Klassiekers (182)
 
Een uitgave van Meander
Redactie: Joop Leibbrand
 

16 juli 2014

  J. Slauerhoff - De schalmei
    
Een bespreking door Wim Kleisen
 
Alle Klassiekers zijn compleet met poëtisch woordenboek hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander en Meander Magazine.

De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 3470 abonnees.

 
Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook donateur.

   
Vooraf
 
Op de bespreking door Hans Puper van 'De Dapperstraat' kwamen diverse reacties binnen.  
Zo liet Jan-Willem Bok, als docent Nederlands en filosofie(Theory of Knowledge) werkzaam aan het International College Spain (Madrid), weten bij de opleiding van de studenten gebruik te maken van de op Klassiekers behandelde gedichten. Zover hadden wij ons bereik niet vermoed! 
 
Inhoudelijk commentaar kwam van August Agasi, die al bij een eerdere gelegenheid inging op de correlatie tussen de gedichten 'De Dapperstraat' van J.C. Bloem en 'Zelfkant' van Simon Vestdijk. (Zie http://klassiekegedichten.net/archief/klas123.html.)  
Nu schrijft hij o.a.: 'In zijn analyse van 'De Dapperstraat' legt  Hans Puper dit populaire vers naast Vestdijks gedicht 'Zelfkant'. Puper heeft er plezier in bepaalde beelden uit een vers te karakteriseren  met kenschetsen elders uit het werk van dezelfde dichter. De 'tevredenen' uit 'De Dapperstraat' zijn bijvoorbeeld lieden 'in hun veilige bestek' uit het gedicht 'Grafschrift' uit 1931, een vers overigens dat Bloem zelf een van zijn meest geslaagde vond. Maar de aanpalende 'legen' moeten  voor zichzelf spreken, 'die zijn zich helemaal nergens van bewust', aldus Puper. Zich zelfs niet bewust van hun eigen lege hart? Bloems meest tekenende zelfportret, 'November' uit 1931, eindigt met 'altijd dit lege hart, altijd'. Leve de paradox. In de anatomie van het corpus van Bloem tref je trouwens het 'lege hart' meer aan, bijvoorbeeld als het orgaan dat node gevuld moet worden in het gedicht 'De ledige', dat geschreven werd, of in ieder geval gepubliceerd werd volgend op 'De Dapperstraat'.
Bloem schreef 'De Dapperstraat' op 28 oktober 1945 in de trein van Amsterdam naar Amersfoort. Een rit door aardig wat 'halflandelijkheid' om met Vestdijk te spreken, de dichter die trouwens zelf in zijn dorp van de donder Doorn behoorlijk landelijk woonde. Die in tegenspraak tot zijn regels in 'Zelfkant' waar in halflandelijkheid 'zwervend meer eenzaamheid te vinden [is]  dan in bergen of ravijnen' allesbehalve diezelfde halflandelijkheid  opzocht in zijn vakanties, getuige zijn zwerftochten door de bergen.  
Keren bij componisten vaak bepaalde thema’s terug in hun stukken, voor poëten geldt toch hetzelfde. De eerste terzine uit 'De Dapperstraat' meldt: 'Alles is veel voor wie niet veel verwacht'. Vijf jaar later luidt Bloems eerste regel in 'De Nachtegalen': 'Ik heb van het leven vrijwel niets verwacht'.  
 

Hans Puper: 'We verschillen bij de interpretatie duidelijk van mening. Ik zie het zo: de 'legen' staan in 'De Dapperstraat' tegenover de 'ik' die niet veel verwacht, maar dan toch wordt verrast. In deze context - de tevredenen en legen worden tegenover de 'ik ' gesteld - zijn het leeghoofden, vandaar mijn opmerking dat ze zich nergens van bewust zijn. Die 'ik' verwacht niet veel, het lege hart uit 'November' (zijn mooiste gedicht, vind ik) past bij hem. Hij wordt dan toch verrast en zolang het duurt is hij domweg gelukkig. Zijn hart wordt gevuld - zijn wens uit 'De ledige'. Mijns inziens is er geen sprake van een paradox, je kunt hoogstens zeggen dat Bloem met het begrip ledigheid speelt.
 
 

 
 
De schalmei  

 
Zeven zonen had moeder:   
Allen heetten Peter,   
Behalve Wanjka die Iwan heette.   
  
Allen konden werken:   
Eén was geitenhoeder,   
Eén vlocht sandalen,   
Eén zelfs bouwde kerken;   
Maar Iwan die Wanjka heette   
Wilde niet werken.   
  
Op een steen in de zon gezeten   
Bespeelde hij zijn schalmei.   
‘O, mijn lieve,   
Mijn lustige,   
Laat mij spelen    
In de schaduw van mijn  
Korte rustige vallei   
Laat andren werken,   
Sandalen maken of kerken.   
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.’  


J. Slauerhoff (1898-1936)

Uit: Serenade, Van Dishoeck, Bussum 1930.   
Gebruikte uitgave: Verzamelde gedichten, 6e druk, Nijgh & Van Ditmar, 's-Gravenhage-Rotterdam 1961
 


 
Vooraf
De biografie van Slauerhoff beschouw ik als bekend. Die laat ik maar liggen.  
  
Vorm  
Slauerhoff staat bekend als het tegendeel van een regelmatige vormgever aan zijn gedichten. Dit gedicht bevat vier strofen van ongelijke lengte: drie, zes, twee en acht verzen.de eerste strofe bevat een globale mededeling, de tweede gaat nauwkeuriger in op die informatie. De derde zet die informatie voort met betrekking tot Wanjka, die in alles een contrast vormt met zijn zes broers. De vierde strofe bevat de tekst bij het lied dat hij op zijn schalmei zingt.  
  
Inhoud  
De informatie in de eerste strofe bevat twee elementen: Moeder had zeven zonen en daarvan heetten er zes Peter. De zevende heeft twee namen. De tweede strofe geeft ons meer informatie over de broers. Ondanks hun gelijke namen oefenen ze verschillende beroepen uit, handwerkers zijn het op één na die het tot bouwmeester heeft gebracht. Maar Wanjka vormt ook in dit opzicht een contrast. Wat hij graag doet, staat in de derde strofe.  
  
Bespreking  
Waarom dragen zes zonen dezelfde naam? Ik kan dit niet anders duiden dan dat zij tot de ‘gewone’ mensen, die allen, voor zover niet werkloos of met pensioen, een beroep uitoefenen. Zij onderscheiden zich in niets van miljoenen andere mensen. Maar dit ligt anders bij Iwan. Hij draagt niet twee namen, maar Wanjka is een verkleiningsvorm, een koosnaampje wellicht, bij de formele naam. Hij wil niet werken. Dit houdt in dat hij min of meer buiten de geordende samenleving staat. Hij trekt het dorp uit, zit op een steen en speelt op zijn schalmei. Op Wikipedia vind je alles over dit instrument: Het is een  eeuwenoud instrument, gebruikt door liefhebbers. Wanjka is zo’n liefhebber, dat is duidelijk. De vierde strofe is verrassend, maar ook een bevestiging van het voorgaande. In pastorale bewoordingen – ik bedoel hier natuurlijk niet het ambt van predikant, maar het poëtische genre uit de zeventiende eeuw -  bezingt hij datgene, waarmee hij zijn leven wil vullen. Sommigen in onze tijd zouden hem ‘werkschuw’ noemen of een ‘flierefluiter’, maar de dichter is heel positief over deze Wanjka. De laatste drie verzen geven een prachtige typering van Wanjka’s levenswens: spelen op zijn schalmei en verder niets.  
De laatste strofe begint met een aanspreking: “O, mijn lieve, / Mijn lustige…” Wie dit is vertelt de dichter ons niet. Je zou in de pastorale sfeer aan een geliefde kunnen denken, een herderin of juist een prinses. Maar dat is volledig speculatief.  
  
Tot slot  
Slauerhoff publiceerde dit gedicht als eerste van zes gedichten in de tweede afdeling, Voor kinderen, van zijn bundel Serenade. Dit wil niet zeggen dat ze zonder meer door kinderen begrepen zullen worden. Dit eerste gedicht is nog het meest leesbaar, de andere vijf zijn naar mijn mening toch nog knap moeilijk.  
Het lijkt mij dat Slauerhoff in dit gedicht zijn eigen levenssituatie typeert. Hij groeide op in een middenstandsgezin in Leeuwarden, voltooide weliswaar zijn artsenstudie, maar leidde verder een onrustig leven, o.a. als scheepsarts op de grote vaart. Regulier werken was niets voor hem. Het spelen op de schalmei kunnen we als aanduiding van zijn dichterschap opvatten. Hij had een neoromantische instelling, verfoeide de doorsnee burgers. Een gedicht als 'In Nederland …' (uit de postume bundel Al dwalend, 1947) getuigt hiervan. Veel van zijn gedichten plaatsen ons niet in de realiteit, maar brengen ons naar fantasie- of droomsituaties en naar niet-Europese locaties.   
Wim Kleisen



Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren?
Neem contact op met Meander Klassiekers.

Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

 
De volgende aflevering verschijnt op 13 augustus  2014. Bettine Siertsema bespreekt dan Michael van W. van Ester Naomi Perquin uit de bundel Celinspecties (2012).

 
Kijk voor een overzicht van alle eerder verschenen afleveringen op de site van de Klassiekers of klik hier.
   

Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).

Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.