dierenkoorts/Haar jonge gewrichten blijven jonge katten.

Claus herhaalt het beeld van het schreeuwende vel en de vuurvattende beenderen. De dichter wil afrekenen met de Westerse visie op het lichaam: enerzijds een uitwendig of 'fysiek' lichaam en anderzijds een innerlijk of 'onzichtbaar' lichaam. Het onzichtbare lichaam incorporeert naast de zintuigen ook de geest, het intellect en de gevoeligheid. Het vuur is het energiesysteem. Het water is het eenmakende principe van het lichaam.
Na de geboorte wordt hij mannelijk en u vreemd. Maar voor zijn moeder blijft De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt/ De honden in mij wakker.
In één en hetzelfde gedicht ‘beschrijft’ de dichter geboorte, leven en dood in een beeldspraak die hem terecht tot de groten doet behoren.

Geboorte: Toen gij schreeuwde en uw vel beefde/ Vatten mijn beenderen vuur.
Leven (= oud worden): Mijn moeder [...]/ Verandert naar de maat der jaren. En: ‘Je bent mij ontgroeid,’ zegt zij traag.
Dood: Terwijl gij elke dag te sterven staat en In mij vergaat uw leven wentelend.

Ook het verdriet is hier aanwezig als hij een beetje wrang schrijft: gij keert/ Niet naar mij terug. Van u herstel ik niet.
Claus bewaart het evenwicht tussen sentimentaliteit en (gezond) verstand. Zijn gedicht speelt op het gemoed en bevat herkenbare elementen, maar door de rauwheid slaat de balans nooit uit naar pure gevoelspoëzie. Hij geeft op meesterlijke wijze die rauwe onopgesmuktheid vorm in taal.

Misschien is het dat juist wat de poëzie van Hugo Claus zo bijzonder maakt: het wankel evenwicht waarop zij balanceert, het evenwicht tussen aarde en vuur. Maar ook het contrast tussen ritme, helderheid en de kracht van de rauwheid. Wat mij vooral opvalt, is het feit dat 'De moeder' niet bezwijkt onder de sterke lading. Ook niet als enige trivialiteit het heft in handen neemt.

Iedere keer dat ik 'De moeder' herlees, breekt mijn stem. Het gedicht heeft zo’n wonderlijke impact op mij. Ik wil er haastig aan toevoegen dat Hugo Claus een zondagskind op moederschoot was. De verhouding met zijn vader steeg en daalde voortdurend, die met zijn moeder zweefde stabiel in hogere sferen. Dat is een constante in zijn werk.


Thierry Deleu



Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

Eerder verschenen:

1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark 2J.P. Rawie - Interieur 3Jan Kal - Mont Ventoux 4Jan Emmens - Voor de kade 5M. Vasalis - Streng en aanbiddend 6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je 7Gerrit Achterberg - Dryade 8Gerard Reve - Wiegelied 9Paul van Ostaijen - Melopee 10Hanny Michaelis - Het kind 11J.C. Bloem - De nachtegalen 12Gerrit Achterberg - Verzoendag 13Hans Warren - Bekentenis 14E. du Perron - Het kind dat wij waren 15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen 16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen 17H. Roland Holst - De zachte krachten 18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind 19J.H. Leopold - Staren door het raam 20Han G. Hoekstra - De ceder 21Paul Rodenko - Het beeld 22Anna Blaman - De Spin 23Martinus Nijhoff - Moeder 24Martinus Nijhoff - Impasse 25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge 26Rutger Kopland - Al die mooie beloften 27Ad Zuiderent - Tuinpad 28Jan Hanlo - Oote 29Ida Gerhardt - Alpha en Omega 30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem 31Jacques Hamelink - Grijsaard 32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten 33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken 34Ed. Hoornik - Overgang 35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena 36Jan Kuijper - Statica 37Lucebert - vrede 38Lucebert - gedicht 39Hans Andreus - Voor de lieve lezer 40Anthonie Donker - Achterbalcon 41Gerrit Kouwenaar - men moet 42Anneke Brassinga - Roeping 43Jan Arends - drie gedichten 44Jan Eijkelboom - 21 november 1981 45Ria Borkent - Sieraad 46Simon Vestdijk - Het kind 47Jac. van Hattum - Visvangst 48Simon Vestdijk - De overlevende 49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij 50Leo Vroman - Een boot 51W.F. Hermans - Bewaakte overweg 52H. Marsman - 'Paradise regained' 53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling 54Willem Jan Otten - Op zaal 55Hester Knibbe - Vannacht 56J. Slauerhoff - De ontdekker 57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid. 58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot, 59J.H. Leopold - Regen 60Jan G. Elburg - gelovig soms 61J.C. Bloem - Insomnia 62J.H. Leopold - Saadi 63Anton Korteweg - Wij samen 64Frederik van Eeden - De Waterlelie 65Leo Vroman - Nacht 66Hans Andreus - Laatste gedicht 67Geerten Gossaert - Het brandende wrak 68Gerrit Komrij - Een gedicht 69Gerrit Achterberg - Fotografie 70Patty Scholten - De olifant 71Leo Vroman - Voor wie dit leest 72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten 73Eva Gerlach - Lievelingsdieren 74Gerrit Krol - Roodborstje 75Ida Gerhardt - Christus als hovenier 76Co Woudsma - Thuis 77Herman Gorter - Zie je ik hou van je 78Judith Herzberg - Een kinderspiegel 79Harmen Wind - Remedie 80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer 81M. Vasalis - De idioot in het bad 82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou 83A. Roland Holst - De ploeger 84Hein Walter - Hestia 85Paul van Ostaijen - Het dorp 86Herman de Coninck - Voor mekaar 87Hans Andreus - Liggen in de zon 88Paul Marijnis - Bij een boeket 89Lloyd Haft - Naar Psalm 1 90Chrétien Breukers - Een bericht 91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden 92Leo Herberghs - Psalm 23 93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens 94Esther Jansma - Raam in de lucht 95Leo Vroman - Jeldican en het woord 96Marc Tritsmans - Vermeer 97Gust Gils - een minnend paar 98Hans Faverey - Ik sla een hoek om. 99J. Slauerhoff - Dit eiland 100Hans Kloos - Panta rhei 101Anna Enquist - Ineens 102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter... 103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld 104H.A. Gomperts - Côte d'Azur 105C.O. Jellema - Aurora borealis 106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen 107Miriam Van hee - reeën 108J. Slauerhoff - Brieven op zee 109Bernd G. Bevers - Het wonder 110Marjoleine de Vos - Het leven in juni 111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen 112 Gabriël Smit - Omdat wij zijn 113Gerrit Achterberg - Code 114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante 115Patrick Lateur - Mirjam 116Ankie Peypers - Een jonger vrouw 117M. Vasalis - Cannes 118J. Slauerhoff - De Zonnesteek 119Hans Andreus - Mol 120Kester Freriks - Sprookje 121Hester Knibbe - Psalm 4631 122Simon Vestdijk - Zelfkant 123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw 124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde 125Geert van Istendael - Spade 126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs 127Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende 128Ellen Warmond - Changement de décor 129Paul van Ostaijen - Avondgeluiden 130Mark Boog - Geluk 131Jane Leusink - Geen spaak 132Floor Buschenhenke - Magnetic resonance imaging scanner 133Hendrik de Vries - Mijn broer 134P.N. van Eyck - Brent Bridge 135Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren 136Victor Vroomkoning - Uur U 137Willem van Toorn - Eiland 138Gerrit Achterberg - Het meisje en de trom 139Andries Dhoeve - Landwaarts aan zee 140Lucebert - twee handjes 141Marnix Gijsen - De krantenvrouw 142Jacques Hamelink - Krijgslist van La Pucelle 143Judith Herzberg - Mozes 144Jules Deelder - Nationaal gedicht 145Piet Paaltjens - Het monster 146H. Marsman - De boot van Dionysos XVII 147Henk van Loenen - Onder de sterren 148Hans Faverey - Het sneeuwt 149Guy van Hoof - Bestand 150Herman de Coninck - Je truitjes en je witte en rode 151Hans Andreus - Het lied van het morgenlicht 152Paul Snoek - Waarom ik zilver smelt in mijn gedichten 153Leo Vroman - Vrede 154Gerrit Achterberg - Hulshorst 155Ida Gerhardt - Sappho 156Marjoleine de Vos - Mevrouw Despina knielt niet 157Margreet Schouwenaar - Hildegard noemt 158Willem Elsschot - Het huwelijk 159Eva Gerlach - Verdeeld 160Gery Florizoone - Drie knotwilgen 161Ingrid Jonker - Ontvlugting

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.