Wordt deze mail niet goed weergegeven? Klik dan hier!

Abonneren, opzeggen, adres wijzigen,
schrijven, meewerken of reageren? Zie colofon.
Meander Klassiekers
Redactie: Eric van Loo

Aflevering 197 * Anna Enquist - Fantoom
http://klassiekegedichten.net Steun Meander

Vorige maand besprak René Leverink het gedicht 'Eben Haëzer' van Gerrit Achterberg. Wij kregen veel reacties op deze bespreking. In tegenstelling tot het gebruik tot nu toe zullen we de reacties niet meer integraal weergeven. Reacties worden altijd doorgestuurd naar de auteur, die daar op zijn of haar beurt op kan reageren en met de lezer in gesprek gaan. Gezien de inhoud van de reacties geven we hier wel een korte samenvatting.

Een lezer vond dat de bespreker wat te veel is blijven hangen in de concrete werkelijkheid van de boerderij, dat er te weinig aandacht was voor de diepere laag in het gedicht. Een andere lezer vond ook dat de auteur te veel op details inging, voor haar was het gedicht meer een visueel beeld, als een schilderij van Van Gogh. We zien een afgelegen boerderij, die in de stille donkere nacht haast blauw lijkt. 'Meer heeft Achterberg volgens mij niet bedoeld. Een impressie.'

Een andere lezer vond deze bespreking boven vele andere Klassiekers uitsteken door de vlotte toon en schitterende uitsmijter: 'Tot hier heeft de Heer ons geholpen, maar wat nu?'

Leverink signaleerde in zijn bespreking dat het niet duidelijk was hoe de regel 'Door koestalraampjes viel een richel vuur / uit goudlampen op deel (…)' begrepen moest worden, gezien de vermoedelijke bouw van de boerderij waar het gedicht zich afspeelt. Een lezer merkte op, dat onder 'deel' door boeren ook 'het erf, de ruimte om het huis' verstaan kan worden. Hier kon helaas in woordenboeken of op internet geen onderbouwing voor gevonden worden. We kunnen de zin echter ook zo lezen, dat de 'goudlampen' zich op de deel bevinden, en dat er vanuit die lampen wat licht naar buiten doorsijpelt.

Hoe dan ook, 'Eben Haëzer' blijft een intrigerend gedicht, waarbij Leverink met zijn bespreking velen heeft aangezet tot verdere interpretaties. En dat is mooi.

Deze maand een gedicht van recenter datum: Bettine Siertsema bespreekt 'Fantoom' van Anna Enquist.

Fantoom

Het is een woord voor pijn die geen
bestaansrecht heeft; je lijdt aan
een afwezigheid, je snakt met hart
en huid naar wat er eerst nog was.

Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk
op, je strekt je armen blind naar
de verzaagde voet, een leegte,
het verdwenen kind. Het is een naam

voor wat zich voordoet in de zestien
meter van de ziel: een spookbeeld snelt
de doelmond in en doet alle verlies
teniet, maakt alles goed.

 

Anna Enquist (1945)

Uit Nieuws van nergens. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2010.

Inleiding

Anna Enquist, pseudoniem van Christa Widlund-Broer, is vooral bekend geworden met haar verhalend proza, zoals de romans Het meesterstuk (1994), Het geheim (1997) en De thuiskomst (2005). Zij debuteerde echter als dichter, in 1991, en haar eerste twee dichtbundels werden meteen bekroond, de C. Buddingh’-prijs voor Soldatenliederen en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Jachtscènes. Zij heeft een opleiding in de psychologie en psychoanalyse en is daarnaast ook opgeleid als pianiste. In 2001 kwam haar dochter om bij een verkeersongeluk: zij werd op de fiets aangereden door een afslaande vrachtauto. Dit verlies en het verdriet daarover heeft de bundel De tussentijd uit 2004 gestempeld. Nieuws van nergens is de eerste poëziebundel die daarna verscheen. Rouw is hier niet meer het enige thema, maar nog wel duidelijk aanwezig, zoals ook uit dit gedicht blijkt.


Het gedicht

Zouden we bij de titel nog kunnen denken aan een spookverschijning, de eerste regel onthult meteen wat met de titel aangeduid wordt: fantoompijn, het verschijnsel dat men nog jeuk of pijn kan voelen aan een geamputeerd lichaamsdeel. Vandaar ‘pijn die geen bestaansrecht heeft’. Het gevoel van pijn is er niet minder reëel om. Pas halverwege de derde regel wordt met ‘je snakt’ duidelijk dat het hier om meer, of om iets anders gaat dan het medische verschijnsel van fantoompijn. Het allitererende ‘met hart en huid’ is een veelzeggende variatie op de uitdrukking ‘met huid en haar’. Het is meer dan woordspel, deze variatie. De afwezigheid die zo’n pijn doet wordt met het hart gemist, traditioneel de zetel van de emoties, maar ook met de huid: aanraking, fysiek contact is onmogelijk geworden, terwijl de herinnering eraan het missen letterlijk voelbaar maakt.

De tweede strofe begint met een intertekstuele verwijzing naar een overbekend gedicht van M. Vasalis, dat vaak in overlijdensadvertenties wordt geciteerd: ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.’(1) ‘Afgesneden’ als synoniem voor geamputeerd, krijgt door deze associatie al de lading van rouw om de dood van een geliefde, wat bevestigd wordt door ‘het verdwenen kind’ in regel 8. Daartussenin staat ‘de verzaagde voet’ als object van verlangen, waarmee de medische betekenis van fantoompijn juist op de voorgrond staat, al treft het woord ‘verzaagde’ voor ‘geamputeerde’ door zijn meedogenloze cruheid.

In de derde strofe wordt een nieuw register gekozen. Bij eerste lezing blijf je haken bij het raadselachtige ‘de zestien meter van de ziel’. Pas met ‘de doelmond’ in de volgende regel begrijp je dat het een beeldspraak uit de wereld van het voetbal is – als je tenminste genoeg van die sport weet, wat voor poëzieliefhebbers niet altijd voor de hand ligt. Wel voor Feyenoord-fan Anna Enquist echter, die al vroeg een van de vaste medewerkers was van het literaire voetbaltijdschrift Hard gras (2). ‘De zestien meter’ is voetbaljargon voor het strafschopgebied: als daar een overtreding gemaakt wordt door de verdediging krijgt de aanvallende ploeg een strafschop, wat meestal in een goal resulteert. Enquist zei ooit in een interview: ‘Bij Feyenoord krijg je het echte leven geserveerd. Heel veel hoop hebben op mooie dingen. Vrijwel nooit dat het ook bewaarheid wordt (3).’ Op zo’n sportieve situatie lijkt ook de derde strofe te zinspelen: de club van jouw voorliefde komt maar niet tot scoren, maar je hebt een droombeeld van de bal die het doel in vliegt, waardoor al die teleurstelling goedgemaakt wordt. Het is echter niets meer dan een droom, ‘een spookbeeld’ het ‘fantoom’ van de titel.


Technische analyse

Hoewel Enquist in dit gedicht van drie kwatrijnen geen duidelijk eindrijm hanteert zijn er wel een aantal mooie assonanties: de a-klanken in regel 3 en 4, de ee-klank van 'verdwenen' die de 'leegte' in de regel ervoor versterkt en het spel met ie- en oe-klanken in de laatste strofe. Daarnaast zijn er alliteraties: hart huid, dringt bedrieglijk, zestien ziel. Ook is er een klankovereenkomst te ontwaren die door de afstand eigenlijk niet hoorbaar is, tussen woorden waarvan het inhoudelijke verband zo benadrukt wordt, in elke strofe één: ‘snakt’ (r.3), ‘strekt’ (r.5), ‘snelt’ (r.10).

Het metrum is simpel: meest een vier- of vijfvoetige jambe. Maar hier doet zich toch iets bijzonders voor. De versvoeten lijken soms over het regeleinde heen te lopen. Regel 2 bijvoorbeeld heeft drie jamben plus een onbeklemtoonde lettergreep op het eind, regel 3 begint dan met een beklemtoonde lettergreep, gevolgd door vier jamben. Datzelfde gebeurt in de gehele tweede strofe. De uitzondering op deze regelmatigheid is regel 11 (met name ‘en doet alle verlies’), die daarmee het totaal onverwachte, het op de werkelijkheid inbrekende van het spookbeeld uitdrukt. Het dóórlopen van het metrum over het regeleinde heen gebeurt inhoudelijk ook door de enjambementen. De meest regels breken af midden in een woordgroep. Normaal werkt een enjambement als verdoezeling van het regeleinde, maar door het dubbele van zowel inhoud als metrum werken ze hier mijns inziens juist extra nadrukkelijk: ze versterken het gevoel van ‘afgesneden zijn’, het gevoel van on-af zijn, van er-hoort-nog-iets-bij. Een prachtig voorbeeld van het overeenstemmen van vorm en inhoud.


Bettine Siertsema


(1) uit het gedicht ‘Sotto Voce’ uit Vergezichten en gezichten. Amsterdam: Van Oorschot, 1954.

(2) Haar voetbalstukken en -gedichten zijn gebundeld in Kool! Alles over voetbal. Amsterdam: Singel Uitgeverijen, 2012.

(3) Zie http://www.vpro.nl/boeken/artikelen/vpro-gids/2012/september/anna-enquist.html

Colofon
klassiekegedichten.net
Deze aflevering wordt verzonden aan bijna 3700 abonnees.
Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers. Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.
Reageren op deze bespreking? Neem contact op met Meander Klassiekers. Het e-mailadres is: Xklassieker@klassiekegedichten.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Zelf een bijdrage leveren? Kijk hoe dat kan.
Meander Klassiekers wordt uitgegeven door en financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Literatuursite Meander.
Wil je Meander financieel steunen? Dat kunnen we goed gebruiken! Maak een gift over of word voor twaalf euro per jaar Vriend van Meander. Kijk op steun.meanderstichting.info.
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).